Mark Rutte: individu juist geholpen met ongelijke behandeling

Illustratie Hajo

Er zit in ons systeem een ingebakken angst voor ongelijkheid. Zonde, want dat staat maatwerk in de weg, meent premier Mark Rutte.

Voor de liberaal Arnold Kerdijk draaide het eind 19e eeuw om één ding: zoveel mogelijk kansen voor zoveel mogelijk mensen. En die doelstelling blijft actueel, want sterke en zelfstandige mensen maken samen een sterk land. Wie goed voor zichzelf kan zorgen, zorgt vaak ook goed voor de mensen om zich heen en daarin schuilt het bezielend verband  in de samenleving.

Iedereen in ons land verdient een kans om zijn talenten maximaal te ontwikkelen. En de verantwoordelijkheid om dat mogelijk te maken, om daar de voorwaarden voor te scheppen, hebben we samen. Onder andere door te zorgen voor goed onderwijs.

Maar daar zal niemand tegen zijn. Net zomin als tegen goede zorg, goede sociale voorzieningen, een goed functionerende arbeids- en woningmarkt, goede infrastructuur en gezonde overheidsfinanciën.

Dat is natuurlijk precies de vraag waar het in de politiek steeds om draait? Wat is ‘goed’? Wat is gezond? Wat is er in de praktijk mogelijk? En vooral: wat is er nodig om al die voorzieningen, die ieder van ons zo belangrijk vindt, te behouden voor de toekomst?

Daarbij maakt het voor het ‘hoe’ zeker verschil of je via het individu bij de samenleving komt, zoals de liberalen. Of via de overheid, zoals in de sociaal democratie. Of via de kerken en het maatschappelijk middenveld zoals in de christendemocratische traditie.

Daar zat en zit altijd een ideologische discussie en dat hoort ook zo. Maar over drie criteria bestaat volgens mij behoorlijk veel consensus.

1. Voorzieningen moeten betaalbaar zijn, ook op termijn.

2. Ze moeten aansluiten bij wat mensen willen en kunnen.

3. We laten niemand achter. Nederland blijft een fatsoenlijk land.

Vandaar dat bij alle grote hervormingen die het kabinet doorvoert, niet alleen de rekenmachine is gebruikt, maar ook de hartslagmeter. Beide zijn belangrijk om onze verzorgingsstaat op een goede manier te updaten. De grote veranderingen in de zorg zijn dus niet alleen gericht op kostenbesparing, maar vooral ook op meer zelfstandigheid en maatwerk dicht bij mensen.

De arbeidsmarkt wordt flexibeler en tegelijkertijd investeren we als land in scholing en begeleiding van werk naar werk. Het hoger onderwijs blijft toegankelijk terwijl we met het studievoorschot wel geld vrijspelen voor verbeteringen in de kwaliteit van het onderwijs. Een stijgende levensverwachting, langer doorwerken en een goed en eerlijk pensioen voor de jongeren van nu –  het zijn communicerende vaten. Waar het dus om gaat, is dat we oude zekerheden los moeten laten om een nieuwe ijsvloer te leggen onder datgene wat de toekomst van ons vraagt. En daar zijn we volop mee bezig.

Wat mij daarbij in toenemende mate bezighoudt, is hoe we de rigiditeit uit ons voorzieningenstelselkunnen halen, want daardoor staat het betere het goede soms in de weg. Er zit in ons systeem een soort ingebakken angst voor ongelijkheid. Dat is zo gegroeid. Iedereen krijgt hetzelfde, graag of niet. En de vraag is of dat nog past bij het beeld van de participatiesamenleving dat ik net schetste, waarin mensen bij voorkeur zelf over hun eigen leven beslissen. Ik geloof dus van niet. Als ‘one size fits all’ verandert in ‘one size fits nobody’, is het tijd om in te grijpen en meer ruimte te geven aan de praktijk. Aan de diversiteit, die nu eenmaal bestaat. Want mensen en situaties zijn verschillend.

Een goed en actueel voorbeeld zijn de grote decentralisaties waar we voor staan. Critici waarschuwen nu al in alle toonaarden dat gemeenten straks verschillende oplossingen kunnen aanbieden voor vergelijkbare problemen. En ja, dat kan. Maar moet de vraag niet gewoon zijn of het werkt?

Want vergeet niet: tot nu toe hadden we een stelsel waarin veelvuldig dezelfde oplossing werd gekozen voor heel verschillende problemen. En even los van het feit dat dit onbetaalbaar wordt, het is ook een manier van werken die niet meer past bij deze tijd.

Maatwerk dus. Praktisch denken. Niet uitgaan van het gereedschap dat er nu eenmaal ligt en daarmee elk probleem te lijf gaan. Maar andersom: elk probleem op zijn eigen merites beoordelen en daar vervolgens de goede instrumenten bij zoeken. Dus als er mensen zijn die nu al na hun 65e door willen werken? Maak dat mogelijk, zonder het meteen aan iedereen op te leggen. Als er bouwers zijn die leegstaande kantoorpanden om willen bouwen tot appartementen? Laat ons dan samen zoeken naar manieren om dat in te passen in de veiligheids- en andere regels. Of kijk naar al die Wajongers die in een hokje zaten waar ze nooit meer uit dreigden te komen: we spreken ze weer aan als mensen. Mensen met mogelijkheden.

Wat ik vind: collectieve voorwaarden zijn nodig voor individuele vrijheden, zodat mensen hun vleugels uit kunnen slaan. Maar de collectieve drempels die we daarmee in de loop der tijd en met de beste bedoelingen hebben opgeworpen, moeten we slechten.

Mark Rutte is minister-president en politiek leider van de VVD. Dit is een bekorte versie van de Kerdijklezing die hij woensdag uitsprak in Sociëteit De Witte in Den Haag. Arnold Kerdijk (1846-1905), een  politicus uit de negentiende eeuw die opgegroeide in een gefortuneerde  koopmansfamilie, had volgens Stichting Kerdijk Actueel een scherp oog voor  misstanden. Hij was  begaan met  onderbetaalden en rechtelozen en wijdde zich aan het verheffen van arbeiders door het toegankelijker maken van onderwijs, bibliotheken en gezondheidszorg. Sinds 2011 gingen Job Cohen (PvdA), Alexander Pechtold (D66) en Sybrand Buma (CDA) de premier voor.