We gaan de man vinden die MH17 neerschoot

Gisteren werd de MH17-crash herdacht, maar wat er precies gebeurd is, is nog onduidelijk. Het OM-team dat de crash van MH17 onderzoekt laat weinig los. Ze zeggen wél dat ze optimistisch zijn.

Grote foto’s van MH17-slachtoffers werden getoond bij de Nationale Herdenking van de ramp, gisteren in de RAI. Foto Reuters

Het besluit werd volgens de betrokkenen binnen ongeveer een uur genomen. In ieder geval werd er bij het Openbaar Ministerie nog voor het einde van die fatale 17de juli een vergadering belegd over het neerstorten van Malaysia Airlines-vlucht MH17. In het Rotterdamse pand van het landelijk parket schoof op de zesde etage een viertal aanklagers om de tafel bij hoofdofficier van justitie Fred Westerbeke.

Besloten werd een strafrechtelijk onderzoek te openen. Zo’n tweehonderd Nederlanders leken immers omgekomen bij wat meteen oogde als een gruwelijk oorlogsmisdrijf. Hier lag bij uitstek een taak voor de Unit Internationale Misdrijven. Dat is belast met opsporing en vervolging van daders van genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven.

Om tactische redenen mocht aanvankelijk niet worden gezegd dat uitgerekend de kleinste afdeling van het OM – twee officieren van justitie, Tijs Berger en Hester van Bruggen – was begonnen met het grootste strafrechtelijk onderzoek ooit. Er werd gesproken van ‘oriënterend onderzoek’ om andere betrokken landen en eventueel de Verenigde Naties niet voor het hoofd te stoten. Nederland moest eerst maar eens tonen serieus werk te maken van het onderzoek naar het neerstorten van MH17, voordat de leiding ervan kon worden opgeëist.

Er werken nu zo’n tien aanklagers samen aan de MH17-zaak

Tijs Berger kreeg opdracht om direct af te reizen naar Kiev om samenwerking te regelen met collega’s in Oekraïne. Daarbij kon hij gebruik maken van oude contacten; Nederland en Oekraïne werkten eerder samen bij het aanpakken van hackers. De geplande verhuizing van Hester van Bruggen, die sinds 2008 de ‘oorlogsunit’ leidt, werd uitgesteld. Ze zou per 1 september 2014 stoppen met haar functie en naar Rome gaan om er te werken als liaisonmagistraat. Inmiddels werken zo’n tien aanklagers samen in deze zaak.

Officiële mededelingen over de resultaten van het onderzoek werden nauwelijks gedaan. Met buitenlandse partners is afgesproken om ‘gevoelige informatie’ niet te openbaren. Alleen in september kwam de melding dat forensische experts op slachtoffers zo’n 25 metalen deeltjes hebben veiliggesteld om te onderzoeken of die van het vliegtuig afkomstig zijn, of van een wapen waarmee het is neergehaald.

Dat er een buitenlands slachtoffer is gevonden met een zuurstofmasker om de nek, werd aanvankelijk bewust niet publiek gemaakt. Deskundigen waren het er namelijk niet over eens hoe dit te interpreteren. Was het masker opgezet of per toeval in die positie terechtgekomen? Op het masker werden geen DNA, speekselsporen of vingerafdrukken aangetroffen. Duiding bleef onmogelijk, en het feit werd daarom alleen nog gemeld aan de nabestaanden van het slachtoffer. Totdat minister Timmermans het zich op televisie liet ontvallen.

Toch valt inmiddels optimisme op te tekenen over de eerste resultaten van het onderzoek. Een betrokkene: „Het verhoren van getuigen verloopt prima. Uiteindelijk komen we terecht bij de man die op de rode knop van de lanceerinstallatie drukte.”

Hebben de Amerikanen nog bruikbare satellietbeelden?

Het verhoren gebeurt voornamelijk in Oekraïne, door rechercheurs van het Joint Investigation Team waarin Oekraïne, Australië, België en Nederland samenwerken. Justitie bespreekt nog met Maleisië „hoe hun rol in het onderzoek verder kan worden geïntensiveerd”, aldus een OM’er.

Veel tijd en energie wordt nu besteed aan het betrekken en informeren van alle mogelijke internationale partners. De baas van het Openbaar Ministerie, Herman Bolhaar, sprak in september in Washington vertrouwelijk met Amerikaanse collega’s over samenwerking in het onderzoek en uitwisseling van informatie. Nederland wil dat de Amerikanen satellietbeelden die van het neerschieten zouden bestaan ter beschikking stellen. Een betrokken opsporingsambtenaar: „Inlichtingendiensten wisselen wel informatie uit, maar het ligt een stuk gevoeliger beelden af te staan die in het openbaar in een strafzaak in een ander land kunnen worden besproken. Men wil bronnen beschermen.”

De verwachting bij het OM is dat het voor de vervolging van verdachten de beschikking krijgt over satellietbeelden. Die zullen op zich geen bewijs opleveren, maar waarschijnlijk wel informatie die verder onderzocht moet worden. Het strafrechtelijk onderzoek gaat naar verluidt zeker nog een jaar duren.