Gewoon verdriet

Mijn moeder was naar eigen zeggen bijna bezweken aan de emoties tijdens het kijken naar de MH17-herdenking op tv. Ze herkende de symptomen: pijn op de borst, zweten, algemene slapte.

Ik trof haar gisteren in haar keuken, ze kon alweer andijvie koken. Ze veegde haar handen schoon aan het schort en zei nog maar weer eens dat ze, mocht het echt misgaan, „beslist niet” gereanimeerd wilde worden.

Ze leefde nog. Als dat niet zo was geweest, was „smeren jullie je goed in?” het laatste wat ze tegen me gezegd had. Dat had het tijdens de speech bij de uitvaart ongetwijfeld goed gedaan, want hoezo zou je je insmeren als je naar Iran vertrekt?

„Ze dragen daar sluiers”, had ik gezegd.

Zij: „Daar hou ik niet van.”

Dat ze altijd zegt dat ik me goed moet insmeren als ik waar dan ook naartoe ga en over hoe ze onbedoeld grappig kan zijn; zou ik dat ook willen delen met een tv-publiek? De afgelopen dagen zag ik overal nabestaanden, bij Pauw, Nieuwsuur en RTL Late Night. Het NOS Journaal deed ook mee met een portret van een motorrijder die zijn halfbroer had verloren bij de crash. Ik zag hem op zijn computer naar foto’s van zijn halfbroer kijken, ‘Just a perfect day’ van Lou Reed speelde op de achtergrond. Hij had pas na zijn dood ontdekt dat zijn broer van vissen hield.

Ik vond het heel erg voor deze motorrijder, maar wat moest ik hiermee? Ik kende die man niet en hij kende mij niet. Hetzelfde gevoel had ik bij de herdenkingsdienst in de RAI, waar een van de nabestaanden letterlijk citeerde uit de dagelijkse omgangstaal tussen hem en zijn omgekomen zoon, schoondochter en kleinzoon en waar Marco Borsato tijdens het zingen de hoge noten niet haalde.

Waarom werd dit live uitgezonden?

„Wat voelde je dan?”, vroeg ik mijn moeder, want de vriendin en ik hadden ons thuis op de bank vooral ongemakkelijk gevoeld.

„Pijn op de borst”, zei ze, maar dat bedoelde ik niet.

Daarna: „Gewoon verdriet.”

Ze voegde eraan toe dat ze blij was met de hoge kijkcijfers.

„Dat verdienen die mensen.”

Een kwartier later stootte ik een kop koffie over mijn laptop, die het meteen begaf. De gebelde PC-dokters adviseerden om het ding in een bak met rijst te leggen.

„Heb jij rijst?”, vroeg ik mijn moeder die in een pan stond te roeren. Ik legde uit wat er gebeurd was. Ze had geen rijst.

„Ik heb wel brood.”

Over de nabestaanden van MH17 hadden we het verder niet meer.