Opgehitste buurtbewoners spelen zelf rechter in ‘Osama the Hero’

„Fight fire with fire” spookt als een mantra door Louises hoofd. Koelbloedig bewerkt ze samen met enkele buurtgenoten het gezicht van een vijftienjarige bewonderaar van Osama bin Laden. Hij zou een garage hebben opgeblazen, al is daarvoor geen enkel bewijs. Bij terroristen is dat niet nodig, weten ze van televisie.

In het toneelstuk Osama the Hero (2005) van de Britse schrijver Dennis Kelly speelt een buurt opgehitst door paranoïde televisiebeelden eigen rechtertje en bestrijdt het het vermeende kwaad met nog meer kwaad. Regisseur Joost van Hezik maakt dat gruwelijk invoelbaar door de martelscène misselijkmakend hard in het gezicht van zijn publiek te smijten. De beulen slaan angstaanjagend kalm toe met onmenselijke grimassen.

Doelwit Gary spartelt doodsbang op de vloer. Niet zijn bestrijders, maar de vermeende terrorist wint hier alle sympathie. Gary weet Bin Laden zelfs in een vrij plausibel betoog een heldenstatus toe te dichten. Buiten deze interessante omkering blijft de tekst van Kelly helaas ongrijpbaar. In zijn regie benadrukt Van Hezik vooral de rol van opruiende beelden. Acteurs praten uitsluitend door microfoons en voor camera’s. Op drie grote schermen speelt live een gelikte montage. De gladde, onpersoonlijke en agressieve stijl creëert een mooi contrast met het troostrijke einde, waarin de buurtbewoners sprankjes medemenselijkheid delen. Vooral Bart Klever zorgt dan voor grote ontroering als hij in alle rust vertelt over tranen bij het avondeten.