Geen rechter, wel de schandpaal

Nederlandse bedrijven die in het buitenland omkopen, komen weg met een schikking. Waarom kiest het OM voor deze omstreden straf?

Een drijvend olieplatform van SBM Offshore bij een scheepswerf in Angola, een van de drie landen waar SBM steekpenningen heeft betaald. foto SBM Offshore

Schikken ligt gevoelig. Dat ziet het Openbaar Ministerie (OM) inmiddels ook wel. Begaat een Nederlands bedrijf strafbare feiten in het buitenland, komt het hier weg met een boete. Geen rechter, geen uitspraak, geen pijnlijke feiten in de openbaarheid.

Dus besloot het OM om het dit keer anders te doen. Het trof gisteren een recordschikking van met de Nederlandse multinational SBM Offshore (omzet 3,7 miljard euro, 8.400 werknemers). De olieplatformbouwer betaalt 240 miljoen dollar (193 miljoen euro) wegens omkoping in Brazilië, Angola en Equatoriaal-Guinea. En anders dan na eerdere schikkingen deelt het OM nu wél wat details.

Zo wordt in het persbericht vermeld dat een agent van SBM Offshore ambtenaren in Equatoriaal-Guinea „een of meer auto’s en een gebouw” cadeau deed. In Angola zijn er „reis- en studiekosten” betaald aan „overheidsfunctionarissen dan wel hun familieleden”. Ter vergelijking: toen bouwer Ballast Nedam eind 2012 met justitie schikte wegens het betalen van steekpenningen, viel in het persbericht het woord omkoping niet eens.

Marianne Bloos, hoofdofficier van het Functioneel Parket, de afdeling die fraude bestrijdt, zegt dat het OM „veel meer openheid probeert te betrachten”. En het uitgebreide persbericht is „een eerste stap” in die richting. Zat SBM Offshore ook op al die details wachten? „Tijden veranderen nou eenmaal”, reageert SBM-bestuurder Sietze Hepkema, die in 2012 speciaal werd aangesteld om fraude te voorkomen. „Vijf jaar geleden was het persbericht korter geweest. Maar ik begrijp het OM wel.”

Meer details openbaar maken is nodig, vindt justitie, omdat de maatschappelijke verontwaardiging over schikkingen groeit. De Tweede Kamer had veel moeite met twee grote schikkingen die justitie vorig jaar sloot: met Rabobank in de Libor-affaire en met accountantskantoor KPMG voor het verhullen van omkoping. Ze komen er te makkelijk mee weg, is het bezwaar. Maar in het geval van SBM Offshore is dat volgens Hepkema niet zo. De opgelegde boete is „geen bedrag waar we schampertjes over doen”.

Ondanks de kritiek is het een trend: het treffen van miljoenenschikkingen wegens corruptie in het buitenland. Waar het OM volgens compliancedeskundige Sylvie Bleker-van Eyk eerst moeite had om corruptie goed aan te pakken, krijgt het „nu de smaak te pakken”. Er wordt niet meer geschikt dan vroeger, maar inderdaad wél vaker in buitenlandse corruptiezaken, zegt hoofdofficier Marianne Bloos. Dat is ook niet gek. Nederland had wat in te halen. Herhaaldelijk klonk er internationale kritiek dat er te weinig werk werd gemaakt van corruptie.

Deze recordschikking is voor het OM een kans om die critici te laten zien hoe serieus het bezig is. Dat blijkt wel uit het feit dat het persbericht ook in het Engels beschikbaar is. Ook wordt daarin expliciet vermeld dat Nederland „met deze zaak” laat zien dat het „optreedt tegen buitenlandse corruptie”.

Het bedrijf mag dan met een boete wegkomen, personen kunnen nog wel worden vervolgd. En dat gebeurt ook. Het is de combinatie, zegt Bloos, die „een krachtig signaal” afgeeft. Er lopen strafrechtelijke onderzoeken naar oud-werknemers van Ballast Nedam en KPMG. Ook oud-werknemers van SBM Offshore kunnen rekenen op vervolging. Omdat de strafbare feiten in het buitenland zijn gepleegd en de verdachten geen Nederlanders zijn, kan het OM dat niet zelf. Maar het is met buitenlandse „OM-en” in gesprek zodat die vervolging „organiseren”. Het maakt Bloos niet uit wie het doet. „Het gaat erom dat het gebeurt.”