Wie de beste wil zijn, moet pijn lijden

De regisseur en zijn acteur over hun succesfilm ‘Whiplash’. „In jazz zit heel veel woede en frustratie.”

©

Wat Whiplash enigszins tekortkomt aan geloofwaardigheid en variatie, maakt de film meer dan goed met veel energie en sterk acteerwerk. De debuutfilm van regisseur Damien Chazelle (29) gaat over de muziekstudent Andrew Neiman, die er alles voor over heeft om naam te maken als jazzdrummer.


Tijdens zijn eerste jaar aan een prestigieus conservatorium valt hij in handen van docent Terence Fletcher, een tiran die bereid is alles te doen om zijn band met de beste studenten van de school tot topprestaties te dwingen. Dat gaat zo hardhandig dat het soms lastig is om erin te geloven, al is het ook weer een illusie te denken dat de beste muziek alleen ontstaat vanuit vrije, blije creativiteit. Er komt ook veel discipline en de neurotische drang om de competitie te vermorzelen bij kijken.

De muziek – jazzstandaards en eigen composities – in Whiplash is fraai. En zowel de jonge Miles Teller (27) als student Andrew als de eeuwige bijrolacteur J.K. Simmons als de jazztiran Fletcher speelt fenomenaal; de mannen lijken op koers te liggen voor een Oscarnominatie. Regisseur Chazelle verwerkte voor een deel zijn eigen ervaringen als ambitieus jazzdrummer op de middelbare school in de film, die op de filmfestivals van Sundance, Cannes en Toronto werd ontvangen met staande ovaties.

Sterke, maar dienende bijrollen

Dit is ‘Full Metal Jacket’ op een conservatorium, ik heb Fletcher ook een tamelijk militaristische lichaamstaal gegeven

Acteur J.K. Simmons

J.K. Simmons (59) heeft carrière gemaakt met sterke, maar dienende bijrollen: onder meer als de begripvolle vader van de zwangere tiener in Juno en als de hoofdredacteur van Peter Parker in de Spiderman-films. Whiplash biedt hem een zeldzame kans om eindelijk eens het middelpunt van de film te zijn. Maar daar wil Simmons, ontspannen keuvelend met de pers in Cannes, niet al te veel nadruk op leggen. „Ik werk echt niet anders voor een hoofdrol dan voor een bijrol. Waar het mij altijd om gaat, is dat ik een echte samenwerking kan aangaan met de regisseur, dat ik het gevoel heb dat ik niet alleen maar langs mag komen om mijn kunstje te vertonen. Ik wil betrokken zijn bij het creatieve proces. Dat gaat natuurlijk wel meer vanzelf naarmate je een grotere rol speelt, maar wezenlijk is er geen verschil met een kleinere rol.”

Veel sympathie voor zijn personage heeft Simmons niet gekregen. „Persoonlijk zou ik niet graag met Fletcher omgaan. Wat mensen van hem vinden interesseert hem niet, het enige wat hij wil is iets groots neerzetten, en daarbij mensen zo onder druk zetten dat ze zichzelf overstijgen. Tijdens het draaien hadden we het onderling steeds over de sergeant in Full Metal Jacket van Stanley Kubrick: dit is Full Metal Jacket op een conservatorium. Ik heb Fletcher ook tamelijk militaristische lichaamstaal gegeven, heel strak en precies. Dat vormt een mooi contrast met de jazzmuziek. Eigenlijk is de enige plek waar dat gedrag zoals van Fletcher op zijn plaats zou zijn, de training van mariniers of andere militairen. Maar op een muziekschool?”

Simmons heeft samengewerkt met regisseurs die in de buurt kwamen van Fletcher: die misbruik maakten van hun gezag om acteurs het leven zuur te maken. „Gelukkig ben ik nooit tegen een echte Fletcher aangelopen, maar je hebt soms wel te maken met iemand die als mens gewoon vals en kwaadaardig is. Ik heb gewerkt met een paar eersteklas eikels. Niet zozeer omdat ze uit waren op perfectie, gewoon omdat het gemene klootzakken waren.”

Voor Fletcher gaat muziek niet om liefde, maar om haat: haat tegen al die mensen die niet aan zijn onmogelijke eisen voldoen

Regisseur Damien Chazelle

Heeft Simmons zich soms afgevraagd of zijn personage niet zó extreem uit de hoek komt, dat hij tegen het ongeloofwaardige aanzit? „Jawel. Ik probeer als acteur altijd om wat ik doe een basis te geven in de werkelijkheid. Er waren inderdaad momenten toen ik het scenario las, en ook nog wel toen ik de verschillende versies van de film zag tijdens de montage, dat ik me afvroeg of dit wel zou werken, of het niet wat te veel was. Maar dat is nu eenmaal de stijl van de film. Wat kan ik zeggen? Dit is drama.”

Regisseur Damien Chazelle zocht voor zijn debuutfilm een onderwerp dicht bij huis. Chazelle: „Ik ben nooit naar een conservatorium geweest, maar ik zat op de middelbare school wel in een jazzband, die enorm competitief was. Ik was zelf zo’n jongen die niks liever wilde dan de beste jazzdrummer ter wereld worden, en daar alles voor overhad. Ik had ook een docent die op Terence Fletcher leek. Die bleef weliswaar nog net binnen de lijnen, maar hij speelde wel allerlei psychologische spelletjes met ons.

Nog steeds nachtmerries

„Dat was een ervaring die me altijd is bijgebleven. Ik heb daar soms nog steeds nachtmerries over. Die ervaringen hebben me zeker een betere musicus gemaakt, en indirect misschien ook wel een betere filmmaker. Maar ik weet niet of ik daar ook een beter mens door ben geworden.

„Dat soort vragen wilde ik stellen in mijn eerste film. Ik probeer mijn leven nu meer in balans te houden, maar ik ben nog steeds een workaholic, die heel geïsoleerd en monomaan aan het werk kan zijn. Er zit veel van mezelf in de film, ook kanten van mezelf waar ik zo niet trots op ben. Het is niet typisch voor de muziekwereld of de filmwereld denk ik; het zijn kwesties die altijd opspelen als je iets wilt bereiken in welk vak dan ook met veel competitie en concurrentie.

„Natuurlijk is dat een heel abstract idee: hoe kan ik iets maken dat van blijvende waarde is, dat groots is? Toch heb ik daar zelf altijd heel obsessief naar gestreefd. Iedereen wil op de een of andere manier zijn stempel drukken op de wereld. Dat is een universeel gegeven. Wat ik met deze film heb geprobeerd, is om bijna een sportfilm te maken zoals Rocky, met dat hele traject van iemand die uit het niets komt en zich opwerkt naar een triomf. Maar dan wel met een paar totaal onaangename, vreselijke personages. Voor Fletcher gaat muziek helemaal niet om liefde, zoals mensen altijd zeggen, maar om haat: haat tegenover al die mensen die niet aan zijn onmogelijke eisen kunnen voldoen. En die hij daarom kapot wil maken.

„Mensen zoals Fletcher bestaan, zeker in de jazz. Buiten de muren van de school stelt hij niets voor, binnen de school is hij een koning. Die situatie is typerend voor de jazzwereld. Jazz is niet echt meer een populaire muzieksoort, het wereldje is tamelijk klein. Daardoor neemt de druk op de musici alleen maar toe. Er is een hele traditie van docenten en bandleiders die op zo’n brute manier met hun muzikanten omgaan.

„Elke serieuze muziekopleiding heeft een docent die enigszins in de buurt komt van Fletcher. Wat we tegenwoordig heel onschuldig jamsessions noemen, heetten vroeger cutting sessions. Daarin probeerden musici elkaar echt af te troeven en compleet te vernederen. Jazz is een muzieksoort waar heel veel vijandigheid, woede en pijn in zit. En toch is er niets zo mooi en menselijk als de muziek van Charlie Parker, Duke Ellington en Thelonius Monk. Iets mooiers dan hun muziek bestaat er niet op de wereld. Die tegenstelling vind ik fascinerend.”