De verleiding tot fraude is groot

Vijf banken hebben geschikt met justitie voor valutafraude. Het gesjoemel lijkt onuitroeibaar.

Wat is het schikkingsbedrag per bank?

De toezichthouders doen de woede van de Libor-fraude nog eens over. Of nee, deze keer zijn ze nóg bozer. Want nu blijkt dat grote banken sinds het uitbarsten van de Libor-affaire drie jaar geleden hun leven niet gebeterd hebben. Gisteren troffen de vijf banken Citigroup, JPMorgan Chase, RBS, HSBC en UBS een schikking met Amerikaanse, Britse en Zwitserse toezichthouders voor het jarenlang manipuleren van de valutahandel. Tezamen betaalden zij 3,4 miljard dollar (2,7 miljard euro).

De fraude liep van 2008 tot eind vorig jaar en ging dus nog jaren door nadat bekend was geworden dat handelaren het internationale rentetarief Libor hadden gemanipuleerd. Notabene bij banken die ook zijn beboet, of worden onderzocht, voor fraude met Libor.

„Bij de banken had er geen twijfel over mogen bestaan, vooral niet na Libor, dat het onacceptabel is om niet in te grijpen in de ieder-voor-zich-cultuur op hun handelsvloeren”, verklaarde de Britse toezichthouder FCA gisteren. Fraude met handel die is gebaseerd op benchmarks – vastgestelde tarieven – is welhaast onuitroeibaar. Dat heeft een aantal redenen:

1 Een giftige cultuur op de handelsvloer

Het beeld uit de Hollywoodblockbuster Wall Street (1987) is zeker niet alleen fictie. Volgens een voormalige bankier die te maken heeft gehad met handelsafdelingen zijn handelaren primair met hun eigen belang bezig, en niet dat van de klant of de bank waar ze voor werken. „Al die handelaren in New York en Londen zijn huurlingen”, aldus de ex-bankier. „Ze werken louter voor het geld en hebben geen enkele loyaliteit aan hun werkgever of de klant.”

De verleiding om te frauderen is dus groot. Combineer dat met een cultuur van sterke competitie (bij sommige banken worden handelaren sharks genoemd) en je hebt een giftige mix.

2 Handelaren kunnen vrijwel ongestoord hun gang gaan

Op veel handelsvloeren is er nauwelijks toezicht, zo bleek ook gisteren weer. Vaak hebben handelsafdelingen een status aparte binnen de bank. Ander personeel kent de handelaren niet en ziet ze nauwelijks. Omdat ze veel geld voor de bank verdienen laat de top hen met rust. Dat speelde bijvoorbeeld bij de Rabobank, die betrokken was bij Libor.

Grote delen van de valutahandel worden niet officieel gereguleerd, zoals bij de aandelenhandel wel gebeurt. Er zijn wel interne gedragscodes, maar die zijn soms erg algemeen.

Ook gaat het soms om nogal archaïsch georganiseerde activiteiten. De manier waarop de internationale Libor-rente tot voor kort tot stand kwam, is daar een voorbeeld van. Er werd een gemiddelde genomen van rentestanden die de banken zelf indienden, zonder dat die controleerbaar ergens op gebaseerd waren. Personeel dat rentestanden moest doorgeven, handelde zelf vaak ook. Beide praktijken zijn sinds vorig jaar niet meer mogelijk.

3 Toezichthouders hebben te weinig capaciteit om alles te zien

Financiële toezichthouders kunnen niet alles in de gaten houden. De Nederlandsche Bank heeft bijvoorbeeld bijna 800 toezichthouders, terwijl er 90.000 mensen bij de banken werken. In de Britse pers was er gisteren kritiek op het optreden van de Britse toezichthouder FCA in de valutazaak. Die zou te soepel zijn geweest voor de banken, mede vanwege die beperkte capaciteit. Het onderzoek werd in dertien maanden afgerond, wat erg snel werd geacht. In Financial Times vroeg een advocaat zich af: „Is hier wel de noodzakelijke zorgvuldigheid betracht?”

Nederlandse banken bleven tot nu toe buiten schot in het onderzoek. Volgens de banken zelf omdat er bij hen niks is misgegaan. Het zijn kleine spelers op de valutamarkt. Bij Rabo werden onlangs wel twee valutahandelaren ontslagen, maar dat heeft volgens de bank te maken met overtreding van interne integriteitsregels, niet met het fraudeonderzoek.

4 Twijfelachtige maatregelen tegen fraude

De FCA heeft een programma afgekondigd waarbij zij zegt de vijf banken te dwingen om betere controlemechanismen in te voeren en de cultuur op de handelsvloer aan te pakken. Maar cultuur verander je niet zomaar. Maatregelen zoals het verbieden van het gebruik van mobiele telefoons en chatrooms op handelsvloeren (iets dat sommige banken nu al op eigen initiatief hebben ingevoerd) zijn ook niet waterdicht. Dan bedenken handelaren wel weer nieuwe wegen, zeggen kenners. „Ze praten met elkaar op de golfclub of in de kroeg”, aldus een anonieme oud-aandelenhandelaar.

5 De belangrijkste prikkel blijft: de bonus

Hoge bonussen blijven nog steeds de norm voor handelaren. Voor EU-landen is er nu wetgeving die bonussen beperkt tot maximaal een keer het vaste salaris – minder royaal dan voorheen. Maar er zijn tal van omwegen bedacht door banken, zoals het uitbetalen van speciale toelages. Mede voor de handelaren is er ook een uitzondering bedongen: Zij kunnen twee keer hun vaste salaris krijgen, na goedkeuring van aandeelhouders.

De Zwitserse bank UBS, waarvoor het EU-beleid niet geldt, kondigde in reactie op de strafmaatregelen aan dat zij de bonussen voor haar handelaren eveneens gaat maximeren op twee keer het vaste salaris. Maar dat is maar voor een periode van twee jaar. De voormalige bankier: „Het komt uiteindelijk allemaal door bonussen. Die zorgen ervoor dat het eigen belang boven dat van het bedrijf of de klant geplaatst wordt.”