Mexico was even belofte, nu weer een narcostaat

Toen Oranje deze zomer tegen Mexico voetbalde, was het land nog een economische belofte uit Latijns-Amerika. De gruwelijke moord op 43 studenten vestigt de aandacht weer op de rot in de samenleving. 

Een vrouw schreeuwt tijdens een demonstratie vanwege de 43 vermoorde studenten in Mexico. foto afp

En ineens staat Mexico heel anders op de kaart. Toen Oranje er deze zomer tegen voetbalde, was het land vooral een van de beloftes van Latijns-Amerika. Een opkomende economie vol kansen voor investeerders. Land van Maya’s en tropische stranden, dat net niet in de toptien van ’s werelds belangrijkste toeristenbestemmingen staat.

Maar nu? De gruwelijke moord op 43 studenten laat een ander gezicht zien. Dit „bloedbad van de onschuldigen” (de term is van de Mexicaanse historicus Enrique Krauze) vestigt de aandacht op de verregaande rot in de samenleving. Op de verwevenheid van politiek, bestuur en politie met de steenrijke en meedogenloze drugskartels. Op de ruim 100.000 doden sinds 2006 – de ‘Mexicaanse drugsoorlog’ staat gewoon in het rijtje grote oorlogen, nummer 47 op de Engelstalige Wikipedia-pagina. Op de 26.000 vermisten, waarschijnlijk meer dan in de ‘smerige oorlog’ die Argentinië 35 jaar geleden voerde tegen alles wat naar links en subversief rook.

Nergens echt veilig

Die verschillende gezichten bestaan naast elkaar, zoals je in Sicilië op vakantie kan gaan zonder iets van de maffia te merken of in Moskou kunt gaan eten zonder door criminelen bedreigd te worden. Maar Buitenlandse Zaken waarschuwt online dat je nergens in Mexico echt veilig bent, en raadt bezoek aan delen van de deelstaat Guerrero, waar de studenten zijn vermoord, af. De vaak bezongen badplaats Acapulco staat tweede op de lijst van de gevaarlijkste steden ter wereld. In die toptien staan nóg twee Mexicaanse steden.

Waar komt al dit geweld vandaan? Twee ontwikkelingen zijn daarbij belangrijk. De eerste is de groeiende macht van Mexicaanse drugskartels in de jaren negentig. Zij namen een deel van de transporten van cocaïne uit Colombia en Peru naar de VS over – de tot dan toe oppermachtige Colombiaanse kartels van Medellín en Cali waren in het defensief gedrongen. Daarnaast begonnen de kartels zelf op grote schaal papavers en marihuana te verbouwen.

Sommige historici zeggen dat daarbij een rol heeft gespeeld dat in de jaren negentig de positie van de Institutionele Revolutionaire Partij PRI, die vanaf 1929 onafgebroken aan de macht was, minder dominant werd. Er kwam ruimte voor andere partijen, de controle van de PRI werd minder. De drugskartels hebben hiervan geprofiteerd om hun macht te vergroten en om verder te infiltreren binnen politiek, politie en leger. In het midden van het vorige decennium controleerden Mexicaanse kartels naar schatting 90 procent van de cocaïne voor de VS.

Een tweede factor is het besluit in 2006 van toenmalig president Felipe Calderón om de kartels de oorlog te verklaren. Het leger en de federale politie werden ingezet om de drugshandel te stoppen. Hierdoor werden lokale akkoordjes tussen politici en drugskartels opgebroken, wat weer leidde tot felle reacties van die kartels: onderling, in pogingen verloren terrein te heroveren, en ook tegen politici, journalisten en burgers die deze strijd tegen de kartels steunden. Een ander gevolg van Calderóns strategie was dat de kartels ter compensatie van dalende inkomsten op grote schaal mensen begonnen te ontvoeren om losgeld voor hen te eisen. Tienduizenden doden zijn er gevallen in deze Mexicaanse oorlog tegen de drugshandel.

Toen de telegenieke Enrique Peña Nieto in december 2012 president werd, beloofde hij een nieuwe aanpak. Geen frontale confrontatie, maar nadruk op pogingen om het geweld te verminderen. Maar zijn prioriteit lag elders, bij het ‘Pact voor Mexico’, een plan voor hervormingen in onderwijs en economie. Mexico moest het beeld van een narcostaat afschudden en zich presenteren als een veelbelovende opkomende economie.

Ik ben het zat

Critici van Peña Nieto zeggen dat hij vooral een mediapoliticus is, gekozen met steun van de invloedrijke tv-zender Televisa. Hij beloofde de „transformatie” van Mexico. Maar de moord op de studenten in Iguala laat zien hoe dicht politiek en kartels soms tegen elkaar aanschuren. Met Peña Nieto kwam de PRI na twaalf jaar weer aan de macht, een partij die gezien haar dominante rol in het verleden een grote verantwoordelijkheid heeft voor de chronische corruptie. Maar José Luis Abarca, de burgemeester van Iguala die de studenten liet arresteren omdat hij bang was dat die een feestje van zijn vrouw zouden verstoren en daarna de politie opdroeg het probleem op te lossen, was gekozen namens een andere, linkse coalitie.

„Ya me cansé” – „Ik ben het zat”, zei de federale openbare aanklager vrijdag na een uur vragen over de dood van de studenten. Het werd een protestslogan op de sociale media. Regisseur Natilia Beristain deed mee op YouTube. „Ik ben het zat, de verdwenen Mexicanen, de onthoofden, de lijken die van viaducten hangen”, zei ze in een filmpje. „Ik ben het zat, de politieke klasse die mijn land heeft ontvoerd, en van de klasse die corrumpeert, liegt, doodt. Ik ben het zat.”