Miljardenboete voor vijf banken wegens fraude met valutahandel

Vijf banken betalen in totaal 3,4 miljard dollar boete omdat zij vertrouwelijke informatie over klanten deelden.

Vijf grote internationale banken hebben vandaag een megaboete gekregen voor het manipuleren van de valutahandel. De Zwitserse bank UBS, de Britse banken HSBC en RBS en de Amerikaanse banken Citigroup en JPMorgan Chase moeten gezamenlijk 3,4 miljard dollar (2,7 miljard euro) betalen aan de financiële toezichthouders in hun land. Ze kregen een korting van 30 procent omdat ze goed hebben meegewerkt.

De betrokken valutahandelaren deelden vertrouwelijke informatie over klanten met elkaar en gebruikten die om transacties naar hun hand te zetten. Ze richtten aparte chatrooms op om deze informatie uit te wisselen. De Britse toezichthouder FCA vond hierin bewijzen voor de samenwerking. Na een transactie waarbij de betrokkenen 162.000 dollar verdienden, feliciteerden ze elkaar: „Hoera, mooi teamwerk”.

De fraude werd gepleegd tussen januari 2008 en oktober 2013. Dit betekent dat de manipulaties nog geruime tijd doorgingen nadat het Libor-schandaal losbarstte, in het voorjaar van 2011. Voor hun betrokkenheid bij het manipuleren van het internationale rentetarief Libor hebben UBS en RBS hoge boetes gekregen. De Britse bank Barclays was in 2012 de eerste die beboet werd voor Libor. Er loopt nog een onderzoek naar betrokkenheid van Barclays-handelaren bij de valutazwendel. In de VS en het Verenigd Koninkrijk lopen los van deze schikking strafrechtelijke onderzoeken naar de betrokken handelaren.

De wereldwijde valutahandel heeft een omvang van 5.300 miljard dollar per dag. Ongeveer 40 procent van de transacties vindt plaats in het financiële centrum van Londen, de City. De wisselkoersen die door deze handel tot stand komen zijn bepalend voor de marktprijzen van exportgoederen in de wereld. De G20-landen bespreken deze week in Brisbane maatregelen om de valutahandel beter te reguleren.