Koenders mag het uitleggen

Vier jaar geleden was de PvdA tegen een Afghanistan-missie en viel het kabinet. Nu stuurt de partij er militairen heen.

Met een ‘nee’ tegen langere Nederlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan ging Bert Koenders vier jaar geleden vervroegd weg als PvdA-minister. Met een ‘ja’ voor nieuwe Nederlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan keert hij als minister terug. Kamerleden hebben het al over de ironie van de geschiedenis.

Voor het eerst sinds hij op 17 oktober werd benoemd als minister van Buitenlandse Zaken, verschijnt Koenders vanavond in de Kamer. Het is zijn rentree na ruim vier jaar. Zijn laatste optreden als minister voor Ontwikkelingssamenwerking was op 18 februari 2010 tijdens een tumultueus debat over verlenging van de Nederlandse militaire aanwezigheid in Afghanistan. De volgende nacht zou het kabinet-Balkenende/Bos erop vallen en vertrokken de PvdA-bewindslieden.

En vanavond is uitgerekend een nieuwe militaire missie naar Afghanistan het eerste grote onderwerp dat Koenders in de Tweede Kamer moet verdedigen. Inmiddels is hij minister van Buitenlandse Zaken, opvolger van zijn partijgenoot Frans Timmermans, die naar Brussel is vertrokken. Hoewel de oppositie er ongetwijfeld enkele opmerkingen over zal maken, wordt het waarschijnlijk geen ingewikkelde politieke manoeuvre voor Koenders.

De Nederlandse bijdrage waarover de Kamer zich nu zal uitspreken, wijkt wezenlijk af van het plan dat in 2010 tot de val van het kabinet leidde en verschilt ook van de drie jaar geleden begonnen en vorig jaar beëindigde trainingsmissie in Kunduz. Dat verklaart de betrekkelijke rust rondom de nieuwe uitzending. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer is voor.

Allereerst stelt Nederland ‘slechts’ maximaal honderd militairen beschikbaar voor de door de NAVO geleide missie Resolute Support, die op 1 januari begint. Dat zijn er aanzienlijk minder dan de gemiddeld 550 Nederlanders die actief waren in het Afghaanse Kunduz. En de nieuwe inzet verschilt al helemaal van de gemiddeld ruim 2.000 Nederlandse militairen die van 2006 tot 2010 voor de NAVO actief waren in het zuidelijker gelegen Uruzgan.

‘Uruzugan’ was een echte vechtmissie, hoewel sommige politici in het begin liever kozen voor het eufemistische begrip „opbouwmissie”. De Nederlandse militairen, die de hoofdverantwoordelijkheid droegen voor de veiligheid in de provincie Uruzgan, hebben enkele keren zware gevechten geleverd met de Talibaan. In die vier jaar kwamen 24 Nederlanders om.

Toen de NAVO Nederland begin 2010 polste om de militaire aanwezigheid in Afghanistan voor een tweede keer te verlengen, zei de PvdA nee. Het leidde tot de val van het vierde kabinet-Balkenende, dat werd gesteund door CDA, PvdA en ChristenUnie. Afghanistan was de directe aanleiding, maar de verhoudingen tussen CDA en PvdA waren al zo verziekt dat over elk onderwerp een breuk had kunnen ontstaan.

Op initiatief van D66 en GroenLinks werd in het voorjaar van 2010, toen het kabinet-Balkenende demissionair was, een poging ondernomen om Nederland toch op een of andere manier actief te laten blijven in Afghanistan. Dat werd uiteindelijk de politietrainingsmissie in Kunduz. Nederlandse militairen en politieagenten zouden er Afghaanse agenten trainen.

Het minderheidskabinet van VVD en CDA dat in oktober 2010 onder leiding van Mark Rutte was aangetreden, had voor dit plan medewerking van andere partijen nodig. De PvdA was als grote oppositiepartij tegen. De stemmen van D66 en GroenLinks waren daarom cruciaal.

De steun van GroenLinks aan de missie leidde tot grote interne verdeeldheid, en werd later genoemd als een van de oorzaken van het zware verlies bij de verkiezingen in 2012, waarbij de partij van tien naar vier zetels terugviel. De aanstaande missie voldoet waarschijnlijk wel aan de criteria van GroenLinks.

De positie van de PvdA is pikant. Tijdens het Kamerdebat over de trainingsmissie naar Kunduz, begin 2011, keerde Frans Timmermans zich als PvdA-Kamerlid fel tegen de missie. Afghaanse agenten waren volgens hem paramilitairen en het ging dus niet om het trainen van agenten die burenruzies moesten beslechten. Bovendien maakte de politietraining deel uit van de „NAVO-exitstrategie” in Afghanistan, waar de PvdA tegen was.

Dezelfde Timmermans was op 1 september van dit jaar als minister van Buitenlandse Zaken eerste ondertekenaar van het voorstel om de nieuwe, weliswaar beperkte NAVO-trainingsmissie naar het noorden van Afghanistan te sturen. „Van het trainen op het uitvoerende en lokale niveau zoals ten tijde van de ISAF-missie is geen sprake meer”, schreef hij in een brief aan de Tweede Kamer. Dat laat onverlet dat het ook nu weer om Afghaanse politieagenten gaat, en dat de operatie Resolute Support in het verlengde ligt van de NAVO-exitstrategie die de PvdA drie jaar geleden al zozeer bekritiseerde.

Koenders mag het allemaal uitleggen. En Timmermans blijft een ingewikkelde confrontatie met zijn eigen verleden bespaard.