Narcogeweld blokkeert Mexico

Verwevenheid tussen kartels, politiek en politie remt opkomst van veelbelovend land.

Het „bloedbad van de onschuldigen” noemt de Mexicaanse historicus en opiniemaker Enrique Krauze de gruwelijke moord op 43 studenten in de provinciestad Iguala. De slachtpartij heeft internationaal de aandacht gevestigd op de verregaande rot in de samenleving. Op de verwevenheid van politiek, bestuur en politie met de steenrijke en meedogenloze drugskartels. Op de ruim 100.000 narcomoorden sinds 2006, waarmee de ‘Mexicaanse drugsoorlog’ in het rijtje grote oorlogen staat. En op de 26.000 vermisten, waarnaar amper wordt gezocht.

Waar komt al dit geweld vandaan, in een land dat zich liever presenteert als een opkomende economie vol kansen voor buitenlandse investeerders, dat op zijn tropische stranden en tussen zijn Maya- en Aztekentempels jaarlijks 23 miljoen buitenlandse toeristen ontvangt?

Twee ontwikkelingen zijn daarbij belangrijk. De eerste is de groeiende macht van Mexicaanse drugskartels in de jaren negentig. Zij namen de transporten van cocaïne uit Colombia en Peru naar de VS grotendeels over, nadat de tot dan toe oppermachtige Colombiaanse kartels van Medellín en Cali in het defensief waren gedrongen. Daarnaast begonnen de Mexicaanse kartels zelf papaver en marihuana te verbouwen.

Volgens sommige historici speelt hierbij een rol dat in de jaren negentig de Institutionele Revolutionaire Partij (PRI), die vanaf 1929 onafgebroken aan de macht was, minder dominant werd. Er kwam ruimte voor andere partijen, de ‘perfecte dictatuur’ van de PRI brokkelde af. De drugskartels profiteerden hiervan door hun macht te vergroten en verder te infiltreren binnen politiek en veiligheidsapparaat.

Een tweede factor was het besluit in 2006 van toenmalig president Felipe Calderón om de kartels de oorlog te verklaren. Het leger en de federale politie werden ingezet om de drugshandel te stoppen. Hierdoor werden lokale akkoordjes tussen politici en drugskartels opgebroken, wat weer leidde tot felle reacties van die kartels: onderling, in pogingen verloren terrein te heroveren, en tegen politici, journalisten en burgers die deze strijd tegen de kartels steunden. Daarnaast begonnen de kartels ter compensatie van dalende inkomsten op grote schaal mensen te ontvoeren om losgeld voor hen te eisen.

Toen de mediagenieke Enrique Peña Nieto in december 2012 president werd, beloofde hij een nieuwe aanpak. Geen frontale confrontatie, maar nadruk op pogingen om het geweld te verminderen. Zijn prioriteit was echter het ‘Pact voor Mexico’, een plan voor hervormingen in onderwijs en economie. Mexico moest het beeld van een narcostaat afschudden. In 2011, 2012 en ook dit jaar groeit het land sneller dan Brazilië.

Maar de oude problemen blijven. Zoals de chronische corruptie. Transparency International zet Mexico op plaats 106 (van de 177) van zijn corruptie-index en stelt dat van de 28 grote industrielanden alleen in Rusland en China bedrijven corrupter zijn.

Zo kan het gebeuren dat een onverwacht rijk geworden burgemeester, getrouwd met een vrouw uit een drugsfamilie, een groep studenten laat arresteren omdat hij bang is dat zij een feestje van zijn vrouw verstoren. En dat corrupte agenten daarna leden van een lokale drugsbende inschakelen om van het probleem af te zijn.