‘De temperatuur op aarde stijgt al 18 jaar niet meer’

Afgelopen vrijdag in een opinieartikel in nrc.next.

illustratie Martien ter veen

De aanleiding

Investeringen in het terugbrengen van de CO2-uitstoot leveren nauwelijks wat op. Beter is het om de opwarming van de aarde te accepteren en het geld te steken in infrastructuur waarmee de mens zich kan beschermen tegen stijgend water.

Dat betoogde filosoof Sebastien Valkenberg afgelopen vrijdag in een opinieartikel in deze krant. Hij noemde de focus op de temperatuurstijging een obsessie. „Daar kleven allerlei bezwaren aan. Om te beginnen zou je door al de vijf-voor-twaalfretoriek over het hoofd zien dat de temperatuur al 18 jaar niet stijgt.”

Onduidelijkheid over de oorzaak van deze vermoede pauze is voor Valkenberg een extra argument om niet massaal in te zetten op reductie van CO2-uitstoot.

Lezer Harry Rademaker wil weten of de temperatuur echt al 18 jaar niet stijgt.

Waar is het op gebaseerd?

Valkenberg haalde in zijn artikel de Nederlandse hoogleraar klimaateconomie Richard Tol van de Vrije Universiteit in Amsterdam aan. Die zei afgelopen augustus in Elsevier het volgende: „In september kan ik tegen eerstejaarsstudenten zeggen dat de aarde sinds hun geboorte niets warmer is geworden.”

En, klopt het?

Wanneer we ervan uitgaan dat studenten 18 jaar oud zijn als ze voor het eerst bij hoogleraar Tol in de collegebanken belanden, dan zou de aarde sinds 1996 dus niet meer zijn opgewarmd.

Er blijkt sinds het einde van de vorige eeuw inderdaad sprake te zijn geweest van een opmerkelijke vertraging in de temperatuurstijging op aarde. Sceptici in het klimaatdebat nemen 1998 meestal als beginjaar. De cijfers in het meest recente rapport van het VN-klimaatpanel (IPCC) gaan tot 2012, dus dat is het eindjaar. In die periode blijkt de temperatuur op aarde slechts met 0,08 graden Celcius te zijn gestegen. Dit is een schatting en er is een onzekerheidsmarge, waardoor de gemiddelde temperatuur in theorie zelfs heel licht kan zijn gedaald.

Had Valkenberg in zijn artikel geschreven dat de aarde al zestien jaar niet opwarmt, dan hadden we dat dus goed kunnen rekenen, al was er volgens de VN hoogstwaarschijnlijk nog altijd sprake van een (heel lichte) temperatuurstijging.

Nu was 1998 een extreem warm jaar. De belangrijkste oorzaak hiervan, zo zeggen Rob van Dorland van het KNMI en Leo Meyer van het IPCC, was El Niño. Een fenomeen waarbij de temperatuur van het zeewater aan de oostkant van de Grote Oceaan wat hoger is, wat de neerslag op aarde beïnvloedt en ook zorgt voor een iets hogere mondiale temperatuur. Als beginjaar voor 1998 kiezen, zorgt dus voor een vertekend beeld.

Maar Valkenberg had het over achttien jaar en dan komen we dus uit bij 1996 als beginjaar. Dat was juist een wat kouder jaar. In de periode 1996-2012 was er daarom wel sprake van een significante temperatuurstijging. Van 0,18 graden Celcius, volgens Van Dorland van het KNMI. Hoogleraar Tol, bron van de bewering, zegt dat hij niet precies naar 1998 of 1996 als beginjaar heeft gekeken. Hij zegt dit een detail te vinden en spreekt over een periode van 15 tot 20 jaar waarin de aarde niet of nauwelijks is opgewarmd.

Voor de pauze in de opwarming tussen 1998 en 2012 wijzen wetenschappers behalve op El Niño in 1998 ook op andere oorzaken. Een daarvan zou een tijdelijk verminderde zonactiviteit zijn. Over een langere periode stijgt de luchttemperatuur op aarde volgens de VN wel degelijk. Met ongeveer een graad sinds de tweede helft van de negentiende eeuw. Bij ongewijzigd beleid kan de stijging eind deze eeuw zo’n vijf graden worden. Zo lijkt 2014 het warmste jaar ooit te worden.

Bovendien wordt de meeste warmte door oceanen opgenomen. Daar neemt de warmte de laatste tientallen jaren zonder noemenswaardige stagnatie gestaag toe.

Conclusie

In de periode 1998-2012 is de luchttemperatuur op aarde niet of nauwelijks gestegen. Maar als we een periode van 18 jaar bekijken en 1996 als beginjaar kiezen, dan is er wel degelijk sprake van opwarming. De bewering is daarom onwaar.