Kan ibogaïne je leven veranderen?

Paul Buckley ontmoette de Amerikaanse jongen Haven die speciaal naar Assen reisde om een iboga-ceremonie te ondergaan.

Illustratie Aart-Jan Venema

Enkele mensen in mijn nabije omgeving zijn sinds dit jaar ‘aan de antidepressiva’. Zij vragen zich echter af – vaak in het begin – in welke mate zij nog zichzelf kunnen zijn. Je bewustzijn wordt immers aangetast. Raak je dan niet je eigen identiteit kwijt?

Twee weken geleden liep ik op Schiphol langs een jongen met twee rugtassen, en zijn hoofd in zijn handen. Hij zag er verslagen uit, maar zei dat het wel ging. Zijn bagage verried dat hij uit Moskou was gekomen. In de trein kwam ik erachter dat hij daar was overgestapt, vanuit Philadelphia. Zijn leven lag in duigen, hij had geen baan meer, geen vriendin, en geen huis. Hij stond op het punt zijn rijbewijs kwijt te raken. Hij zag het niet meer zitten. Waar ging hij heen?

Naar Assen. Haven, 28 jaar, met ogen die rust uitstraalden, een kalme stem, en een leven dat overhoop lag, ging naar Assen. Daar woont een echtpaar dat al jaren gespecialiseerd is in iboga-ceremonies. Iboga is een struik waarvan de boomschors een zware psychedelische trip veroorzaakt. De schors wordt experimenteel, met verrassend groot succes, gebruikt bij heroïneverslaafden – zo treden er geen ontwenningsverschijnselen op, zelfs niet bij doorgewinterde gebruikers. De drug stelt de gebruiker in staat te onderzoeken waarom hij bepaalde dingen doet, wat voor problemen ten grondslag liggen aan zijn gedrag.

Van oudsher wordt iboga in Gabon gebruikt bij sjamanistische rituelen, of bij rites van volwassenwording. Haven hoopte ermee uit de knoop te komen, zijn leven een richting te kunnen geven. Ik vroeg hem of hij niet, door met vrienden of familie te praten, geleidelijk tot eenzelfde resultaat zou kunnen komen. Met zekerheid antwoordde hij van niet. In de omgang was hij terneergeslagen, stil, onzeker – behalve over zijn onvrede.

Drie dagen later werd ik gebeld door een onbekend nummer. „Hi Paul? It’s Haven.” Omdat hij geen slaapplaats had tot zijn vlucht naar Philadelphia opsteeg, kwam hij naar Leiden. Zijn ogen straalden dezelfde rust uit, maar zijn stem had een andere ondertoon. Zijn houding was opgewekt. De ervaring had zijn leven veranderd, ontwricht op een goede manier. Hij was zelfverzekerd en vertelde enthousiast over zijn plannen. Het was tijd voor een nieuw leven. Zijn oorsuizingen waren voor het eerst in jaren voorbij.

De ervaring was letterlijk onbeschrijflijk, maar blijkbaar had de dertig uur durende trip iets fundamenteels geraakt. Hij was een nieuw mens geworden. Of was hij juist weer zijn oude zelf, voordat alles misging?

Kun je iemand geloven die met klapperende kaken en een strakke blik zegt dat hij van je houdt? Of iemand die met een zalige blik onder de warme deken van heroïne zegt dat hij gelukkig is? Is het wel écht als je aan de antidepressiva bent? Of betekent het stellen van die vraag dat je het niet gelooft?

Haven is verhuisd naar een andere staat, en bezig een bedrijf op te zetten zodat hij zijn favoriete werk kan uitvoeren: boer zijn. Of zijn opgewekte toestand na de trip écht was, of hij zichzelf was, is volgens mij geen zinnige vraag. Hij is zijn leven erdoor aan het veranderen, en gelooft dat het mogelijk is. Als hij dat lang genoeg gelooft, zal zijn leven ook ingrijpend veranderd zijn. Hoe kunnen we dan de vraag stellen of zijn uitzonderlijke blijdschap wel echt van hemzelf was?

Na verloop van tijd hebben mijn vrienden deze vraag ook achter zich gelaten. Zij is een hindernis, omdat ze pretendeert dat de wereld óf zo, óf zo is. De emoties moeten echt zijn, of niet. De vraag stellen is symptomatisch voor de menselijke neiging te streven naar uitsluitsel, zekerheid, naar een objectief geldende waarheid. We proberen hiermee de wereld te vatten in een mal die er niet op aansluit, binnen een verbaal stramien te doen passen, terwijl zij altijd genuanceerder zal zijn dan wij kunnen uitdrukken.

Havens leven is in elk geval veranderd, echte emoties of niet.