Dit is LA: lelijke stad, mooie mensen

Voor zijn online project ‘I Am Los Angeles’ portretteert de Nederlandse filmmaker Joris Debeij uiteenlopende inwoners van LA. Het betekende zijn doorbraak in de Amerikaanse filmwereld.

Eindeloos groot, chaotisch, geen centrum, veel asfalt – Los Angeles is geen gemakkelijke plek om terecht te komen. „Toen ik in 2009 in LA kwam wonen voor mijn afstudeerproject, dacht ik niet dat ik me hier ooit thuis zou voelen”, zegt filmmaker Joris Debeij (28). Maar vijf jaar later woont hij er nog steeds: hij trouwde een Amerikaanse, werd vader en won een prestigieuze Emmy Award voor zijn documentaire Invisible Cities: An Opera for Headphones. „Ik voel me een echte Angeleno”, lacht hij.

Zijn plek in de stad – en zijn carrière – dankt hij grotendeels aan zijn project ‘I Am Los Angeles’ (I Am LA), een website met korte documentaires over inwoners van de stad. De filmpjes, dertig stuks, hebben hetzelfde format: via een voice over vertelt een inwoner over zijn leven, beelden tonen de stad door zijn ogen. Het levert een reeks intieme portretten op. „Alsof je met iemand koffie drinkt, of naast iemand in de bus zit”, aldus Debeij.

Hoe kwam hij op het idee? „Toen ik net in LA woonde maakte ik televisie-items voor Nederlandse media, zoals RTL Boulevard en EenVandaag”, vertelt hij. „Maar dat ging altijd over dezelfde onderwerpen: Hollywoodsterren, bosbranden en verhalen over gekke Amerikanen. Met I Am LA wilde die verhalen vertellen die ik zélf belangrijk vind.”

Want de stad zelf is niet mooi, het zijn de mensen die de stad bijzonder maken, aldus Debeij: „Iedereen heeft een eigen verhaal hoe hij er is gekomen en wat hij er hoopt te bereiken. Dat wil ik laten zien.”

Aanvankelijk maakte Debeij filmpjes over mensen die hem opvielen: een bodybuilder die in een speedo met toeristen poseert op Venice Beach, een schoenpoetser in Santa Monica, een meisje met een hippe food truck. Het perspectief van een nieuwkomer, zegt hij terugblikkend.

Naarmate hij langer in de stad woonde, vond hij verhalen die minder aan de oppervlakte liggen. Zoals een detective die al twintig jaar werkt in het gevaarlijke South LA en niet door de stad kan rijden zonder plekken te zien waar mensen zijn vermoord. Of een voormalige dakloze die op Skid Row leefde en laat zien bij welke automatische tuinsproeiers hij zich ’s nachts waste om nog enige waardigheid te behouden.

Aangrijpend is ook het verhaal van Alma, een vrouw die als zestienjarig meisje vluchtte uit El Salvador, nu als naaister werkt voor het kledingmerk American Apparel en alles over heeft voor haar dochters. „In Amerikaanse media worden immigranten uit Latijns-Amerika vaak neergezet als opportunisten. Ik wil een ander perspectief bieden”, zegt Debeij. „Ik hoop dat mensen door mijn films meer begrip voor anderen kunnen opbrengen.”

De documentaires van I Am LA zijn gratis op Debeijs website te bekijken. Naast het maken van verhalen die hij belangrijk vindt, dient I Am LA namelijk ook een praktisch doel: Debeij wil zich ermee profileren als filmmaker. Het is moeilijk om als nieuwkomer binnen te komen in de Amerikaanse filmwereld, vertelt Debeij. „Je moet echt iets bijzonders doen om op te vallen; simpelweg een cv opsturen is niet genoeg.”

Zijn aanpak werkte: verschillende grote mediabedrijven benaderden Debeij of ze zijn werk tegen betaling konden overnemen. De documentaires van I Am LA verschenen zo onder meer op de websites van The Los Angeles Times, The Atlantic, The Huffington Post en BBC.

Die aandacht leidde ook tot de eerste opdrachten voor Amerikaanse media. Zo vroeg de publieke omroep hem naar aanleiding van zijn werk bij I Am LA als regisseur voor het project Invisible Cities, een muziekdocumentaire van vijftig minuten over een opera die werd uitgezonden via draadloze koptelefoons. Debeij won voor zijn televisiedebuut een lokale Emmy Award.

Inmiddels is hij gevraagd om een nieuwe documentaire te regisseren en werkt hij aan een speelfilm. Door zijn betaalde opdrachten heeft hij minder tijd voor I Am LA. Toch is hij vastberaden het project voort te zetten. Debeij: „Hoe langer ik in Los Angeles woon, des te interessantere verhalen ik tegenkom.”