Zo’n partijtijger is dus écht wel belangrijk

Politici klagen graag over partijleden. Maar zonder die partijleden zouden ze veel slechtere politici zijn, aldus Josje den Ridder (SCP).

Beeldvorming kan hardnekkig zijn. Als SCP-onderzoeker Josje den Ridder de laatste jaren privé vertelde dat zij in haar vrije tijd promotieonderzoek naar partijleden deed, waren de reacties meewarig. „Doen die ertoe dan?”

Dat is dus het hele punt. „Zij doen er meer toe dan beroepspolitici en journalisten doorhebben”, zegt Den Ridder, die morgen verwacht te promoveren op Schakels of obstakels, een diepgaand onderzoek naar de betekenis van leden voor hun partijen en de democratie

Vergadertijgers, radikalinski’s en baantjesjagers – zo worden die leden doorgaans getypeerd. Ook door politici uit hun eigen partij.

Maar de werkelijkheid is anders, constateert Den Ridder: ze worden in de eerste plaats partijlid uit inhoudelijke betrokkenheid. „Steun uitspreken aan bepaalde principes is voor mensen verreweg de belangrijkste reden’’, zegt Den Ridder.

En dat het de meeste leden volstrekt niet om een baantje gaat, mag blijken uit het feit dat „75 procent van al die mensen helemaal nooit een partijvergadering bezoekt”.

Misverstanden over de ware motieven van partijleden hebben een lange geschiedenis. De historicus J.W. Oerlemans verweet partijen in 1990 al ideologische eenduidigheid („Eenpartijstaat Nederland”), terwijl het onder academici gewoonte werd partijleden te verwijten dat zij radicaler zijn dan de kiezers.

„Het klopt alleen niet”, vertelt Den Ridder. „Het stuk van Oerlemans in NRC heeft grote invloed gehad, maar de feiten liggen anders. Er zijn wel degelijk inhoudelijke verschillen tussen de ledenbestanden. VVD-leden vinden dat inkomensverschillen niet kleiner moeten worden; PvdA-leden – en in mindere mate D66-leden – willen dat juist overtuigd wél. Dat type onderscheid tussen partijen is niet verdwenen. Het idee van één pot nat klinkt goed – maar mijn data tonen aan dat het omgekeerde waar is.’’

Partijleden wijken wel af van kiezers: ze zijn gemiddeld ouder, vaker man en hoger opgeleid. Dit betekent volgens Den Ridder niet dat zij ook radicaler dan kiezers zijn: inzake diezelfde inkomensverschillen lopen opvattingen van leden en kiezers bijvoorbeeld vrijwel parallel.

„Iets anders is het bij de grote vraagstukken van deze tijd: EU en integratie. Daar gaat het om de vraag: hoe open sta je in de wereld? Dan blijkt dat kiezers relatief gesloten zijn, partijleden opener en Kamerleden nog opener.”

Dit is volgens haar de kern: „Zelfs áls de opvattingen van leden iets afwijken van die van kiezers, zijn leden geen extremistische stoorzenders maar omgekeerd: zij hebben een matigend effect op Kamerleden die verder van hun kiezers afstaan.”

Niettemin kwam de PvdA in de problemen omdat haar leden – meer dan kiezers of Kamerleden – zich tegen de strafbaarstelling van illegaliteit keerden. „De PvdA is intern zeer verdeeld over het integratievraagstuk: dat kwam daar aan het licht”, zegt ze.

„Maar Mark Rutte is dankzij VVD-leden partijleider geworden – en kon zo opstomen naar het premierschap. Ook Buma en Samsom danken hun huidige positie aan leden. Andersom waren het niet de VVD-leden die problemen met de inkomensafhankelijke ziektepremie veroorzaakten. Dat leden het daar niet mee eens waren en zich begonnen te roeren, laat juist zien dat leden ook een positieve rol kunnen spelen: als zij zich opwinden doen kiezers dat vaak ook.”

Intussen toont Wilders (PVV) al jaren dat je zonder leden electoraal succesvol kunt zijn. „Dat is waar. Maar de vraag is toch of dat op de langere termijn houdbaar is.”

Het echte probleem, zegt Den Ridder, is dat het aantal partijleden blijft dalen: nog maar 2,5 procent van de bevolking is partijlid; in 1948 was dat bijna 14 procent.

PvdA-voorzitter Hans Spekman vertelde vorig jaar tot welke dilemma’s dit leidt: bij de gemeenteraadsverkiezingen had zijn partij achtduizend kandidaten op 56.000 leden. De spoeling is zo dun geworden dat je bijna zeker weet dat er gedonder komt, zei hij.

Een gevolg is dat ook grote partijen niet meer overal aan de lokale verkiezingen meedoen. „Zo zie je de zorgelijke situatie dat de opleidingsrol van partijen vervalt. Opleiden, talent uit de lokale politiek plukken, is traditioneel heel belangrijk voor partijen.”

Een van de schaarse manieren om enthousiasme onder alle leden te genereren, zijn lijsttrekkerverkiezingen. Toch houdt geen van de grote partijen primaries voor de Eerste Kamerverkiezingen volgend jaar: er stonden nergens tegenkandidaten op. „Heel erg jammer want daarmee betrek je leden bij de partij.”

Dit is volgens Den Ridder de essentie. „Leden zijn zo belangrijk voor partijen en de hele democratie: politici zouden echt veel vaker hun waardering moeten laten blijken.”