73.000 mensen met schulden zijn onvindbaar

Overheid en bedrijven moeten achter steeds meer mensen aan die hun schulden niet betalen – en die onvindbaar blijken. „Er zijn vaak grote bedragen mee gemoeid.”

Steeds minder te traceren

Zich verstoppen voor schuldeisers: steeds meer mensen met betalingsproblemen doen het. Bijna 73.000 schuldenaars waren afgelopen oktober niet te traceren, volgens cijfers van het Bureau Krediet Registratie (BKR). Tien jaar geleden waren dat er nog geen 16.000.

Zij worden door het BKR aangemerkt als onvindbaar zodra hun kredietverstrekkers melden dat ze niet meer met hen in contact komen. Ze reageren niet meer op brieven en telefoontjes, of wonen in extremere gevallen op een ander, onbekend adres.

Een mogelijke verklaring voor de stijging is dat meer mensen betalingsproblemen hebben. Van de 9 miljoen Nederlanders die zijn geregistreerd bij het BKR had in 2005 6 procent een betalingsachterstand. Nu is dat bijna 9 procent. In totaal hebben ongeveer 760.000 mensen problematische schulden.

De crisis is daarvoor een voor de hand liggende oorzaak. Maar ook de overheid speelt een belangrijke rol, zegt Nadja Jungmann, lector schulden & incasso aan Hogeschool Utrecht. Want die heeft zichzelf de afgelopen jaren „ingrijpende incassobevoegdheden gegeven”. Overheidsinstanties mogen achterstallige betalingen, zoals bijvoorbeeld de motorrijtuigen- of waterschapsbelasting, nu direct van de bankrekening afschrijven. En ze mogen huur-, zorg- en kinderopvangtoeslagen op eigen initiatief verrekenen.

Neerwaartse spiraal

Met een neerwaartse spiraal tot gevolg, zegt Jungmann. „Het gaat om mensen die toch al problemen hebben met rondkomen. En als dan, volkomen onverwacht, hun bankrekening leeg is door zo’n afschrijving, wordt de stress nog groter.” Van de radar verdwijnen kan dan een oplossing lijken, zegt ze.

Eerder deze week verscheen haar onderzoeksrapport Onoplosbare schuldsituaties. Ze stelt daarin dat van de ongeveer 100.000 mensen die vorig jaar vroegen om een schuldhulpregeling, eenderde niet geholpen werd. Dat komt voor een deel door nieuwe regels van de gemeenten, zegt ze. Die zijn sinds 2012 strenger. Zo komen mensen die bijvoorbeeld eerder om hulp vroegen of die hun vaste lasten niet betalen, niet meer in aanmerking voor schuldhulp. Ook voor deze groep loopt de incassodruk op. En ook voor hen, zegt Jungmann, kan het een oplossing lijken om bijvoorbeeld bij een zus te gaan wonen, of in een vakantiepark, zonder je daar in te schrijven. „Schuldeisers hebben dan geen idee waar je uithangt.”

Schuldenaren

Aangesloten bij het BKR zijn onder meer banken, hypotheekverstrekkers en thuiswinkelorganisaties. Het is niet bekend welke van die organisaties de meeste schuldenaren ‘kwijt’ zijn.

Uit een rondvraag onder de grootste banken in Nederland blijkt wel dat die veel moeite doen om mensen met een betalingsachterstand te traceren. Zo zegt een woordvoerder van ING dat als iemand niet meer reageert op telefoontjes en brieven, de bank „op het betreffende adres een kijkje neemt”. Wordt daar niemand aangetroffen, dan wordt de omgeving gevraagd om meer informatie. „We geven het niet snel op. Er zijn vaak grote bedragen mee gemoeid.” Rabobank laat weten dat als het via post of telefoon geen contact kan krijgen, de bank een incassobedrijf inzet om de klant op te sporen. Lukt het ook zo niet, dan „zal de bank een recherchebureau inschakelen om alsnog in contact te komen met de klant”.

Als SNS Retail Bank geen contact kan krijgen via telefoon, brieven, e-mail en huisbezoek, zet de bank een deurwaarder aan het werk. Die heeft, zegt een woordvoerder, „diverse mogelijkheden”, waaronder beslaglegging op bankrekening en overige bezittingen. En: „Het is aan de deurwaarder om te bepalen wanneer hij de zoektocht naar een klant opgeeft.”