Rusland en China: The Movie

China en Rusland worden op soortgelijke wijze bestuurd, constateert hoogleraar Ian Buruma. In twee recente films komt de politieke en economische situatie in beide landen mooi in beeld.

De tijd waarin we leven zien we vaak het scherpste in de spiegel van de kunst. Er is al heel wat geschreven over Rusland en China na de val van het communisme. Officieel wordt China nog steeds bestuurd door een communistische partij, maar de ideeën van Karl Marx zijn daar al even ver te zoeken als in Rusland. Ik heb geen enkel boek gelezen dat een beter beeld geeft over die beide landen dan twee recente films, één gemaakt in China in 2013, en één in Rusland in 2014.

De Chinese film is van Jia Zhangke en heet A Touch of Sin (‘Een spoor van zonde’), en de andere heet Leviathan en is gemaakt door de Rus Andrey Zvyagintsev. Het zijn allebei meesterwerken. De eerste bestaat uit vier verhalen, geïnspireerd door krantenberichten over daden van extreem geweld gepleegd door mannen en vrouwen die plotseling genoeg hebben van de dagelijkse vernederingen in het moderne China. En Leviathan gaat over de manier waarop het leven van een brave man volkomen wordt geruïneerd door een corrupte burgemeester met het portret van Poetin aan de muur van zijn kantoor, een gecorrumpeerde rechtbank, en een zalvende en even corrupte priester van de Russisch-orthodoxe kerk.

Beide films zien er prachtig uit, ondanks de sombere inhoud. De donkere luchten boven de Russische kust bij Moermansk zijn schitterend gefilmd, en Jia is er zelfs in geslaagd iets romantisch te maken van Shenzhen, de monsterstad van glas en beton tussen Hongkong en Kanton. Een andere overeenkomst is dat beide regisseurs inspiratie putten uit mythische vertellingen: het Boek van Job in het geval van Zvyagintsev, en oude Chinese gangsterverhalen in het geval van Jia.

Alles in het nieuwe China is te koop

Onroerend goed speelt een cruciale rol in beide films. In de eerste episode van A Touch of Sin zien we hoe een lokale ondernemer steenrijk is geworden door zijn geboorteplaats van al haar bezit te beroven en voor grof geld te verkopen. Alles in dit nieuwe China is te koop, zelfs de laatste symbolische resten van het Maoïstische verleden. Eén van de verhalen speelt zich af in een splinternieuw bordeel waar zakenmannen uit Hongkong zich vermaken met hoeren die aantreden in sexy uniformen van het Volksbevrijdingsleger.

De hoofdpersoon in Leviathan, Nikolai, heeft met zijn eigen handen een eenvoudig huis gebouwd op een begerenswaardige plek aan het water. De burgemeester, een vadsige dronkelap, laat zich door de orthodoxe kerk dik betalen om Nikolai van zijn huis en land te beroven, zodat daar een kerk kan worden gebouwd. Nikolai verdwijnt met behulp van een omgekochte rechtbank in de gevangenis voor de moord op zijn eigen vrouw die hij niet heeft begaan.

Dat onroerend goed zo’n belangrijke rol speelt is geen toeval. Waar de maffia regeert, draait macht vaak om grondbezit en nieuwbouw. Dat geldt in Rusland en China net zo goed als in Sicilië. China is één grote bouwput waar enorme nieuwe steden in een hels tempo uit de grond worden gestampt. Dit stuwt de corrupte economie, geleid door een autoritaire partij die politieke macht heeft omgezet in geld.

Ook de manier waarop beide landen worden bestuurd verschilt nauwelijks: partijbonzen, zakenmannen en corrupte bureaucraten verdelen de buit en rechtvaardigen hun macht met chauvinistische leuzen en propaganda voor ‘traditionele waarden’. De afwezigheid van een onafhankelijke rechtspraak zorgt ervoor dat de leiders boven de wet blijven staan.

Concurrentie voor de westerse democratie

Vladimir Poetin is, net als overigens Recep Tayyip Erdogan in Turkije, Abdel Fattah al-Sisi in Egypte en Viktor Orban in Hongarije, min of meer vrij verkozen. De Communistische Partij in China niet. Maar ook dit maakt weinig uit. Al deze regimes kenmerken zich door de combinatie van een kapitalistische economie en autoritaire politiek.

Dit model wordt nu steeds meer gezien als een serieuze rivaal van de Amerikaanse of westerse liberale democratie. Misschien is het ook wel zo. Maar tijdens de Koude Oorlog schaarden landen met ditzelfde model – vaak geleid door militaire dictators zoals Park Chung-hee in Zuid Korea, Soeharto in Indonesië, of Pinochet in Chili – zich juist achter de VS. Zij waren de voorlopers van Poetin en Xi Jinping.

Omdat de meeste pro-Amerikaanse dictators met het einde van de Koude Oorlog van het toneel verdwenen om plaats te maken voor meer democratische regeringen, was het verleidelijk om te denken dat democratie en kapitalisme van nature samen zouden vloeien. Politieke vrijheid is goed voor de zaken, en andersom ook, zo werd overal gedacht.

Van deze twintigste-eeuwse mythe is zo langzamerhand weinig meer over. Viktor Orban heeft onlangs nog beweerd dat de liberale democratie niet meer werkt. China en Rusland zijn volgens hem de juiste voorbeelden om te volgen – niet om ideologische redenen, maar omdat zij nu eenmaal beter kunnen concurreren in de huidige wereld.

Ik betwijfel of dit waar is. De Russische economie is veel te afhankelijk van olieprijzen, en de legitimiteit van de Communistische Partij in China hangt haast uitsluitend af van de razendsnelle economische groei. Bovendien is de manier waarop de wet in beide landen wordt misbruikt door de machthebbers niet iets dat het vertrouwen van investeerders bevordert, althans niet op de lange termijn.

Sterke mannen die Amerika dwarszitten

Maar voorlopig kunnen de samenlevingen die zo zuur worden weergegeven in Leviathan en A Touch of Sin nog even rekenen op de bewondering van mensen die door de economische stagnatie in Europa en de vastgelopen politiek in de VS geen vertrouwen meer hebben in de liberale democratie. Westerse zakenlieden, kunstenaars, architecten en anderen die veel geld nodig hebben voor dure projecten werken bovendien graag met autoritaire regimes die tenminste spijkers met koppen slaan. En dan heb je nog de bewonderaars die vanuit een extreem rechts of links perspectief graag zien hoe sterke mannen Amerika dwarszitten.

A Touch of Sin is al met veel succes getoond in vele landen, maar nog niet in China, waar het tot nog toe verboden is. Daarentegen dingt Leviathan mee als de officiële Russische inzending voor de Oscars. Het kan zijn dat de Chinese leiders minder zelfvertrouwen hebben dan Poetin en de zijnen. Of misschien is Poetin iets gewiekster. Het is onwaarschijnlijk dat het gros van zijn kiezers de film ooit zal zien, laat staan dat die kiezers zich erdoor zullen laten beïnvloeden. Maar door een restje zelfkritiek aan buitenlanders te tonen, zou de buitenwereld weleens kunnen denken dat er nog veel vrijheid over is in de Russische democratie. Helaas is ook deze illusie waarschijnlijk geen lang leven meer beschoren.