Niet om het orkest, maar om de musici

Heddy Honigmann opent IDFA met de wereldtournee van het Concertgebouworkest. Bij haar draait het altijd om mensen; om de musici en om het publiek.

Om het 125-jarig bestaan te vieren reisde het Koninklijk Concertgebouworkest in 2013 de wereld rond en gaf vijftig concerten op zes continenten. Maar verwacht van de openingsfilm van IDFA, Around the world in 50 concerts van Heddy Honigmann (63), geen verslag van deze megaonderneming. De ‘grande dame’ van de Nederlandse documentaire pikt er drie musici van het orkest uit, en drie concerten – in Buenos Aires, Soweto en Sint Petersburg. Het volledig orkest komt weliswaar regelmatig in beeld, maar de nadruk valt toch vooral op de individuele musici, en meer nog op individuele concertbezoekers.

De jongste Honigmann is dus in zekere zin typerend voor haar oeuvre, dat dit jaar centraal staat op IDFA, waar zij eregast is, een toptien heeft samengesteld en veel van haar werk in retrospectief getoond wordt. Want heel vaak heeft zij in haar films de individuele mens centraal gesteld, ongeacht de context van de documentaire. En die mens komt er meestal verrassend uit naar voren, nooit cliché, altijd eigenzinnig en op een bepaalde manier heroïsch – hoe arm of verschoppeling ook.

Around the world in 50 concerts was een opdrachtfilm – wat voor de notoir eigenzinnige Honigmann even wennen was: „Ik heb nog nooit een film hoeven pitchen [het filmconcept aan de man brengen, red.] en het is voor mij strikt noodzakelijk dat ik me bij het maken van een film als een visje kan bewegen.” Met de jaren, vertelt zij, valt het haar steeds zwaarder om voor het draaien filmplannen en scenario’s te schrijven die nodig zijn om subsidies te verkrijgen.

Liefde en genialiteit

De structuur is uiteindelijk pas aan de montagetafel ontstaan, bij de eerste van de drie episodes: percussionist Herman, vertellend over die ene bekkenslag in een symfonie van Bruckner. Daar blijkt ook de ‘liefde en genialiteit’ van de musici, die bij het draaien diepe indruk op haar hebben gemaakt, vertelt Honigmann.

Ze laat zien hoe die soms aan bezetenheid grenzende muzikale betrokkenheid de musici op hun dolle tocht door de wereld niet verlaat, in weerwil van de plastic wereld van vliegvelden en hotels, de jetlags, de soms moeizame pogingen per Skype contact met het thuisfront te houden. Honigmann gaat bij de registratie van een concert niet zozeer voor spelende handen. „Ik houd van gezichten.” Haar keuze voor Buenos Aires, Soweto en Sint-Petersburg is bepaald door de tragische geschiedenis van deze locaties. „Ik wist vanaf het begin dat ik naar landen met een zware geschiedenis wilde”, zegt Honigmann.

De toeschouwer van de film beleeft het concert steeds door de ogen van één toeschouwer uit het publiek: een Argentijnse taxichauffeur voor wie klassieke muziek de banaliteit van het dagelijks leven compenseert, een man uit Soweto wiens liefde voor de muziek begon toen zijn vader een strijkstok zonder haren voor hem op de kop tikte. De grootste, onderdrukte, dramatiek spreekt uit de laatste episode: een Rus die de concentratiekampen van zowel Stalin als Hitler overleefde en verzucht dat „het leven niet gemakkelijk is geweest. Maar ja, men heeft nu eenmaal geen tweede leven.” En goddank is er altijd Mahler.

Ook in eerdere films van Honigmann speelde muziek een grote rol. Het ondergronds orkest legt emotionele en sociale structuren bloot aan de hand van muzikanten in de metro van Parijs. In Crazy vertellen mensen over hun meest indringende oorlogservaring aan de hand van muziek die ze daarmee associëren. „Muziek is communie”, vindt Honigmann. Tegen het einde van de film zegt een bassist, sprekend over de Tiende symfonie van Sjostakovitsj, waarin hij een evocatie van de stalinistische terreur hoort: „Een regime dat zich superieur aan de kunst waant, zal altijd ten onder gaan.” Honigmann deelt die opvatting: „Wie heeft er ooit gehoord van muziek uit Noord-Korea? Zonder muziek leeft men in een bevroren wereld.”

Bitter weinig begrip

Een van de lastigste opgaven bij het maken van Around the world in 50 concerts waren de opnamen in de concertzalen, vertelt de regisseur. Zaaldirecties hadden vaak bitter weinig begrip voor de noodzaak om met twee camera’s niet alleen het orkest te registreren, maar ook individuele musici en toeschouwers. Maar als de emoties hoog opliepen, brachten vaak de bodes van het Concertgebouworkest uitkomst, die met het orkest meereizen voor de logistiek. „De bodes zijn geweldig”, zegt ze. Ze kan over elk shot uit de film vertellen waar ze stond, wat ze dacht en wat er gebeurde.

Ze kan dat trouwens ook met al haar films uit het verleden, shot voor shot. Mochten morgen door een vreselijke ramp alle archieven van de aardbodem verdwijnen – geen nood: dan is er altijd nog Honigmann om haar films na te vertellen, beeld voor beeld. En nog heel lang, hopelijk: ze heeft een film over honderdjarigen in de zin.