De Surinaamse link met Ella Fitzgerald

De laatste jaren van haar leven werd zangeres Ella Fitzgerald verzorgd door de vrouw van de legendarische Surinaamse zanger Eddy Banket. Denise Jannah, die Fitzgerald speelt, zocht hem op.

Denise Jannah als Ella Foto Jean van Lingen

Tijdens de voorbereidingen van haar eerbetoon aan Ella Fitzgerald kreeg zangeres Denise Jannah een tip die het onderwerp van de voorstelling plotsklaps binnen handbereik bracht. Eddy Banket, die naam kende ze toch? Jawel, zoals iedere Surinaamse veertigplusser groeide ze op met de vierstemmige vocalen van de Surinam Golden Gate Boys, van 1949 tot 1978 het meest toonaangevende ensemble dat de West ooit voortbracht. Het kwartet was ongekend populair op vaderlandse bodem en als zodanig dagelijks op de radio en wekelijks op de televisie. De ingebruikneming van een nieuwe bauxietmijn in Moengo of een deftige ontvangt in het gouverneurshuis in Paramaribo was nauwelijks denkbaar als de Boys de boel niet kwamen opluisteren. Het repertoire varieerde van pittige kaseko tot beschaafde gospel, meestal in het Surinaams, soms in het Nederlands, zoals het aandoenlijke Het gehandicapte kind, dat in 1969 uit de pen vloeide van oprichter en bandleider Banket, die op de elpee de solopartij met zijn hoge tenorstem voor zijn rekening nam. De single Een heel klein huisje met een tuintje werd ook in Nederland een hit.

De Surinaamse achterban in de Bijlmer wist twee jaar geleden te melden dat de legendarische Eddy Banket alive and kicking in de Verenigde Staten is. Het zou om diverse redenen interessant voor Denise Jannah kunnen zijn om zich met deze artiest in verbinding te stellen, niet in de laatste plaats vanwege zijn huwelijk met de Amerikaanse verpleegster Doris Sinclair.

Als iemand het fenomeen Ella Fitzgerald tot achter de komma kan doorgronden, dan is het Doris. Ze verzorgde en verpleegde de First Lady of Song (1917-1996) in de laatste drieënhalve, kommervolle jaren van haar leven, twaalf uur per dag, vijf dagen per week. Die intensieve omgang maakte het echtpaar Banket-Sinclair gaandeweg een beetje tot familie van de ongehuwde vedette. Nu er een beroep op hun expertise werd gedaan, popelden ze om hun inzichten en ervaringen te delen met Denise Jannah.

Eddy Banket (82) pareerde haar toenadering per e-mail guitig op zijn Surinaams: „Bigi Godi, Nanga Gado Blesi!” Hij meldde dat zijn echtgenote en hij in de startblokken stonden om te helpen dat de voorstelling een succes zou worden, al kwam geen antwoord op de vraag of La Fitzgerald ooit de fanmail van jeugdige bewonderaarster Denise Jannah had ontvangen. ‘Miss Ella’ (zoals het personeel haar noemde) placht zich ’s morgens rond elf uur met de verse post in haar schrijfboudoir terug te trekken. In de negentig minuten die ze daar doorbracht, beantwoordde ze brieven die daarvoor in aanmerking kwamen. De rest verdween in een rieten prullenmand, niet in het archief.

Na het uitwisselen van diverse mails kwam het telefonisch contact tussen Utrecht en Los Angeles op gang. „Vooral Doris gaf me details die me hielpen om me nog beter in de rol van Ella in te leven”, vertelt Jannah. „Niet dat ik van plan was om op het podium de intonatie en bewegingen van Ella na te bootsen. Dat zou een karikatuur van haar maken, terwijl ik tot haar wil doordringen en haar wil begrijpen. Leven betekende voor haar: zingen, zingen, zingen, met of zonder publiek, altijd en overal. Zelfs met de dood in de ogen bleef ze dat doen. Op zeker moment zei Doris tegen me: you sound like Ella reincarnated. Niet dat ik dat zelf vind, maar het ontroerde me hevig dat zij iets Ella-achtigs in mijn stem herkende. Dat ontroerde me.”

Ook theatermaker, scriptschrijver en regisseur Jörgen Tjon A Fong bespeurde een gelijkenis tussen beide zangeressen. „Tijdens een repetitie flapte Jörgen er ineens uit: Denise, jij spéélt niet dat je Ella bent, toen je begon te zingen wérd je Ella!’”

Rrring. Is this mister Eddy Banket? „Spréékt!”, klinkt het met een tropisch rollende r aan de andere kant van de lijn. De Golden Gate Boys in Suriname hadden er flink de pest in toen hij in 1978 met stille trom naar de VS vertrok. Op uitnodiging van de Amerikaanse ambassade in Paramaribo zou hij in New York Caraïbische compositieleer gaan onderwijzen, maar van dat voornemen kwam niets terecht. Al gauw was hij tot na middernacht bezig met boekhoudklussen, het vak waarmee hij tot dan toe zijn brood had verdiend. Wat is hij blij dat een neef hem aanmoedigde om de oversteek naar Californië te wagen. In 1981 vestigde hij een financieel adviesbureau in Los Angeles, een jaar later huwde hij Doris en kort daarna leidde hij bovendien een mannelijk gospelkwartet, G2LE Testimony, waarmee hij ooit samen met Denise Jannah op tournee hoopt te gaan.

Hij herinnert zich haar als de zanglustige dochter van dominee Zeefuik. De vergelijking met Ella Fitzgerald verbaast hem niets: „Ik proef bij haar dezelfde drive, dezelfde spirit, dezelfde bescheidenheid.”

Wacht, daar komt Doris Sinclair Banket (74) aan de telefoon. Ze zegt dat de biografen die haar werkgeefster zaliger een eenzame, vreugdeloze dood lieten sterven het verkeerd hadden. „De laatste vijf jaar van haar leven trad ze niet meer op. Ze was vrijwel blind. In 1993 werden haar beide onderbenen geamputeerd, ze kwakkelde met haar hart, ademhalen ging moeilijk, drie middagen per week moest ik met haar naar een kliniek voor nierdialyse. Toch bleef ze zingen, thuis, in de auto, in het ziekenhuis. Met verjaardagen, Kerstmis of Thanksgiving zong ze tussen de schuifdeuren duetten met Eddy. Ze hield van mensen om zich heen. Als ik iets van haar geleerd heb, dan is dat wilskracht, opgewektheid en levenslust. Op 16 juni 1996 wilde ze ’s middags in de tuin genieten van het weer, het groen en de vogels. Toen ik haar naar binnen reed, draaide ze zich naar me om en zei: ‘I’m ready to go now’. Dat waren haar laatste woorden.”