Radcliffe als hoorndrager

Nog frustrerender dan een waardeloze film is een film die na een veelbelovend begin alles fout doet. Een film als Horns, die ook de capabele hoofdrolspeler Daniel Radcliffe niet kan redden. Hij speelt Iggy, bewoner van een dorp ergens in de mistige naaldwouden van Noordwest-Amerika en alom gehaat omdat alles erop wijst dat hij zijn grote liefde Terry heeft vermoord. Op de ochtend nadat hij in dronken razernij een Madonnabeeldje kapot heeft geslagen, ontwaakt Iggy met hoorns op zijn hoofd: hij is de duivel geworden die men in hem ziet. Plots biechten wildvreemden hun zondige impulsen aan hem op, sterker nog: voeren ze die ter plekke uit. Hetgeen een paar grappige scènes oplevert en zelfs een tragische: Iggy’s ouders die bekennen hoe ze echt over hun zoon denken.

Maar zet Iggy, bewapend met hooivork en slangen, die paranormale krachten in om de moord op Terry op te lossen, dan belandt de film in een tolvlucht. Elke flashback slaat een nieuwe krater in de toch al wankele plot, en terwijl de incoherentie groeit, wordt de toon onvast, de moraal dubieus en de emotie stroperig. En wie is Iggy? Een martelaar of een sadist die een ijdele vrouw verminkt en latente homo’s te kijk zet?

Beelden en special effects zijn in goede handen bij horrorspecialist Aja, maar met acteurs die niet gillen, vechten of in brand vliegen weet hij zich kennelijk geen raad. Je kan slechts verbluft toekijken terwijl Horns richting crash tuimelt – al heeft zoveel stuurloosheid ook wel een pervers soort charme.