Pech? De staat deed ons de aardbevingen aan

Illustratie R.J. Matson

De staat moet de gaskraan in Groningen dichtdraaien en alle gedupeerden compenseren. Maar tot op heden verdomt de staat dat, en daar kan ik niet in berusten, schrijft gedupeerde Nicolette Marié.

Op woensdag 8 oktober ben ik bijna ontploft. Op die dag fabuleerde minister Kamp (Economische Zaken, VVD) dat de huizenverkoop in Noordoost-Groningen nauwelijks te lijden heeft van de aardbevingsproblematiek.

Ik hyperventileerde van woede en dat was opmerkelijk. De afgelopen jaren heb ik vele redenen gehad om in duizend stukjes uiteen te spatten. Toch heb ik dat steeds weten te voorkomen, door te mediteren en mijn zegeningen te tellen.

In 2008 liep mijn man door een tekenbeet de ziekte van Lyme op. Door het gevecht tegen ziekte en medische stand waren we doodop. In 2011 zetten we ons huis te koop. Nu, in 2014, zijn we vele aardbevingen en enkele prijsverlagingen later. Ons huis is nog altijd niet verkocht. We hebben een enkel lichtzinnig bod gehad, 50 procent onder de WOZ-waarde van begin 2012, vóór de beving bij Huizinge. Zouden we op dat bod zijn ingegaan, dan stonden we nu met een restschuld op straat.

Inmiddels ervaren we onze woon- en werkplek als gevaarlijk en ziekmakend. Op anderhalve kilometer van ons dorp bevindt zich de grootste productielocatie van het Groningenveld. De gaswinning geeft op diverse manieren overlast. Ons huis is aan het scheuren en verzakken.

En nu ben ik dus niet alleen hondsmoe, maar ook zielsverdrietig, bij vlagen doodsbenauwd, en bovenal pisnijdig. Er komt een dag dat ik, of een van de honderdduizenden andere gedupeerden, in duizend stukjes uit elkaar spat, met alle kwalijke gevolgen van dien.

Lees verder in NRC Handelsblad: ‘Pech? De staat deed ons de aardbevingen aan’ (€)