Jan zit in de cel, maar ‘dat was niet bedoeld’

Advocaten drugsverdachte spannen geding aan tegen Nederlandse staat om inschakelen Thaise autoriteiten.

Een brief van de Nederlandse politie over een Nederlander in Thailand is door Thaise autoriteiten deze zomer opgevat als een formeel vervolgingsverzoek. Volgens de politie was de brief alleen bedoeld om informatie te geven. Jan van L. zit sinds eind juli in Bangkok in de gevangenis.

In reactie op Van L.’s arrestatie zei het Openbaar Ministerie (OM) in Breda eerder dat het niet om zijn vervolging of arrestatie heeft gevraagd. Dat zou een onafhankelijk besluit zijn van Thailand, ‘op grond van informatie uit het Nederlandse onderzoek’. De brief van de politie is in overleg met het OM opgesteld, bevestigde een woordvoerder gisteren.

Het is opmerkelijk dat Van L. door toedoen van Nederland in Thailand vastzit. Hij wordt in Nederland verdacht van vergrijpen in verband met de exploitatie van coffeeshops in Noord-Brabant, zoals aanhouden van een externe drugsvoorraad en witwassen van geld. Volgens Van L.’s advocaten, Gerard Spong, Sidney Smeets en Tim Vis, staan Nederlandse rechters in dit soort zaken doorgaans niet toe dat verdachten de uitkomst van het onderzoek in de cel moeten afwachten.

Het OM in Breda doet al zo’n drie jaar onderzoek naar de coffeeshops. In juli werden op twintig plekken panden doorzocht. In diverse landen is voor samen zo’n 20 miljoen euro beslag gelegd. In Nederland is niemand aangehouden in verband met dit onderzoek.

De Thaise autoriteiten ontvingen in deze zaak twee verzoeken uit Nederland. Het OM in Breda heeft via een formeel rechtshulpverzoek de Thaise collega’s gevraagd de in Thailand wonende Van L. te verhoren ten behoeve van het Nederlandse onderzoek. Daarbij is niet gevraagd om zijn aanhouding. Volgens justitie was het zelfs uitdrukkelijk niet de bedoeling dat Van L. in Thailand zou worden gedetineerd.

Daarnaast heeft de politie in overleg met het OM een brief gestuurd om Thailand informatie te verstrekken over het onderzoek naar Van L. De politie vraagt daarin ook aan het Thaise OM „to initiate a criminal case [...] and take all necessary proceeding against the said suspects”. Dit heeft Thailand opgevat als een verzoek Van L. te vervolgen, („petition to prosecute”), afkomstig van de Nederlandse ambassade. Dat blijkt uit het Thaise arrestatiebevel van eind juli, onlangs door de advocaten ontvangen, dat expliciet naar de politiebrief verwijst.

Het OM verwerpt de kritiek. „Thailand is enkel in overweging gegeven een zelfstandig onderzoek te starten. Dat is wat anders dan vragen om aanhouding en/of uitlevering.”

Volgens Van L.’s advocaten maakt het OM met die redenering een kunstmatig onderscheid, en verschuilt het zich achter de brief van de politie. Vis: „De politie verzoekt in overleg met het OM een land met de strengste drugswetgeving ter wereld om een strafzaak te beginnen tegen Van L. Daarmee hebben OM en politie op zijn minst de aanmerkelijke kans aanvaard dat de Thai dwangmiddelen, waaronder aanhouding en detentie, zouden inzetten.”

Spong heeft er geen goed woord voor over. „De officier draait om de hete brij heen. Eerst zei hij dat alleen verzocht was om Van L. uit te nodigen voor verhoor, maar nu komt deze onthullende brief boven water.”

De advocaten nemen de kwestie hoog op en hebben de staat in kort geding gedagvaard. De zaak dient op 2 december.