De witte sokjes van katten zitten in hun DNA

Zo tam en zo gehoorzaam als de hond zal de huiskat niet snel worden. Dat zit nu eenmaal niet in zijn genen.

Huiskat: altijd een beetje wild Thinkstock

Katten zijn buitenbeentjes onder de huisdieren. Ze lijken veel meer op hun wilde voorouders dan bijvoorbeeld honden. En de aanpassingen die ze wél vertonen, zijn ook nog eens anders van aard. Amerikaanse onderzoekers hebben een paar van die typische kattendingetjes – inclusief de witte sokjes – kunnen herleiden tot specifieke genen. Ze brachten als eersten een volledig kattengenoom in kaart. Dat vergeleken ze met genetische informatie van de hond, wilde kat en tijger (PNAS, early edition online)

Katten en mensen leven ongeveer 9.000 jaar samen. Wilde katten kwamen af op de muizen in de graanschuren van de eerste landbouwers. Ze mochten blijven, want ze waren nuttig. En ook de katten profiteerden: in ruil voor het vangen van ongedierte kregen ze volop voedsel en een warme, veilige slaapplaats.

De katten pasten zich aan een leven als muizenvanger aan. Ze ontwikkelden bijvoorbeeld een scherp gehoor – scherper dan dat van andere katachtigen – en lichtgevoeliger ogen, waardoor ze nog beter in het donker konden jagen. De Amerikanen identificeerden bij de huiskat zes gehoorgenen en twintig visuele genen die daarbij helpen.

Daarnaast aten de huiskatten al snel uitsluitend vlees, in tegenstelling tot hun wilde familieleden. Ook dat konden de Amerikanen herleiden tot het genoom: katten kunnen bepaalde vetten beter afbreken en andere vetten niet meer zelf aanmaken. Katten lijken wat dat betreft meer op ijsberen dan op hun wilde voorouders.

De onderzoekers keken ook naar bepaalde ‘gedragsgenen’. Huiskatten vertonen bijvoorbeeld aanpassingen in genen die een rol spelen bij schuwheid en bij gevoeligheid voor beloning. Daarin lijken huiskatten meer op honden dan op wilde katten.

Maar net zo tam en gehoorzaam als honden zullen ze nooit worden. Katachtigen zijn van nature individualisten, maar het verschil hangt volgens de onderzoekers ook samen met de verschillende rollen die de eerste tamme honden en katten speelden. Honden moesten bevelen opvolgen, katten joegen onafhankelijk op ongedierte. Dat leverde een andersoortige selectie op.

De Amerikanen konden ook twee mutaties aanwijzen die samen witte pootjes veroorzaken. De sokjes zijn, evenals witte snoeten en befjes bij allerlei andere huisdieren, een bijproduct van het tam worden, schrijven de onderzoekers. De pigmentdragende huidcellen zitten in jonge embryo’s vlakbij cellen die later de hersenen vormen. Het tamme gedrag is een gevolg van een gebrekkige rijping van die toekomstige hersencellen. Ook bij de ernaast gelegen pigmentcellen gaat blijkbaar iets mis.

Wetenschappers noemen dit het domesticatiesyndroom: het foutje in deze embryonale cellen hangt ook samen met een reeks aan typische eigenschappen van huisdieren, zoals slappere oren, kleinere kaken en grotere ogen.