En de Tweede Kamer? Die schaffen we af

We komen net uit de crisis, maar het kan zo weer misgaan, waarschuwt econoom Itai Agur (34). Er zit maar één ding op: radicaal hervormen. „We mogen best accepteren dat veel dingen helemáál niet zo goed zijn hier.”

foto’s mieke meesen

Wat zou jij in Nederland veranderen, als je de macht had? Als het aan Itai Agur lag, dan zou hij alles anders doen. Wacht, toch niet echt alles? Nou, eigenlijk wel. Alles. Het belastingstelsel, de zorg, onderwijs, pensioenen, de huizenmarkt, noem maar op. En, zegt hij, dit allemaal veranderen, dat lukt natuurlijk niet in het huidige politieke systeem. Dus laten we dat ook maar even op de schop nemen – als we toch bezig zijn.

Econoom Agur, 34 jaar oud, is zo’n beetje de definitie van een wereldburger. Hij is geboren in Den Haag, woonde in Italië, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Engeland, China, Israël en nu al drie jaar in Singapore. Hij spreekt acht talen. Met zijn Chinese vrouw spreekt hij Nederlands, met zijn kinderen Engels, en zij Chinees. Agur zweeft boven de nationaliteiten uit, kan vergelijken, en als hij naar zijn geboorteland kijkt, dan ziet hij veel misgaan. Daar schreef hij een boek over, Voorbij de heilige huisjes van de Nederlandse economie, dat afgelopen maand uitkwam.

We lijken langzaam uit de crisis te komen, schrijft Agur, maar we moeten radicaal hervormen, anders gaat het allemaal wéér mis. „En dan heb ik het niet over het bijschaven van een miljoentje hier of daar”, zegt hij. „Dit is het moment om groter te denken.”

Dus, stelt hij voor (een greep): verlaag de inkomstenbelasting en verhoog de belasting op vermogen. Hef de Tweede Kamer op. Weg met sociale huur. Weg met baangerichte opleidingen. Met vaste pensioenleeftijden. En vooral: weg met die zelfgenoegzaamheid. „We mogen best eens accepteren dat veel dingen helemáál niet zo goed gaan hier.”

Jij durft.

„Tja. Ik vind dat economen soms best eens stelling mogen nemen, de nuance laten varen. En vergis je niet: het meeste van wat ik zeg, is eigenlijk niet helemaal nieuw, hè? Voor veel economen is dit gesneden koek. Er wordt alleen niets mee gedaan. Er is alleen nogal een verschil tussen wat economen zeggen en wat politici daarmee doen.”

Een van jouw stokpaardjes: de ongelijkheid is in Nederland groter dan we denken.

„Als je kijkt naar vermogensongelijkheid, dan zit Nederland aan de internationale top. De armste helft van Nederland bezit nauwelijks vermogen. Dat hoor je bijna nooit. Van westerse landen zijn alleen de VS ongelijker. Het verschil met daar is dat de ongelijkheid in Nederland niet leidt tot wanhopige situaties. De armoede is minder zichtbaar en de rijken lopen minder te koop met hun rijkdom. Maar de armoede wordt wel degelijk onderschat. Ik noem dat de mythe van het televisietoestel: als je in de jaren vijftig een televisietoestel bezat, dan had je het goed. Nu kun je een tv hebben, maar nauwelijks genoeg eten op tafel krijgen voor je gezin.”

Dus, wat te doen?

„Hervormen. Je denkt: Nederland is progressief, dus de belastingdruk op rijken is hoger dan op armen. Maar in de praktijk is dat helemaal niet zo. De belasting op inkomens is hoog, ja, maar die op vermogen enorm laag. Rijken worden dus een stuk minder zwaar belast dan je zou denken. Dat kunnen we veranderen. Laten we beginnen met een huizenbelasting: die is in Nederland bizar laag, terwijl tweederde van al het vermogen in huizen zit. Als je de huizenbelasting verhoogt, dan kun je de inkomstenbelasting verlagen. Zo werk je toe naar meer egaliteit. O, en stop met sociale huur.”

Dat klinkt contra-intuïtief. Is sociale huur niet juist bedoeld om ongelijkheid tégen te gaan?

„Jazeker, maar het doet is precies het omgekeerde. Dat is één van die dingen, het gevaar van politieke kleuren. Als je links bent, dan ben je tegen ongelijkheid, dus vóór sociale woningbouw – maar die eindsom klopt helemaal niet. En dat zie je zo vaak. Sociale huur leidt juist tot vermogensongelijkheid. Op korte termijn betekent het goedkoop huren, maar op lange termijn dat minder bedeelden nooit een huis zullen kopen en dus nooit vermogen zullen opbouwen. Ook iets wat we moeten veranderen.”

Itai Agur speekt met een hoge, jongensachtige stem. Zijn oogopslag is tegen het verlegene aan. Bescheiden, zo iemand die als je hem aanspreekt op de schaal van zijn ambitie reageert met „och, ik ben gewoon breed geïnteresseerd”. Heel anders eigenlijk, dan je aan de hand van zijn boek zou verwachten. Dat leest namelijk als een economisch manifest. Een aanval. Agur presenteert zich met zijn visie op ongelijkheid als een Nederlandse Piketty met zijn loop gericht op het vaderland.

Agur is kind van een schaakmeester en een schilderes. Al jong voelde hij zich maatschappelijk geëngageerd: op zijn veertiende was hij degene die in Den Haag namens zijn school een zelfgeschreven aanvulling op de Verklaring van de kinderrechten uitreikte aan de staatssecretaris. Economie een roeping? Mwah. „Het leek me vooral een manier om veel van de wereld te kunnen zien.” Hij bleek er, op zijn zachtst gezegd, aanleg voor te hebben.

Agur promoveerde, werkte bij De Nederlandsche Bank en is nu extern consulent voor het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Singapore. Kort gezegd geeft Agur „les aan beleidsmakers van over de hele wereld over economische kwesties”. Hij lacht. „Als een soort docent eigenlijk. Als ik in Azië sommige aspecten van het Nederlands beleid uitleg, dan geloven ze me gewoon niet. Wat betreft de huizenmarkt kent Nederland het meest lakse beleid ter wereld. Als ik Aziatische beleidsmakers vertel dat je voor de crisis in Nederland méér mocht lenen met je hypotheek dan de waarde van je huis, dan vallen ze van hun stoel.”

Nu wil hij het grote publiek bereiken.

Je noemt jezelf een klokkenluider?

„Mijn doel is om kennis over te brengen die al bestaat, maar die voor de massa onzichtbaar is. Economie is geen quantumfysica; het is leuk als een fysicus het aan het grote publiek wil uitleggen, maar dat is geen halszaak – je dagelijks leven zal er niet door veranderen. Economie is anders, dat raakt iedereen. Daarom wil ik de mensen wakker schudden met een boek over ingewikkelde materie dat je kunt begrijpen.”

Toch kan de gemiddelde lezer, net als bij quantumfysica, moeilijk narekenen wat jij beweert.

„Dat is zo, maar ik kan in ieder geval tot nadenken aanzetten. Dat je kijkt buiten de kaders die je al kent. Dingen kunnen ook héél anders.”

Zoals dat jij de Tweede Kamer wilt afschaffen. Gaat dat niet een beetje ver?

„Ambitieuze hervormingen zijn niet haalbaar in het huidige systeem. De Nederlandse politiek is versnipperd, het systeem achterhaald. Kijk eens naar andere landen. Ik stel voor om de Eerste Kamer het hart van de democratie te maken, met bijvoorbeeld zestig senatoren. Per provincie wordt het aantal senatoren bepaald aan de hand van het inwonertal. Daarmee bereik je stabiliteit en bestuurbaarheid.”

Is dat haalbaar?

„Als we echt zouden willen. Maar eerlijk gezegd is het voor mij geen must dat alles wat ik voorstel echt gebeurt. Provoceren is prima, als we er vervolgens over gaan discussiëren.”

Zijn er onderwerpen waar jij je vingers niet aan wilt branden?

„Ik schrijf niet over dingen waar ik niets vanaf weet. Dus verdiep ik me en zorg ik dat ik er iets vanaf weet. Nee dus, eigenlijk. Economie is een universele denkwijze.”

Kom je ooit terug naar Nederland?

„Ik zeg niet dat Nederland een slecht land is. Het kan allemaal. Ik zit nu drie jaar in Singapore en ik heb altijd de kriebels om weer te verkassen. Maar dat zou nu weleens de VS kunnen zijn.”

Waarom?

„Nou ja, ik uh… Daar heb ik nog niet gewoond.”