‘Robert Long wees me de weg’

Om Robert Longs baanbrekende liedjes over homoseksualiteit bij een jonger publiek bekend te maken, zingt Paul de Leeuw zijn werk

Foto Andreas Terlaak

‘Toen ik Kalverliefde van Robert Long voor het eerst bij Willem Duys op de radio hoorde dacht ik: dat gaat over míj!” Paul de Leeuw besloot een album met nummers van zijn muzikale held Robert Long (1943-2006) op te nemen, toen hij bij een zoektocht op Spotify merkte dat er bedroevend weinig van de Utrechtse zanger te streamen viel. ,,Het moet mogelijk zijn om een jong publiek voor die fantastische liedjes te interesseren” zegt de theatermaker, zanger en televisiepresentator over De Leeuw Zingt Long.

Paul de Leeuw (52) riep de hulp in van New Cool Collective, rapper Typhoon, harpist Remy van Kesteren en bandoneonist Carel Kraayenhof. Zangeres Ruth Jacott en pianist Cor Bakker, oudgedienden uit De Leeuws muzikale cirkel, waren niet moeilijk te porren voor het project. Trompettist Eric Vloeimans, het Rosenbergtrio en Songfestivalfavoriet The Common Linnets (Ilse DeLange en JB Meijers) spelen de sterren van de hemel, naast uitbundige vocale bijdragen van Gay Men’s Chorus Manoeuvre en het Nederlands Musical Ensemble.

Een muzikale lappendeken is het album niet geworden, want de nummers van Robert Long zorgen voor een duidelijk signatuur: trots, maatschappijkritisch, roerend en rebels. ,,Toen ik vijftien was wees Robert Long me de weg naar de grotemensenwereld met een lied als Thorbeckeplein,” zegt De Leeuw. ,,Ik wist allang dat ik homo was, maar je sprak daar toen nog niet openlijk over. Robert Long verwoordde mijn gevoel, mijn verlangens. Hij zong over spannende dingen: hoe je als homo gevangen kunt zitten in een huwelijk en hoe je in de grote stad zomaar een man op straat tegen kon komen. Het zelfmoordbriefje dat de hoofdpersoon uit Zeven over twaalf achterliet; dat was een heftige tekst die er inhakte bij mij.”

Vroeger Of Later (1974) en Levenslang (’77), de eerste soloplaten van Robert Long nadat zijn popgroep Unit Gloria uiteenviel, maakten grote indruk op de jonge Paul de Leeuw. „Het was niet gebruikelijk dat een zanger zulke persoonlijke teksten schreef, met stevige uithalen naar godsdienst en burgerlijkheid. En hij zong over de herenliefde, een unicum in die tijd. Hij kon rellerig uit de hoek komen, zoals hij zong over de kerk in Het leven was lijden en Jezus redt. Die laatste heb ik niet vertolkt, evenmin als zijn grootste hit Iedereen doet het. Die zijn mij te carnavalesk en dat doet Robert Long geen eer aan.”

Robert Longs teksten bleken zo tijdloos dat Paul de Leeuw er nauwelijks iets aan hoefde veranderen. ,,Ik ben niet vies van controverse maar het woord kankerlijer, uit Beschaafde tango, heb ik veranderd in klerelijer. En de jongens van New Cool Collective vonden dat je niet meer kunt zingen over een relatie van een man van 35 met een jongen van 17, in Je bent pas zeventien. Uiteindelijk gingen ze toch akkoord, want zo gaat dat lied nou eenmaal. Ik heb de liedjes met het grootste respect behandeld, al zing ik natuurlijk anders dan Robert Long. De geaffecteerde toon die toen bij kleinkunst hoorde, en de langzame manier waarop hij sommige woorden zong, doe ik niet na. Het enige wat ik wilde was dat de emotie intact bleef.”

Met de bijdrage van bandoneonist Carel Kraayenhof in Als je ooit weggaat wilde De Leeuw het gevoel oproepen dat de traan van Máxima op haar huwelijksdag bij het Nederlandse volk losmaakte. ,,Hij heeft er zelfs een stukje Adiós Nonino in verwerkt.” Bij zijn vertolking van Afscheid kreeg De Leeuw het bijna te kwaad. „Ik stond nog net niet te huilen in de studio. Niet alleen van de tekst, maar vooral het mandolinespel van Benny Ludemann die ik al volg sinds hij bij Toon Hermans speelde.” Het album bevat muziek die helemaal van deze tijd is, zegt Paul de Leeuw. ,,Neem het nummer Jij en ik met de strofe ‘Als ik de vijftig haal zonder een giframp is het een wonder.’ Dat slaat helemaal op hier en nu, met de angst voor ebola en de islam. De liedjes van Robert Long zijn zo actueel als de neten.”