Minister Asscher maakt zich zorgen over steun Turks-Nederlandse jongeren voor jihadstrijders

De ruime steun van Turks-Nederlandse jongeren voor gewelddadige groepen als Islamitische Staat is verontrustend. Dat zei Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken (PvdA) gisteren tegen Nu.nl. Asscher reageerde op een onderzoek van Motivaction waaruit zou blijken dat 80 procent van de Turkse jongeren het niet afkeurt dat uit naam van de jihad geweld wordt gebruikt tegen mensen met een ander geloof. Ook vindt 80 procent van de ondervraagden de terugkeer van jihadstrijders naar Nederland geen probleem en vindt 90 procent van de Turkse jongeren dat strijders die het opnemen tegen Assad ‘helden’ zijn. De minister noemt het nieuw dat zo veel Turkse jongeren Islamitische Staat lijken te steunen. „Alles in ons verzet zich tegen denkbeelden als het toepassen van geweld tegen anders gelovigen. Het mooie van Nederland is juist dat je mag geloven wat je wilt of niet geloven wat je wilt zonder dat daar geweld bij hoort”, aldus de minister. „We mogen niet accepteren dat deze jongeren zich op deze manier van de samenleving afkeren.” Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn minder positief over de islamitische strijders. 18 procent vindt de jihadstrijders ‘helden’, en ongeveer een op de vijf vindt het goed als Nederlandse moslims naar Syrië vertrekken. Bij Turks-Nederlandse jongeren is dat de helft. Als reden om te vertrekken naar Syrië noemen de jongeren de ‘religieuze plicht’ en hulp aan personen die onderdrukt worden. Minister Asscher wil in gesprek gaan met Turkse organisaties en de jongeren zelf. Voor het onderzoek zijn 300 Turkse en 404 Marokkaanse Nederlanders gepeild, in de leeftijd 18 tot en met 34 jaar. Dit ging grotendeels om face-to-face-enquêtes.