Glastempel voor kaas in Beemster

Foto Luuk Kramer

De nieuwe kaasmakerij van CONO Kaasmakers in de 17de-eeuwse droogmakerij Beemster is een onvervalste landscraper. De langste gevels van het rechthoekige gebouw, dat morgen wordt geopend door koningin Máxima, zijn maar liefst 231 meter lang. Toch is de kaasmakerij, anders dan sommige monumentenzorgers vreesden, geen aantasting geworden van het UNESCO-monument dat de Beemster sinds 1999 is. Met zijn lange, horizontale lijnen voegt het lange, deels in de grond verzonken gebouw zich mooi in het weidse, platte poldergebied van de Beemster.

Niet alleen doordat het een landscraper is, is de makerij van Beemsterkaas een verrijking van het eeuwenoude cultuurlandschap. Architect Bastiaan Jongerius heeft voor zijn ontwerp van de kaasmakerij goed gekeken naar het vroeg 17de-eeuwse landschapsontwerp van de Beemster – een raster van vierkanten volgens de verhoudingen van de Gulden Snede – en de karakteristieke Noord-Hollandse stolpboerderijen met hun hoge piramidedaken.

Eerder, in 2005, bouwde Jongerius al voor CONO Kaasmakers een weipoedertoren – wei is een restproduct bij kaasproductie – in de vorm van een mooie, Rietveldachtige compositie van rechthoekige dozen. Schuin achter de hoge weipoederfabriek plaatste hij de lage kaasmakerij. Als over enkele jaren de oude, naburige kaasmakerij, die bestaat uit enkele onaanzienlijke gebouwen, is afgebroken, vormen ze een ensemble dat verwant is met de stolpboerderijen met stallen die overal in de Beemster staan.

Maar als gebouw heeft de nieuwe kaasmakerij niets van de rommeligheid die stallen vaak eigen is. Integendeel, met de vele houten, in slagorde geplaatste kolommen die aan alle kanten voor de glazen gevels zijn gezet, doet de kaasmakerij niet alleen denken aan de rijen bomen die in de Beemster vaak langs wegen staan, maar vooral aan de klassiek-modernistische glazen kunsttempels als de Neue Nationalgalerie in Berlijn van de übermodernist Ludwig Mies van de Rohe (1886-1969). Met een soortgelijke precisie en gevoel voor goede verhoudingen als Mies van der Rohe heeft Jongerius een doorzichtige kaastempel ontworpen. De reeksen smalle kolommen van iroki-hout worden bijvoorbeeld, geheel volgens de regels van de klassieke bouwkunst, steeds aan beide zijden afgesloten door bredere hoekdelen.

Ook het interieur, ontworpen door Hugo Broeders, stijgt uit boven dat van het gemiddelde bedrijfsgebouw. Bezoekers van de kaasmakerij komen eerst in een ruime hal met de royale hoogte van zeven meter. Achter de balie hangt een groot kleurig mozaïek van een smachtend hedendaags melkmeisje (naar een schilderij van Maryan van Winden), de vloer is bekleed met zwart natuursteen. Glas domineert ook het interieur: de meeste kantoorruimtes, waarvan er enkele ook een hoogte hebben van zeven meter, hebben glazen wanden gekregen. Ook in de lange gang op de eerste etage kunnen bezoekers door een lange glazen wand de melkketels zien en het pekelbad en andere onderdelen van de kaasmakerij die in een lange keten staan opgesteld. En overal zijn de goedkope systeemplafonds met armzalige strips die bijna alle hedendaagse Nederlandse bedrijfs- en kantoorgebouwen teisteren, weldadig afwezig.