Geen Nederlands? Geen bijstand

De Tweede Kamer behandelt vandaag een gevoelig wetsvoorstel: de taaleis voor bijstandsgerechtigden. Het is onbetaalbaar en het is niet te toetsen, zeggen gemeenten.

Stel, je bent een vluchteling uit Syrië, Irak of Eritrea, dan moet je straks mogelijk twee keer Nederlands leren. Voor je inburgeringscursus moet je binnen drie jaar op taalniveau A2 zitten. En om een bijstandsuitkering te houden, moet je van het kabinet snel beginnen aan een cursus voor niveau 1F. Beide taalniveaus zijn redelijk vergelijkbaar. Je moet je kunnen redden in simpele en alledaagse taken op school, op het werk en in de vrije tijd.

„Het gaat leiden tot verwarring en bureaucratie”, zegt Dorine Manson, directeur van VluchtelingenWerk Nederland. „De taaleis voor bijstandsgerechtigden is opnieuw een voorbeeld van strenge regels die contraproductief werken. Gaat het meer banen voor vluchtelingen opleveren? Het antwoord is nee.”

De Tweede Kamer behandelt vandaag een gevoelig wetsvoorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA). Het kabinet wil bijstandsgerechtigden die zo slecht Nederlands spreken dat ze weinig kans maken op een baan, verplichten om binnen ‘redelijke termijn’ de taal te leren.

Wie niet aan de eisen voldoet, krijgt een strafkorting op de uitkering (680 euro voor een alleenstaande vanaf 21 jaar): de eerste zes maanden 20 procent, als er geen vooruitgang is 40 procent en na een jaar kan de uitkering ook volledig worden ingetrokken.

Politiek zit Klijnsma in een ongemakkelijke positie. De PvdA-staatssecretaris is aangewezen op een ‘rechtse meerderheid’ van PVV, CDA en SGP. Twee vaste gedoogpartners van het kabinet, D66 en ChristenUnie, plus de SP zijn uiterst kritisch over het wetsvoorstel. D66-Kamerlid Steven van Weyenberg: „Er ligt heel veel nadruk op wat wij van de mensen vragen, maar wat ontbreekt is: hoe gaan we ze helpen? Het is nadruk op straffen.”

Om hoeveel van de circa 417.000 bijstandsgerechtigden het gaat, is onbekend. Volgens een schatting van de VNG zou ongeveer eenvijfde getoetst moeten worden en een taalcursus moeten volgen. In totaal telt Nederland 1,3 miljoen laaggeletterden, van wie 43 procent „werkloos of inactief” is, volgens de Stichting Lezen en Schrijven. Tweederde van de laaggeletterden is autochtoon en eenderde allochtoon.

De grootste kritiek op het wetsvoorstel komt van de partijen die het uiteindelijk moeten uitvoeren: de ruim 400 gemeenten in Nederland. „Het is onuitvoerbaar”, zegt de Amsterdamse wethouder Arjan Vliegenthart, voorzitter van de commissie Werk en Inkomen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). „Ten eerste is er geen geld voor.” De kosten voor de cursussen, de toetsing en uitvoering heeft de VNG geraamd op eenmalig 215 miljoen euro en jaarlijks 67 miljoen euro.

Vliegenthart: „Het Rijk wil hier jaarlijks slechts 5 miljoen euro aan bijdragen. Maar gemeenten hebben geen geld voor zo’n taaleis. Die worden de komende jaren al miljarden gekort door het Rijk.”

De gemeenten zijn niet verplicht om de cursussen aan te bieden. „Maar je kunt van bijstandsgerechtigden, laat staan vluchtelingen, niet verwachten dat ze een lening van twee, drieduizend euro afsluiten voor een cursus”, zegt Manson van VluchtelingenWerk – net als de VNG. „Laat het idee vallen voor nieuwe vluchtelingen, die moeten al Nederlands leren voor hun inburgering. En laat vluchtelingen die hier al zijn overal een taalcursus kunnen volgen, voor als de gemeente waar ze worden geplaatst geen cursus kan betalen.”

De kritiek is ook dat de taaleis een algemene verplichting is, die weinig rekening houdt met persoonlijke omstandigheden. De VNG en de Stichting Lezen en Schrijven pleiten voor een individuele taalcursus die aansluit bij de beroepskeuze. „Iemand die in de zorg gaat werken heeft hele andere taalvaardigheden nodig dan een kok of een timmerman”, zegt directeur Merel Heimens Visser. Het lijkt haar ook beter als de cursisten een toegesneden assessment krijgen of een eigen portfolio moeten tonen in plaats van een toets. „Als gemeenten die toetsen allemaal zelf gaan ontwikkelen, wordt het ook erg duur.”

Toetsen geven geen „harde uitslag”, maar alleen een indicatie, zegt de VNG. Ook zou de vooruitgang van een cursist na een half jaar moeilijk te meten zijn. De VNG voorziet daarom „een onevenredig aantal bezwaar- en beroepsprocedures” tegen de strafkorting op bijstandsuitkeringen.