Miljoenenschikkingen wel efficiënt, maar niet genoeg

Dat is nog eens een onverwachte meevaller. Het Openbaar Ministerie heeft een recordschikking van 240 miljoen dollar, omgerekend 193 miljoen euro, getroffen met het Nederlandse bedrijf SBM Offshore wegens ongeoorloofde betalingen aan tussenpersonen in onder meer Brazilië, een belangrijke markt voor de maritieme dienstverlener SBM.

De eerste betaling van 100 miljoen dollar heeft SBM inmiddels overgemaakt. Kassa voor minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, die het geld naar zijn begroting ziet stromen.

De meevaller voor de schatkist betekent tegelijkertijd een tegenvaller voor het rechtsgevoel. Het is het goed recht van het Openbaar Ministerie om een zaak niet voor de rechter te brengen, maar op een schikking aan te sturen met een verdachte. In grote zaken als deze moet minister Opstelten daar zijn goedkeuring aan geven.

Aan een schikking zitten talloze voordelen. Voor de direct betrokken partijen tenminste. De officier van justitie hoeft het bewijsmateriaal niet zodanig te ordenen en te presenteren dat een veroordeling volgt. Er is geen kans op een nederlaag. Geen hoger beroep. Efficiënt, zeker. De verdachten besparen zich eveneens een kostbare langdurige rechtszaak, die ernstig reputatieverlies plus een veroordeling kan opleveren. Vandaar dat de afgelopen jaren een hele serie zaken met een schikking afliep. De Rabobank betaalde op deze manier de prijs voor haar rol in de manipulatie van de Libor-rentetarieven. Bouwbedrijf Ballast Nedam en diens externe accountant KPMG schikten een omkopingszaak in Saoedi-Arabië en Suriname.

Bij de verdediging van een schikking wordt ook aangevoerd dat justitie met het betrokken bedrijf harde afspraken kan maken over disciplinaire maatregelen, opleidings- en trainingsprogramma’s en effectieve controles om herhaling te voorkomen. Dat gebeurt inderdaad bij SBM. Nog een pluspunt: SBM zal het schikkingsbedrag niet als fiscale aftrekpost claimen.

Daartegenover staat het aangetaste rechtsgevoel van de burgers. Het gevoel dat de verdenking van langdurige en intensieve witteboordencriminaliteit in een achterkamertje wordt afgedaan. Dat geldt zeker voor grote ondernemingen, waarbij het erop lijkt alsof er geen verantwoordelijke bestuurders en andere personen bij betrokken waren. Alleen de abstracte rechtspersoon is partij in de schikking. Dat is hoogst onbevredigend.

Onlangs riep aftredend president Corstens van de Hoge Raad het Openbaar Ministerie op om substantiële schikkingen wél aan de rechter voor te leggen, zodat de rechter zich daar in alle openbaarheid over kan uitlaten. Zijn pleidooi verdient steun.