Betoverd door de Mozart van een moderne Dracula

In de Russische provinciestad Perm werkt de Griekse dirigent Teodor Currentzis aan hoogst opmerkelijke uitvoeringen van de opera’s van Mozart. Noot voor noot wordt een ander, puurder klankideaal geboetseerd.

Teodor Currentzis

Veertienhonderd kilometer oostwaarts van Moskou ligt Perm, voorheen Molotov: een provinciestad waar ooit de wapenindustrie bloeide en waar benzine aan de pomp 70 cent kost. Maar die grondstoffelijke rijkdom wordt niet weerspiegeld in de fletse stad van een miljoen inwoners boven de grond. Trolleybussen tuffen langs grijze, lege ‘prospekts’.

Het was (nu ex-)gouverneur Oleg Tsjirkoenov, zakenman van origine, die in Perm zo’n tien jaar geleden een culturele revolutie begon om de stad op die manier vooruit te helpen. Perm, waar het ’s winters min 40 graden wordt, waar Tsjechovs Drie zusters hun „naar Moskou, naar Moskou!” zuchtten en de zomer dit jaar „helaas is overgeslagen”, moest dé hippe kunststad van Rusland worden. Met dank aan een private miljoeneninjectie verrees een inmiddels weer noodlijdend museum voor moderne kunst (2009), er kwamen nieuwe festivals, onder andere gewijd aan de in Perm getogen impresario Diaghilev, en het operahuis kreeg een artistieke opfrisbeurt.

Tsjirkoenov engageerde daartoe de man die net het nog meer perifere Novosibirsk had wakker geschud met modern regietheater en een historisch geïnformeerde speelstijl: de excentrieke en internationaal zeer gewilde Griek Teodor Currentzis (1972), voor wie muzikale dromen prevaleren boven een dirigeercarrière in traditionele zin.

Currentzis stelde bizarre eisen. Zijn eigen ensemble, MusicAeterna, moest mee mogen. De bezetting diende van 35 musici te worden uitgebreid tot 80. En hij benoemde zijn eigen directeur: conservatoriumstudievriend Marc de Mauny, eerder initiator van een succesvol oudemuziekfestival in St. Petersburg. „Wat niemand verwachtte, gebeurde ”, lacht De Mauny, in zijn boven in het theater gelegen kantoor. „Tsjirkoenov ging akkoord met alle eisen. Toen Teo hier met zijn musici aan de poort rammelde, was dat voor de bestaande artistieke staf, het orkest en koor een grote verrassing. Zijn komst veroorzaakte dan ook een enorme opschudding. Het al aanwezige koor en orkest zijn uiteindelijk overigens ook gebleven.”

Werken tot na middernacht

De grote zaal van de opera is relatief klein: het gebouw werd in 1870 gebouwd voor een stad van honderdduizend inwoners. Als alles gaat zoals gepland, verrijst volgend jaar een 200 miljoen euro kostend, groot nieuw theater aan de oude zaal vast. De verwachting is dat de bouw daarvan gewoon doorgaat, ondanks de hevige cultuurbezuinigingen van de nieuwe gouverneur – die bij de opera na fel protest weer afketsten.

Vandaag en de komende tien dagen is de zaal gesloten voor publiek. Teodor Currentzis werkt met zijn musici in afzondering aan een nieuwe cd-opname van Mozarts Don Giovanni. Repetities beginnen wanneer de maestro dat wil, meestal rond het middaguur. Ze lopen door tot laat. Voor het orkest: tot een uur of elf. Voor solisten en fortepianist tot na middernacht.

Currentzis’ dirigeerstijl laat zich lastig samenvatten. Beluister zijn Nozze en je zult hoe dan ook een mening hebben. Die kan lopen van vlammende bewondering om het elan en de kleurrijke details in stemmen en instrumenten tot felle afwijzing.

Om te beginnen: de opname bevat rare bijgeluidjes. De zangers zingen „klein”, onopgesmukt en met veel minder vibrato dan gewoon. Het orkest speelt opruiend, ruig van klank: Mozart als rocker.

De nieuw verschenen opname van Così fan tutte sluit daarop aan met een felle ouverture en swingend terzet. De klank is direct, alsof je met de neus bovenop het podium zit. Waar Mozart een koor van hitsend soldatenvolk laat zingen, klinkt dat bij René Jacobs en de Akademie für Alte Musik Berlin, wereldvermaard om hun uitvoeringen van Mozarts opera’s, scherp in de pas.

Bij Currentzis ligt er een loep op de partituur en hoor je strijkstokken de snaren luid geselen. Don Giovanni, deze week op de lessenaars, zal in stijl niet anders zijn.

„Mijn Mozarts moeten anders zijn dan alle andere”, verklaart Currentzis op de chaisse longue in zijn kamer, een rokerige, schemerduistere salon. „Zijn opera’s op de libretti van Da Ponte zijn de vruchten van een muzikaal genie op het toppunt van zijn kunnen. De vraag is: hoe maak je dat voor de luisteraar nu ook hoorbaar? Zeker van Don Giovanni bestaat er geen opname waar ik echt van houd. Het is een ‘dramma giocoso’, komisch drama, maar wel één dat gaat over onze binnenwereld en dat vol diepere waarheden zit over het menselijk bestaan. Die waarheden moet je dus hoorbaar maken, muzikaal uitlichten. Neem de beroemde catalogusaria van Leporello, waarin hij Don Giovanni’s amoureuze veroveringen opsomt. Daarin sluiten de alten en tweede violen eerst aan bij de gedachtenwereld van de afgewezen Elvira. Maar kort daarna ontsluit zich een volstrekt andere muzikale wereld, en hoor je ook de ándere kant van het verhaal. Zulke tweespalt maakt van Don Giovanni een meesterwerk.”

Huzarenlaarsjes

Currentzis is uiterlijk een mix tussen Nick Cave, Marilyn Manson een negentiende-eeuwse aristocratenzoon op rijtour; in drie opnamedagen wisselt hij huzarenlaarsjes af met een op de rug gedragen folkloristisch wapperschort, bonte sjaaltjes en gewassen skinny jeans. Half afgeschoren wapperhaar is een constante – als het niet is opgebonden in mefistofelische knotjes.

Maar behalve een compromisloze rebel is Currentzis ook een internationaal zeer succesvol dirigent, graag gezien bij een toporkest als het Mahler Chamber Orchestra en de beste operahuizen ter wereld, onder andere in München, Parijs en Madrid.

Currentzis verruilde Athene tijdens zijn studie voor St. Petersburg om daar te kunnen studeren bij de legendarische dirigentenmaker Ilja Moesin (1904-1999). Sindsdien wil hij, tot verdriet van zijn Griekse moeder, niet meer weg uit Rusland.

„Toen ik Moesin aan het werk had gezien wist ik dat ik naar hem toe moest”, zegt Currentzis. „Ik was uiteindelijk een van zijn laatste leerlingen. Mijn voorgangers, Semyon Bychkov, Valery Gergjev en Joeri Temirkanov, zijn totaal verschillende dirigenten. Dat illustreert Moesins werkwijze. Hij was als een zangpedagoog die aandachtig luistert naar de stem en op basis daarvan begint te werken. Ik kreeg de ruimte mijn fantasie te ontwikkelen. Concreter kan ik het niet maken – Moesins opmerkingen waren altijd meer handreikingen die maakten dat je een stuk daarna nooit meer op dezelfde manier hoorde. Natuurlijk is dirigeren deels techniek en kennis, maar de essentie is je eigenheid te vinden. Bij mij was dat een soort „poëtisch charisma” – de eigenschap in stukken andere dingen te horen dan anderen.”

Op het podium druppelen de musici binnen voor een zoveelste, lange repetitiedag. Currentzis gruwelt van aangeharkte arbeidsvoorwaarden. „Als muziek zou gaan over ‘diensten’ en ‘cao’s’ hadden ze hier Angela Merkel op het plafond moeten schilderen in plaats van Apollo”, lacht hij.

Voor wie hier werkt, zijn werkdagen van dertien uur dus normaal. „Werkdagen?”, reageert hij. „Musicus zijn is geen werk, maar een levensbestemming.” Dat orkestleden na een lang uitgelopen repetitie desondanks als hazen weg spurten, lijkt hij niet te merken.

Van de musici in zijn ensemble MusicAeterna is het overgrote deel jonger dan 35. Concertmeester Afanasi Tsjoepin was 14 toen hij bij Currentzis begon, hij is nu 24. Fortepianist Maxim Jemeljanitsjev: een ex-wonderkind van nu 26. De meesten zijn jonge topmusici uit Moskou en St. Petersburg. Tijdens de opnamesessie moeten ze soms lang wachten terwijl Currentzis met de zangers autocratisch slijpt aan elke woord, elke noot, iedere frase. Currentzis zingt elke frase met zijn welluidende bariton steeds opnieuw voor. Pas als elke komma net zo lief, geërgerd, opgejaagd of accelererend klinkt als hem voor oren staat, is de volgende zin aan de beurt. Intussen geeft hij zijn zangers een aai, beloont musici met een fluwelen blik. „Muziek maken zit hem niet in de noten, maar in de ziel daartussen”, zegt hij.

„Teodors werkwijze is extreem en dictatoriaal, maar voor jonge musici maakt dat hem ook tot een magnetische inspirator”, zegt intendant De Mauny. Trompettist Joao António de Pinho Moreira (24) beaamt dat. Hij verhuisde zelf expliciet voor Currentzis van Lissabon naar Perm. „In een regulier orkest ben je een schakeltje in een groot geheel, hier heb je het gevoel bij te dragen aan iets wezenlijks, compromisloos, en ongelooflijk goeds”, zegt hij. „En dat pioniersachtige, ach, maakt het ook leuk. Ik kan hier echt ongelooflijk veel leren.”

Dracula

Currentzis’ werkwijze is fascinerend om gade te slaan. Tegen Vito Priante (Leporello): „Ik weet zeker dat je beter kunt.”

Priante: „Qua intonatie?”

Currentzis: „Nee, qua lieflijkheid. Het mag geparfumeerder.” (zingt voor)

(12 takes verder)

Currentzis: „Nee, sorry, het is me nog steeds niet sexy genoeg. Stel je een 18de-eeuws bed voor met een omwoeld wit laken en allemaal zaden en pruimen en zo.”

(6 takes verder)

Currentzis: „Staat alles er nu goed op?”

Opnameleider Nicolas Bartholomée, vanuit de luidspreker: „Ja!”

Currentzis: „Echt?”

Bartholomée: „Ja!”

(orkest applaudisseert)

Currentzis: „Nog één keer voor de lol.”

„Geen dirigent maakt cd’s op basis van zoveel takes als Currentzis”, zegt opnameleider Bartholomée, eerder verantwoordelijk voor veel opnames van oudemuziekexperts als Christophe Rousset en Jordi Savall. „Teo heeft extreem uitgewerkte ideeën over alles en gebruikt zangers en musici daarbij bijna ‘instrumenteel’. Er is steeds maar één doel: het maken van de allerbeste opname ooit uitgebracht.”

Currentzis: „Ik weet wat ik wil horen, ja. In de postproductie zoek ik de takes bijeen waarop de engelen zingen en de energie intens is. Die plakken we dan aan elkaar.”

De zangers ondergaan dat proces opvallend kalm, al kreunt sopraan Simone Kermes dat vijf uur repeteren écht te lang is voor een zangstem. „Luister”, zegt ze, „normaal hecht ik zeer aan mijn vrijheid en werk ik liefst met mijn eigen ensemble, zonder dirigent. Maar met Teo is alles anders. Ik ben de stem die hij in zijn hoofd hoort, omgekeerd vind ik zijn energie magisch en zijn idealisme een verademing. Hij is een soort moderne Dracula, en wij zijn de galeislaven. En we roeien met liefde urenlang door voor hem in dit afgelegen en ijskoude oord, want hij laat ons dingen horen in de muziek die we niet eerder hoorden. Details. Lagen. Maar ik zeg eerlijk: wat we doen, zal niet iedereen bevallen.” Ze schatert. „Oostenrijkers vinden het verschrikkelijk, hoe we ‘hun Mozart’ benaderen. Te ruig, te intens.”

Teodor Currentzis: „Het draait uiteindelijk om de schoonheid van de muziek. Die wil je dienen, en dat eist overgave en intimiteit, ook in de relatie met het orkest en de zangers. Kun jij één dirigent noemen die tijdens een repetitie iets echt intiems zegt, om zo begrip te kweken voor wat hij voelt bij de muziek? Welnee! Dat zou net zo idioot zijn als een gedicht gaan staan voordragen aan het loket van een bank. Ik wilde een ensemble creëren waar dat wél kan. Waar schoonheid mag zijn en kan bloeien.”