Burgemeesters, zo belangrijk zijn steden echt niet

Het pleidooi van Benjamin Barber voor een wereld geregeerd door steden is geen geloofwaardig alternatief voor natiestaten, meent Reinier de Graaf.

illustratie angel boligan

In de Amsterdamse Stopera heeft in september een planning sessie van de Global Parliament of Mayors (GPM) plaatsgevonden: een conferentie over burgemeesters, voor burgemeesters, bijgewoond door burgemeesters, gemodereerd door burgemeesters en voorgezeten door een burgemeester, allemaal tot stand gekomen door een boek over burgemeesters: Als Burgemeesters zouden regeren – Haperende Staten, Opkomende Steden, door Benjamin Barber.

Deze week geeft Barber weer een toespraak in Amsterdam voor stedelijke prominenten uit de hele wereld in de World Cities Culture Summit.

In zijn boek verwerpt Barber het politieke systeem als disfunctioneel. Gedefinieerd door landsgrenzen en nationale belangen zijn natiestaten met nationale leiders niet langer effectief in een wereld die door onderlinge afhankelijkheid wordt bepaald. Burgemeesters, de leiders van steden, gekenmerkt door een meer open, netwerkstructuur en kosmopolitische demografie, zo wordt beargumenteerd, kunnen dit beter. Het is echter moeilijk voorstelbaar hoe een wereld geregeerd door steden een geloofwaardig alternatief kan vormen: de huidige generatie burgemeesters, die in het boek wordt beschreven, is waarschijnlijk succesvol juist omdat ze de wereld niet regeren maar zich kunnen concentreren op kleinere, meer directe, lokale verantwoordelijkheden, waardoor hun inzet per definitie snellere en zichtbare resultaten heeft.

Herhaaldelijk wordt gerefereerd aan een ‘crisis van de democratie’, maar hoe zou dat verbeteren als de burgemeesters het overnamen? Nu woont de helft van de wereldbevolking in steden: als burgemeesters de wereld zouden regeren, wie vertegenwoordigt dan de andere helft? Bovendien: in veel landen is de burgemeester nog altijd geen gekozen bestuurder. En in de meeste landen is de opkomst bij lokale verkiezingen nog steeds aanzienlijk lager dan bij nationale verkiezingen. Daarbij komt dat burgemeesters, als het gaat om corruptie en misbruik van bevoegdheden, een bijna nog slechtere staat van dienst hebben dan nationale leiders. Rob Ford, Toronto’s crack rokende burgemeester, was nergens te bekennen in het Global Forum in Amsterdam, niet in de GPM sessie, noch in de coffeeshops...

Er wordt gesteld dat steden doeltreffender met mondiale problemen zoals klimaatverandering en migratie om kunnen gaan. Maar het blijft moeilijk te geloven dat een de-escalatie van het bestuurlijke schaalniveau een antwoord zou zijn op een escalerende wereldproblematiek. Klimaatverandering wordt genoemd als het voorbeeld van een grensoverschrijdend probleem waarin steden een sleutelrol kunnen spelen. Klimaatverandering is echter de slechtst denkbare aanleiding om te pleiten voor een regering van burgemeesters. Ongeacht hoeveel elektrische voertuigen er door onze steden rijden, het effect op CO2-emissiereductie blijft verwaarloosbaar zolang de elektriciteit wordt opgewekt door met fossiele brandstoffen gestookte energiecentrales buiten de stadsgrenzen.

Migratie is een ander voorbeeld. Steden zijn bastions van culturele diversiteit, plaatsen waar (im)migranten – zelfs illegale – kunnen bestaan met een zekere mate van veiligheid en erkenning. Echter, een romantische voorstelling van de stad als een mozaïek van mozaïeken biedt geen serieuze oplossing voor de diepere gronden van grootschalige migratie: de grote wereldwijde economische ongelijkheid. Een al te grote verheerlijking van de huidige staat van onze stad zou wel eens een gevaarlijke legitimatie van een zeer beladen mechanisme kunnen blijken.

Het hele idee van een Global Parliament of Mayors creëert vooral een overweldigend gevoel van onduidelijkheid. Wat is de precieze aard van dit voorstel? Het parlement is ooit uitgevonden als een dialectisch instrument om de macht te controleren, nadat de noodzaak van een scheiding der machten was herkend: om wetten, door koningen of overheden voorgesteld, goed te keuren, aan te passen of te verwerpen. De vraag die hier centraal staat is: welke macht wordt door dit parlement gecontroleerd? Wiens wetten keurt het goed of keurt het af? Aan wie stelt het zijn moeilijke vragen?

De aankondiging van een ingrijpende revisie van het politieke systeem gaat natuurlijk altijd gepaard met grote publiciteit, maar in de wereld van vandaag is het systeem zoals het zich ontwikkeld heeft, ondanks zijn tekortkomingen, een belangrijke verworvenheid die niet zomaar overboord gezet kan worden. Zonder een duidelijk antwoord opde bovenstaande vragen lijkt een Global Parliament of Mayors weinig meer dan een combinatie van overmoed en naïviteit.

Eerder dan de vervanging van ‘een achterhaald instituut als het nationale parlement’ door een wereldwijd parlement van burgemeesters, pleit ik voor het subsidiariteitsbeginsel, waarin het toegenomen belang van steden wordt erkend en vormgegeven, maar waarbij steden geïntegreerd worden in een globaal politiek systeem dat duidelijk erkent welke beslissingen op welk niveau genomen worden.

Hoe zou een door burgemeesters geregeerde wereld er uit zien? Waarschijnlijk een combinatie van onzekerheid, moeilijke keuzes en behoorlijke hoeveelheid chaos: zo’n beetje hetzelfde als de huidige wereld.