Amsterdam niet fout bij vergunning Zwarte Piet

De rechtbank van Amsterdam had burgemeester Eberhard van der Laan niet op de vingers mogen tikken over Zwarte Piet. Dat heeft de Raad van State geoordeeld. Van der Laan hoeft bij het verlenen van een vergunning niet te kijken naar het al dan niet racistisch karakter van Zwarte Piet, aldus de hoogste bestuursrechter van het land.

Aanleiding voor de zitting was het hoger beroep dat Van der Laan had ingesteld over de intocht in zijn stad. De rechtbank in Amsterdam oordeelde deze zomer dat de burgemeester bij het verlenen van een vergunning voor de intocht in zijn stad rekening had moeten houden met de gevoelens van inwoners met een donkere huid. De intocht van Sint en Zwarte Piet zou inbreuk maken op het privéleven van zwarte mensen. „Met name de rol van knecht en het uiterlijk en gedrag van Zwarte Piet leiden immers tot het beeld dat zwarte mensen ondergeschikt en dom zijn”.

De Raad van State stelt nu dat de vergunning in 2013 terecht alleen is getoetst op openbare orde en veiligheid. Een burgemeester is, in het kader van de vergunningverlening, niet bevoegd de vraag te beantwoorden of van de figuur van Zwarte Piet een discriminerend effect uitgaat.

De vraag of de figuur van Zwarte Piet daadwerkelijk in strijd is met grondrechten kan niettemin aan een rechter worden voorgelegd, maar niet in een procedure tegen de burgemeester over de vergunning voor de Sinterklaasintocht. Denkbaar is dat bij de burgerlijke rechter een procedure wordt gestart op grond van onrechtmatige daad tegen de organisatoren of uitvoerders van het evenement; of dat aangifte wordt gedaan van veronderstelde strafbare feiten.