Op herhaling met ordinaire moeder en agressieve zoon

Het ene moment gaan ze elkaar te lijf, het andere moment ligt de zoon met zijn hoofd in moeders schoot. Wie Xavier Dolans autobiografische debuut J’ai tué ma mère zag, herkent direct de moeder-zoondynamiek van Mommy, Dolans vijfde film. Hij won er in Cannes de Juryprijs mee, gedeeld met veteraan Jean-Luc Godard.

Een haat-liefdeverhouding op het scherp van de snede dus. Die paradox wordt mooi verbeeld op het affiche van de film, waarop Steve zijn moeder Diane met zijn hand de mond snoert, en daar tegelijkertijd een kusje op plant. Anne Dorval, de actrice die de moeder vertolkte in J’ai tué ma mère, speelt ook hier weer de moederrol. Aan het begin van Mommy haalt zij de 16-jarige Steve uit een inrichting. Hij heeft een vrij extreme vorm van ADHD, waarbij agressie constant op de loer ligt. De familiebanden kruipen waar die niet kunnen gaan: beiden zijn zeer bedreven in schelden, het uiten van beledigingen en ander creatief taalgebruik.

Als Steve niet hyperactief is, lijkt hij bijna een gewone tiener. Maar dan gaat hij weer over de schreef, zoals in een sterke scène waarin hij zijn buurvrouw Kyla betast. Zij is een lerares die naar eigen zeggen een sabbatical heeft en door een of ander trauma – de film blijft er vaag over – stottert. Al lijkt ze thuis meer te stotteren dan als ze bij Steve en Diane is en ze gedrieën aan de boemel gaan. Ook Steve voelt zich bij haar op zijn gemak en hoopt door haar bijlessen zijn school te kunnen afmaken.

In al zijn films is Dolan een kei in het uitkiezen van liedjes die de vertelling op majestueuze wijze optillen. Denk bijvoorbeeld aan Dalida’s Bang Bang in Les amours imaginaires. In Mommy gebruikt hij songs uit de jaren negentig, toen Steves vader nog leefde. We horen foute pop (Céline Dion), Amerikaanse rock (Counting Crows) en Wonderwall van britpopband Oasis. De frase uit het refrein, „Because maybe / You’re gonna be the one that saves me”, slaat weer mooi op de hoop die Steve op Kyla projecteert – van zijn moeder heeft hij weinig te verwachten.

Mommy speelt zich af in een laag milieu; bijna-vijftiger Diane kleedt zich behoorlijk ordinair, met haar strakke spijkerbroeken en sexy shirtjes. Een groter contrast dan met de keurige Kyla is niet denkbaar. Weduwe Diane wordt door toedoen van de brutale Steve ontslagen, dus moet ze nog meer de eindjes aan elkaar knopen. Lukt dat met zo’n lastige zoon in huis? Dat Dolan zijn film begint met een tekst over een (fictieve) nieuwe wet die ouders in staat stelt hun onhandelbare kinderen zonder tussenkomst van zorginstanties af te leveren bij de staat, is natuurlijk niet voor niets.

Mommy roept dezelfde extreme gevoelens op als die tussen Steve en Diane. Zo filmt Dolan in een vierkant beeldratio van 1:1. Enerzijds een gedurfd artistiek experiment dat de nadruk heel erg op de personages legt, anderzijds is het een obligate metafoor voor personages die klem zitten. Ook het moment waarop Steve dit beeldformaat tijdelijk doorbreekt, levert een mooi beeld op, maar dat hij dit doet terwijl hij wild over brede straten skate en ook nog eens hard ‘vrijheid!’ roept, is dan weer knullig.