‘Als het publiek denkt: ik snap het niet, doe je iets verkeerd’

De Vlaamse programmeur krijgt de Erasmusprijs. „Het Holland Festival mag jonger en wilder.”

Vandaag ontvangt de Vlaamse theaterprogrammeur Frie Leysen (1950) de prestigieuze Erasmusprijs. Leysen, onder meer oprichter van het Vlaamse Kunstenfestivaldesarts, krijgt de prijs, een geldbedrag van 150.000 euro voor haar levenslange, onvermoeibare inzet voor het internationale theater. „Je moet je publiek opvoeden.”

Wat betekent deze prijs voor u?

„Ik heb mij afgevraagd, waarom krijg ik deze prijs? Mijn conclusie is: het is een alarmsignaal. Wat in Europa gebeurt op het gebied van de kunsten is verontrustend. De bezuinigingen in Nederland en Vlaanderen zijn een aanslag. Ik denk, ik hóóp, dat het feit dat ik deze prijs krijg, een aanmoediging is voor een manier van werken die onder onwaarschijnlijke druk staat.”

Wat houdt die werkwijze in?

„Openstaan voor vernieuwing en voor invloeden en inspiratie uit de hele wereld. Internationale kunst is zuurstof; als je jezelf afsnijdt van de rest van de wereld sterf je af. Het internationale theater in Nederland staat er belabberd voor. Het moet normaal zijn om dat volop in schouwburgen te zien. Kom, we leven in de 21ste eeuw!

„Nederlandse schouwburgen programmeren heel veilig en breed. Internationaal theater verkoopt niet, zeggen ze, maar je moet je publiek ook inwijden en opvoeden.”

U bent deze zomer opgestapt als directeur van de Wiener Festwochen, na één jaar. Wat was uw kritiek?

„Veel naoorlogse festivals, zoals de Festwochen, maar ook het Holland Festival, zijn prestigeprojecten geworden. Het gaat om glamour. Ik had geen zin om social events te organiseren voor le petit bourgeoisie; het moet gaan om de kunstenaars en hun werk. Maar jonge makers maken er geen kans. Een nieuwe generatie moet daar het roer compleet omgooien. Ook het Holland Festival mag avontuurlijker, jonger en wilder, met meer jonge artiesten en een jonger publiek. Dit soort instellingen veroudert met het publiek.”

Valt de kunst zelf iets te verwijten?

„Zeker. Makers en programmeurs hebben lang in een cocon geleefd. Dat was een incestueuze club. Door de nadruk op het intellect is de band met het publiek verstoord. Als bezoekers denken: ik snap het niet, doe je iets verkeerd. Theater mag intellectueel zijn, maar het moet ook een hart hebben, en het móét het publiek meenemen en omarmen.”