Van melkplas naar mesthoop

Veel boeren nemen meer melkkoeien nu de boete op te grote melkproductie verdwijnt. Een nieuw probleem dreigt: te veel mest. Gaan de melkveehouders de varkenshouders achterna?

Vader Nico en zoon Kees Captein in de vroege ochtend bij de melkmachine. Hun bedrijf heeft 160 melkkoeien. Ze maken werkweken van 80 tot 90 uur. Foto David van Dam

De Weipoortseweg kronkelt langs de karakteristieke, oude boerderijen in de polder van Zoeterwoude, niet ver van Leiden. Toen de opa van Frank (27) en Kees (29) Captein hier nog boerde, zat op bijna elk adres een melkveehouder. Nu zijn er nog zo’n tien over. Schaalvergroting op lokaal niveau. Boeren stoppen, anderen nemen de koeien over.

Het bedrijf van de familie Captein bleef. De opa van de twee broers begon met 25 koeien. Dat aantal groeide tot 60 toen hun vader Nico het overnam, en nu melken ze er 160. Hun opa overleed in mei, hij werd ruim 94. Hij zag het bedrijf opbloeien, liep op zijn oude dag nog dagelijks een rondje door de stal. En zag dat het goed was.

De broers willen vooruit met hun bedrijf. Ze moeten wel, drie gezinnen leven ervan: Frank is net vader geworden, Kees woont samen met zijn vriendin en hun ouders Nico en Magdalene zitten ook nog in het bedrijf. De familie Captein werkt hard, ze maken weken van 80 tot 90 uur.

Elke dag beginnen vader en twee zoons om half vijf . Kees brengt de koeien naar de melkmachine en doet de veeverzorging, vader (58) gaat melken, Frank maakt traditionele boerenkaas. 4.000 liter melken ze per dag – de helft gaat naar de melkfabriek, van de andere helft maken ze kaas. In het winkeltje – Kaasboerderij Captein – verkoopt Magdalene (55) de kaas en boter. Op het erf kunnen klanten verse melk tappen voor 1 euro per liter.

De broers willen doorgroeien. Ze hebben vier jaar geleden een nieuwe stal gebouwd, met meer comfort voor de koeien. Er kunnen er nog twintig bij. Als ze nu zouden uitbreiden, moeten ze melkquotum bijkopen van boeren die stoppen, een soort recht om meer melk te mogen produceren. Gemiddeld kostte dat de afgelopen jaren zo’n 24 cent voor de extra liters, zegt Kees. Maar straks niet meer. Per 1 april 2015 verdwijnt het melkquotum, heeft de Europese Unie in 2008 beslist. Melkveehouders kunnen dan zoveel produceren als ze willen.

De datum hebben boeren al jaren met rode viltstift omcirkeld staan. Bevrijdingsdag, wordt soms gemompeld. „Deze datum kun je opschrijven in de geschiedenisboeken”, zegt Kees Romijn, voorzitter van de vakgroep melkveehouderij van belangenorganisatie LTO.

Bezorgdheid

Het melkquotum werd in 1984 ingevoerd om overproductie tegen te gaan, om boterbergen en melkplassen te voorkomen. Het werkte, de markt herstelde. Maar productiebeperking is niet meer van deze tijd. De vraag naar melk stijgt structureel door de groeiende wereldbevolking. De melkprijs was de afgelopen jaren hoger dan ooit, tegen 40 cent per liter.

Boeren anticiperen op het vrijgeven van de markt. Ze bouwen stallen bij en er komen koeien bij. De Nederlandse melkproductie zal tot 2020 naar verwachting met 20 procent stijgen. Nederland is na Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de vierde producent in Europa – het produceerde vorig jaar ruim 12 miljard kilo.

Opluchting onder melkveehouders, maar grote bezorgdheid bij natuur- en milieuorganisaties. De vrees is dat de melkveesector de varkenshouderij achternagaat, met grote stallen en intensieve veehouderij. En er is angst voor een groot overschot aan mest door een stijgend aantal melkveekoeien. Nu zijn er bijna 1,5 miljoen, over vijf jaar is dat aantal met 9 procent gegroeid, is de verwachting.

Staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken, PvdA) probeert ongeremde groei tegen te gaan. Dijksma wil voor 1 januari de wet ‘verantwoorde groei melkveehouderij’ invoeren. De Tweede Kamer zou het wetsvoorstel vanmiddag behandelen. Het voorstel kent twee pijlers. Dijksma wil de zogenoemde ‘grondgebondenheid’ waarborgen: melkveehouders mogen uitbreiden, maar moeten er wel voor zorgen dat ze meer hectare landbouwgrond verwerven. Op die manier kunnen boeren ‘zelfvoorzienend’ zijn: mest uitrijden en voer telen (maïs en gras) op eigen land. Zo wordt het transport beperkt: mest hoeft niet over verre afstanden te worden vervoerd en het voer voor de dieren halen de veehouders van eigen land.

‘Vluchtroute afsnijden’

Maar landbouwgrond is kostbaar, zo’n 40.000 tot 70.000 euro per hectare. Als een bedrijf niet meer grond kan verkrijgen, is er een uitweg: het laten verwerken van het mestoverschot, de tweede pijler in de wet.

De mest wordt tegen hoge kosten (15 à 25 euro per ton) verbrand of vergast tot as, waar onder meer kunstmest of grondstof voor kunstmest van gemaakt kan worden. Daar worden op dit moment diverse mestverwerkingsinstallaties voor gebouwd. Ook is het mogelijk de mest te laten exporteren.

Aardige maatregelen, maar houden die de melkveesector in toom? Nee, denken twee CDA-coryfeeën: Cees Veerman, oud-minister van Landbouw, en Herman Wijffels, oud-topman van Rabobank en thans hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijk verandering. De wet stimuleert intensivering, schreven ze vorige week in een fel opinieartikel in Trouw. „De Kamer doet er verstandig aan de vluchtroute via mestverwerking rigoureus af te snijden.”

Veerman en Wijffels vrezen de opkomst van grote melkveebedrijven zonder voldoende eigen landbouwgrond. Daarmee zou de melkveehouderij de varkenshouderij achternagaan. „Steeds meer voer moet van elders worden aangesleept, steeds meer mest naar elders weggebracht, de koe verdwijnt uit de wei en kringlopen worden opgerekt of afgebroken.”

Brancheorganisatie LTO deelt die kritiek niet. Het aantal melkveehouders dat wil intensiveren is klein, zegt Kees Romijn. „Melkveebedrijven zijn veelal familiebedrijven. Zij doen alles zelf, van de koffie zetten tot de koeien melken. Het is een way of life. Die melkveehouders gaan niet opeens megastallen bouwen.”

En bedrijven worden niet helemaal vrijgelaten. De staatssecretaris heeft een dreigmiddel ingebouwd: de melkveesector mag het jaarlijkse plafond van 84,9 miljoen kilo fosfaat (dat in de mest zit) niet overschrijden. Als dit wel gebeurt, volgt bijna zeker de invoering van dierrechten voor melkvee. Per bedrijf wordt dan een maximum toegestaan aantal koeien opgelegd. Het zou terug bij af zijn: een nieuw quotum. De sector moet zich beheersen.

Knijper op de groei

Terug naar Kaasboerderij Captein, aan de rand van het Groene Hart. Frank sjouwt op zijn gele klompen een aanhangwagen vol met traditionele boerenkaas, 20 kilo per stuk, in de vorm van een wiel. Iedere vrijdag brengt zijn vader Nico een vracht naar een tussenhandelaar in Woerden.

Hoe spelen de broers in op de komende veranderingen? Behalve de 160 koeien hebben ze nog 200 varkens. Mestoverschot is het grootste probleem: ze hebben jaarlijks zo’n 1.200 kuub te veel. Dat kunnen ze niet allemaal kwijt op de 70 hectare landbouwgrond, uit milieuoogpunt is dit gebonden aan maximale hoeveelheden. Meer landbouwgrond kopen of huren is voor hen geen optie: er is gebrek aan grond in de regio.

Ze gaan hun mestoverschot volgend jaar deels afzetten bij collega’s in de buurt, net als eerdere jaren. Ook zullen ze een deel van de mest moeten laten verwerken, wat kostbaar is. En ze gaan voor efficiënt mineralengebruik, met behulp van de ‘kringloopwijzer’. Dat is een instrument waarmee mestafzetkosten bespaard kunnen worden. „Als wij kunnen aantonen dat wij meer gras van een hectare kunnen winnen, mogen we meer mest op het land plaatsen”, zegt Kees.

Ja, de broers zien 1 april 2015 als een bevrijding. Ze kunnen groeien met het aantal koeien. „Maar het is niet halleluja”, zegt Frank. Het melkquotum verdwijnt, een andere kostenpost komt er voor terug: mestafzet. Kees: „Mest is de nieuwe knijper op de bedrijfsgroei.”