Asielzoekers zijn best handig

Nog niet zo’n succes als Intouchables, deze film met Omar Sy. Beeld Independent Films

Zo’n gevoelige snaar als Intouchables, de vorige film van Eric Toledano en Olivier Nakache, wist Samba toch niet te raken. Waar die hitfilm 20 miljoen Fransen naar de bioscoop trok, blijft Samba vooralsnog steken op ruim 2 miljoen. En hoewel er overeenkomsten zijn – beide boekverfilmingen, beide een sterke soundtrack, beide Omar Sy in de hoofdrol – zijn het heel andere films. Als Intouchables valt te kenschetsen als Franse feelgood, past Samba in het hokje ‘illegalenkomedie’. Een vrij nieuw genre, want over illegalen maakte je tot voor kort geen vrolijke films.

Net als in Intouchables speelt Omar Sy een Senegalees, maar Samba is illegaal in Frankrijk, woont bij zijn oom en moet voortdurend op zijn hoede zijn voor de politie. In de openingsscène gaat de camera in één vloeiende beweging van een bruiloftsfeest in een luxe hotel naar de zweterige, benauwde keuken waar Samba staat af te wassen. Met zijn blote handen veegt hij de etensresten van de borden, waarna hij er de straal opzet.

Net als in Intouchables raakt de wereld van Samba verknoopt met iemand uit een andere, blanke klasse. Alice werkt als vrijwilliger bij een organisatie die immigranten begeleidt bij hun asielaanvraag. Haar collega waarschuwt nog dat zij afstand moet bewaren, maar dan is het al te laat. De (erotische) fascinatie van Alice voor Samba herinnert aan The Invader, de asielzoekersfilm van de Belgische kunstenaar Nicolas Provost. Provost speelt daarin een spel met de zwarte man als exotisch cliché: een rijke blanke vrouw en een immigrant draaien om elkaar heen, de mythische kracht en viriliteit van de zwarte man wordt op de spits gedreven.

Aanmeldcentrum Schiphol

Issaka Sawadogo, de hoofdrolspeler van The Invader, heeft in Samba een belangrijke bijrol. Hij was eerder ook te zien in de telefilm De nieuwe wereld, die zich vrijwel volledig afspeelt op een aanmeldcentrum voor asielzoekers bij Schiphol. Daar krijgt hij te maken met een snibbige schoonmaakster die vluchtelingen sommeert hun voeten op te tillen als zij met haar zwabber nadert. Zij raakt door hem gefascineerd en dan blijken ze iets gemeen te hebben: beiden zijn emotioneel beschadigd. Zoiets geldt ook voor Alice in Samba, die door een burn-out ziek thuiszit in een steriel appartement. Haar bloedeloze middenklassebestaan vraagt erom eens flink opgeschud te worden – net als de verlamde Parijse miljonair Philippe uit Intouchables bloeit zij op als zij in contact komt met ‘de Ander’.

Klassenmaatschappij

Zoals veel immigrantenfilms toont Samba een klassenmaatschappij waarin gelukszoekers uit Afrikaanse en Arabische landen de baantjes doen die westerlingen te vies vinden: afwassen, vuilnis selecteren, werken in de bouw. Illegale immigranten zijn solidair met elkaar en hebben best plezier, zo blijkt uit de scène waarin Samba en zijn Algerijnse maat Wilson op grote hoogte de ramen wassen van een kantoorkolos en een dansje doen voor de hardwerkende Franse vrouwen die Wilson joelend aanmoedigen te strippen. Een energiek moment, dat de dansscène van Omar Sy in Intouchables in herinnering roept.

Vrolijke illegalenfilms

Maar dat soort scènes legt ook de vinger op de essentiële boodschap van dit soort vrolijke illegalenfilms: ze zijn een verrijking, ‘vers bloed’ om blanke westerlingen te revitaliseren die in een contactarm en steriel bestaan zijn vastgekoekt.

Sommigen zien hierin omgekeerd racisme, want de immigrant moet dan natuurlijk wel vrolijk, onbevangen en los in de heupen zijn, of in zijn armoede juist heel diepzinnig, tevreden en spiritueel.

De film Samba dreigt overigens op een gegeven moment nog best even somber te worden, maar dat blijkt de opmaat voor een optimistische wending. En zo sluit de film aan in een recente reeks vrolijke (Franse) illegalenfilms als Welcome, Le Havre en The Visitor.

Het is een andere toon dan de sombere multicultifilms van de jaren negentig, films als La haine of Hanekes drama Code Inconnu, waar vijandigheid en onbegrip de boventoon voeren en illegalen veroordeeld zijn tot een marginaal bestaan. Zie bijvoorbeeld Dirty Pretty Things, waarin een politieke vluchteling tegen wil en dank betrokken raakt bij orgaanhandel.

Samba omarmt het multiculturalisme en stelt dat de kloof tussen de rijke westerling en de arme immigrant best te overbruggen valt.

De asielzoeker is een aanwinst voor de samenleving en heeft beslist een toekomst. Nu nog Geert Wilders, David Cameron en de Fransen zelf daarvan zien te overtuigen.