Beslissen over de dood is geen taak voor filosofen

Wanneer is het genoeg? Die vraag is veel te belangrijk om aan politici, ethici en filosofen over te laten. We zouden beter zelf kunnen nadenken, vindt Maria Foerier.

illustratie veronique de jong

‘Mensen, praat met elkaar!’ Zo wordt vaak geadviseerd als we elkaar niet begrijpen, maar het onderling begrip groeit lang niet altijd als er veel wordt gesproken. Onzuiver taalgebruik en onjuiste redenaties helpen ons van de regen in de drup. Het huidige euthanasiedebat is daarvan een goed voorbeeld.

Een van de vereisten om euthanasie te kunnen krijgen is dat de patiënt in kwestie ondraaglijk lijdt. De ondraaglijkheid van dit lijden moet ook nog eens door twee artsen kunnen worden onderschreven. Maar hoe kunnen zij dat dan? De vraag of het lijden ondraaglijk is, kan immers helemaal niet objectief worden beantwoord. Wat voor de een ondraaglijk is, vindt de ander misschien goed te doen.

En stel nu dat een arts zich niet genoeg kan verplaatsen in het lijden van de patiënt? Wat kan hij dan eigenlijk zeggen? „U lijdt wel verschrikkelijk, dat is duidelijk, maar het is nog niet ondraaglijk. Er kan nog wel een schepje bovenop. Het moet nog een stuk erger worden voordat we u hiervan verlossen.” Dat is wel erg onbarmhartig.

Net zo onbarmhartig is het als de dokter zegt: „Als u zo erg lijdt dat u wilt sterven, dan moet u daar zelf maar voor zorgen. Negen dagen niet eten en drinken volstaat.”

Een teken van zwakte

Er zijn verschillende ethici en filosofen die beweren dat de moderne mens de aftakeling niet wil accepteren en alles in hun leven willen plannen, ook hun dood. Invloedrijke filosofen als Theo Boer en Paul van Tongeren veroordelen deze wens tot zelfbeschikking. Wat moeten we nu met mensen die euthanasie willen, omdat ze niet in een verpleeghuis willen belanden? Of met hele oude mensen wier partner sterft en die niet alleen verder willen leven, aldus Theo Boer afgelopen zaterdag in nrc.next. „Dat heeft toch niets te maken met ondraaglijk lijden?”

Hoogleraar ethiek Paul van Tongeren maakte het nog bonter. Alle mensen willen leven, zo beweerde hij onlangs. Het enige wat er gebeurt als mensen dood willen, is dat ‘de categorische wil tot leven’ zich teruggetrokken heeft. Dit is volgens deze hoogleraar een teken van zwakte en hier zouden artsen dan ook beter niet op in kunnen gaan.

Grappig. Zelfs in de 21ste eeuw zijn er dus nog mensen die denken dat filosofen de taak hebben om een theorie te bedenken die elk aspect van de werkelijkheid omvat.

Filosofen moeten de discussie begeleiden

Het wordt echter hoog tijd dat deze filosofen enige bescheidenheid wordt bijgebracht. Ethici hebben niet het alleenrecht om naar morele problemen in de wereld te kijken en daarvoor hun eigen, subjectieve oplossingen aan te dragen. Dat kunnen mensen heel goed zelf. Filosofen hebben alleen de taak om te kijken naar de manier waarop over deze problemen wordt gesproken. Hun taak is om in deze discussies onjuiste redenaties en onzuiver taalgebruik te wijzen. Soms betekent dit enkel dat een probleem wordt verhelderd, maar de oplossing ligt nooit in de handen van de filosoof. Zij zijn er alleen om discussies te begeleiden, niet om te bepalen wat ondraaglijk lijden is en wat niet.

En waarom moet het lijden eigenlijk ondraaglijk zijn? Is gewoon lijden dan niet erg genoeg?

In onze enorm gegroeide welvaart met al onze levensverlengende technieken bestaat er nauwelijks nog een natuurlijk levenseinde. Zonder alle kunstmatige medische middelen die ons worden geboden was het sterven voor velen al lang gebeurd. Maar inmiddels worden we allemaal zo oud dat daardoor nieuwe problemen ontstaan: mensen gaan niet dood, maar worden dement, of kunnen zichzelf helemaal niet meer redden en moeten naar een verpleeghuis, of ze hebben iedereen van wie ze hielden verloren.

Het punt is niet dat de moderne mens zijn aftakeling niet wil accepteren. Heel veel mensen willen gewoonweg niet tot hun 97ste bibberend of apathisch in een verpleeghuis blijven zitten totdat ze eindelijk van zo’n troosteloos bestaan worden verlost.

Natuurlijk is het goed als mensen tegen zichzelf worden beschermd als ze in een impuls onomkeerbare keuzes maken en natuurlijk moet alle zorgvuldigheid worden betracht.

Maar als iemand daarna nog steeds zeker weet dat het genoeg is, is alle verdere bemoeienis van artsen, geestelijk verzorgers en ethici volkomen misplaatst. Dan is het een kwestie van beschaving, mededogen en medemenselijkheid dat deze wensen worden gerespecteerd.

Sommige artsen zeggen gewetens- of andere bezwaren te hebben om euthanasie te verlenen.

Levensverlenging ís al onnatuurlijk

Maar is dit niet een zwaktebod? Artsen doen van alles om ons leven te verlengen en de kwaliteit ervan te verbeteren. Die hele levensverlenging ís al onnatuurlijk. En euthanasie mag dan ineens niet meer aan artsen worden gevraagd? Ik denk dat het beter is als er in de artsenopleidingen niet alleen nadruk ligt op genezing van ziektes en het verlengen van het leven, maar als men ook aandacht zou schenken aan de onafwendbaarheid – en de wenselijkheid, soms – van de dood.

Juist vanwege de vele, bijna onuitputtelijke, mogelijkheden die er zijn om onze levens kunstmatig te verlengen, zouden wij er zelf allemaal verstandig aan doen om na te denken over de vraag: wat is voor mij een goede manier van sterven? Wanneer is het genoeg? Deze vraag is namelijk veel te belangrijk om aan politici, ethici en andere filosofen over te laten.