Trijntje Oosterhuis met bigband vooral sterk in het kleine

De cd was destijds niet in de winkel te koop. Sundays in New York, door Trijntje Oosterhuis in 2010 opgenomen met het Clayton-Hamilton Jazz Orchestra in de Capitol Tower Studios in Los Angeles, verscheen voor het eerst gratis bij een krant. Een stunt waarmee ze direct 750.000 mensen bereikte; een ongekend aantal voor een bigbandalbum, redeneerde de zangeres.

De samenwerking met de gerenommeerde Amerikaanse 20-koppige bigband van bassist John Clayton en drummer Jeff Hamilton continueert nu met een korte tournee. Die concerten hebben een plichtmatige vorm. Eerst zet de band in nummers als I Be Serious ’bout Dem Blues zijn competentie neer: doordaverende blaaspartijen in soepele ritmes, met de wild gebarende Clayton als innemend orkestleider. En dan mag Oosterhuis, bijna als een gastvocaliste, schitteren.

De net voor het komende Songfestival vastgelegde zangeres is ook in het hoge eisen opleggende swinggenre trefzeker. Maar aan haar dosering valt te merken hoezeer ze tegenwoordig vooral kilometers maakt als powerlady of soul: harde zang overheerst, met veel versieringen en een microfoontechniek waarbij ze soms onnodig ver van zich afzingt. Sterker is het kleine. Zoals een tedere uitvoering van Try A Little Tenderness met piano en saxofoon. En ook When I Fall in Love heeft door zijn verhoogde noten een invoelbare kwetsbaarheid. Het beste van beide werelden was de blues Crying Over You, een uitvoering van expressieve eenvoud.