Column

Kan Ballast Nedam zichzelf nog redden?

Een hamerstuk, meer niet. Het inzakkende bouwbedrijf Ballast Nedam belegde vijf weken geleden een aandeelhoudersvergadering met twee agendapunten. Vrijdag praat men over een bescheiden wijziging van de statuten plus de benoeming van een commissaris.

Na die aankondiging werd het nieuws grimmig. Eerst een winstwaarschuwing. Het wordt een zwaar jaar, kondigde de nieuwe bestuursvoorzitter Erik van der Noordaa aan.

Twee maanden eerder had hij gezegd: nog een tegenvaller kan fataal zijn. In die fase zit Ballast Nedam. Afgelopen zomer gaven beleggers de bouwer nog een kapitaalinjectie; banken verlengden kredieten. Ballast Nedam is een van die tobbende bedrijven waar het bestuur leidt, maar de banken angstvallig meekijken. Hoe gaat ’t? Moet iemand bijsturen? In het bericht met het winstalarm stond een cryptische zin die duidt op intensief overleg met de banken.

Luttele dagen later kondigde Ballast Nedam plompverloren de verkoop van zijn offshoredivisie aan. Extra alarmerend detail: het moet op korte termijn rond zijn. Kortom: een gapend gat moet gedicht worden. De onverwachte winstwaarschuwing vorige week van concurrent Heijmans zegt beleggers: pas op, straks gaat men onderbieden op nieuwe projecten om maar werk te houden.

In dit paniekvoetbal is de naam van de nieuwe commissaris extra interessant: Tjalling Tiemstra. Daar moet nog langer over zijn nagedacht dan gewoonlijk. Hij brengt twee ervaringen mee: hij was na een carrière bij voedings- en wasmiddelenmultinational Unilever financieel directeur bij HBG, ooit het grootste beursgenoteerde bouwbedrijf van Nederland. HBG zakte na een gigantische miskoop in Duitsland in de modder.

Toen hij eind 2001 bij HBG begon, was het ‘eindspel’ om de macht bij de verzwakte reus al gaande. HBG verkocht zichzelf aan de Spaanse concurrent Dragados, die de aanwinst vervolgens rap doorverkocht aan de BAM in Bunnik. Tiemstra vertrok in 2003 naar de beursgenoteerde elektrotechnische groothandel Hagemeyer. Ook daar hing een crisissfeer. Een private-equityfinancier probeerde op een koopje de baas te worden. Dat mislukte. De bedrijfstop saneerde. In 2007 volgde een biedingenstrijd waarbij de Franse concurrent Rexel het hoogste bod deed en Hagemeyer van de beurs haalde.

Met elk persbericht van Ballast Nedam nemen de paralellen met HBG en Hagemeyer toe. Welke rol de banken in Tiemstra’s benoeming hebben gespeeld, is de vraag. Formeel benoemt de aandeelhoudersvergadering hem. Maar voor probleemklanten hebben banken graag een of meer commissarissen met een sterk financieel cv en/of ervaring in penibele situaties. Ze hebben desnoods wel een lijstje met geschikte namen.

Dat klinkt als macht en inmenging in de zaken van een klant en dat is het natuurlijk ook. Maar er is ook een ander aspect. Hoe goed geïnformeerd banken ook zijn over de gang van zaken in een bedrijf met een groot krediet dat zomaar kan omvallen, ze staan op afstand. Ze moeten er maar op vertrouwen dat de managers hun markt kennen, hun medewerkers aanvuren en de juiste beslissingen nemen. Daarom is altijd er vraag naar financiële fixers. Naar vertrouwde namen à la Tiemstra.

Zij voorzien in een behoefte. Zij hebben een geruststellende invloed. Op banken, op beleggers, op de top. Ze kunnen een soort bankenfluisteraars zijn. Want banken van inzakkende bedrijven weten dat hun macht in feite onmacht is. Je bankkrediet is zomaar de strop van het jaar.