De twee gezichten van Hennis

Deze week moet de minister van Defensie zich verdedigen in de Tweede Kamer. Er spelen verschillende affaires en de kritiek op haar ministerschap zwelt aan.

Foto ANP

‘Ik sta met beide voeten op aarde, en in de modder.” Met een felle blik in haar donker opgemaakte ogen beet minister Jeanine Hennis-Plasschaert vorige week in de Tweede Kamer van zich af. In een debat over haar personeelsbeleid vielen Kamerleden over haar heen omdat ze de problemen op haar departement zou bagatelliseren. Er is nogal wat aan de hand: het lukt defensie niet om genoeg straaljagerpiloten aan te trekken, voormalig personeel vertelt over vreselijke kwalen die het gevolg zouden zijn van de giftige stoffen waarmee ze moesten werken en militairen hebben al bijna 650 dagen geen cao. „Op welke planeet leeft deze minister?”, had Kamerlid Jasper van Dijk (SP) haar uitgedaagd.

Dat bood Hennis de kans zich neer te zetten zoals ze graag wil: ad rem, rationeel, betrokken, hardwerkend. Het was een zeldzaam moment in het Kamerdebat waarop ze niet van de door haar ambtenaren voorgekauwde antwoorden voorlas, maar scherp een aanval pareerde.

Er lijken twee versies van Jeanine Hennis te bestaan, zeggen mensen die haar nu twee jaar kennen als minister van Defensie. De vrolijke, felle flapuit die zij was als lid van het Europees Parlement en de Tweede Kamer voor de VVD. De grappige, enthousiaste Jeanine die ze achter de politieke schermen nog steeds is en die tevoorschijn komt als ze militairen bezoekt in buitenlandse missies. En dan is er minister Hennis: de onzekere, onzichtbare, reactieve en verkrampte bewindspersoon die vooral geen fouten wil maken. Die voor debatten en interviews afgemeten zinnetjes blijft herhalen, schichtig in de camera kijkt en geen woord te veel zegt.

Deze week verdedigt ze in de Kamer haar begroting en haar aanpak van de gezondheidsproblemen van (ex-)werknemers door chroomhoudende verf waaraan ze zijn blootgesteld.

Tweede Kamerleden zijn erg kritisch. „Soms vraag ik me af waar de echte Jeanine is gebleven”, zegt Jasper van Dijk. „Ik zie een groot verschil tussen haar tête-à-tête en in het openbaar. Dan komt ze, uit zelfbescherming, met ingestudeerde uitspraken”, zegt Raymond Knops (CDA). „Ik wil debatteren met de minister, niet met een doorgeefluik van haar ambtenaren”, aldus Wassila Hachchi (D66). „Het leerproces is nu wel voorbij”, zegt Angelien Eijsink, van coalitiepartij PvdA. „Voorzichtigheid is haar kenmerk. Ze heeft last van de angst om geen uitglijder te maken. Na twee jaar is ruimschoots het moment aangebroken dat ze de schroom afwerpt”, vindt Gert-Jan Segers (ChristenUnie).

Twee jaar geleden was Jeanine Hennis-Plasschaert (41) een grote verrassing in het kabinet-Rutte II. Niet dát ze in het kabinet kwam, daar had ze als lieveling van Mark Rutte op voorgesorteerd. Ze was in 2010 „niet voor niets” uit Brussel naar Den Haag gekomen en op nummer 4 van de kandidatenlijst gezet, zegt Hans van Baalen, zelf Europarlementariër voor de VVD. „Gezien haar status van rijzende ster binnen haar partij was een ministerszetel een logische halte”, zegt Defensiedeskundige Ko Colijn.

„Ik had wel gedacht dat ze minister of staatssecretaris zou worden, maar niet per se op Defensie”, zegt Van Baalen, zelf vaak genoemd als mogelijke minister op dat departement. Volgens hem is Hennis „multi-inzetbaar”, maar is de keuze om haar op Defensie te zetten „een gouden greep”. „Ze is een enthousiast persoon die voor de soldaten opkomt en meeleeft en ze is internationaal georiënteerd.”

Hoewel Hennis in peilingen onder haar personeel erg impopulair is, zegt dat volgens betrokkenen meer over hoe militairen tegen ‘de politiek’ aankijken na decennia van bezuinigingen dan dat deze minister persoonlijk veel valt te verwijten. „Ze ligt goed op het ministerie vanwege haar werklust en dossierkennis ”, zegt Marc de Natris, van de officierenvereniging. „Met haar charme en openheid heeft ze veel mensen voor zich gewonnen”, zegt luchtmachtcommandant Sander Schnitger. Niemand heeft het er ook meer over dat er voor het eerst een vrouw Defensie leidt.

Hennis staat in het kabinet vaak in de schaduw van andere bewindspersonen. Wanneer ze als minister van Defensie één stap op het terrein van buitenlands beleid zette, werd ze door Frans Timmermans (PvdA) hard teruggefloten. Omgekeerd besloot hij vorig jaar de politieke verdediging van de JSF-straaljager op zich te nemen. „Timmermans heeft veel naar zich toe getrokken en zich enorm breed gemaakt, waardoor haar optreden soms wel erg bescheiden oogde”, zegt Gert-Jan Segers. Bij de aankondiging van de luchtacties tegen de Islamitische Staat in Irak stond ze zichtbaar zenuwachtig naast vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA). Hoewel ze de hele zomer keihard werkte bij de afhandeling van de MH17-ramp, was ze volledig onzichtbaar in de discussie over militair ingrijpen in het rampgebied. „Ze loopt steeds keurig binnen de lijntjes van het kabinet”, zegt Knops.

Ook in de discussie over meer geld voor defensie is Hennis nagenoeg afwezig. Bezuinigingen zijn verzacht omdat voor een meerderheid in de senaat de kleine christelijke oppositiepartijen nodig zijn. „Ze had wel wat proactiever naar ons mogen zijn. Ze liep rond het Herfstakkoord vorig jaar een beetje achter de feiten aan”, zegt Segers van de ChristenUnie.

Deels is de ondergeschikte rol van Defensie van alle tijden. Het is geen ministerie waar veel beleid of wetten worden gemaakt, maar één die reageert op nationale en internationale omstandigheden – en problemen in de eigen organisatie. „De eeuwige tragiek van de minister van Defensie is dat die uitvoerder is van het beleid van Buitenlandse Zaken”, zegt militair deskundige Rob de Wijk. „Maar het ligt ook aan persoonlijkheden. Bij Bert [Koenders, de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, red.] heeft ze mogelijk meer speelruimte.” Hoewel Hennis altijd haar goede relatie met Timmermans heeft benadrukt, denken meer mensen dat zij kan opbloeien nu hij weg is.

Volgens een partijgenoot heeft Hennis simpelweg „geen last van haantjesgedrag” en hoeft ze successen als de JSF en extra geld niet te claimen. Bovendien heeft ze ook baat bij haar politieke voorzichtigheid. Ze heeft veel te maken met geheime informatie en weet dat haar woorden nu ze minister is grote implicaties kunnen hebben. „Toen Plasterk naar buiten trad over de veiligheidsdiensten heeft zij hem gewaarschuwd dat niet te doen. Het is in zijn gezicht opgeblazen en voor haar goed uitgepakt”, zegt Segers.

Gezien Hennis’ behoedzaamheid is één uiting zeer opmerkelijk. In juni schreef zij een brief aan de Kamer over meldingen van ziek personeel dat op specifieke locaties met een gevaarlijke chroomverf had gewerkt. „Vooralsnog heb ik geen aanwijzingen dat (voormalige) medewerkers structureel zijn blootgesteld aan te hoge concentraties gevaarlijke stoffen.” Sindsdien hebben openbaar gemaakte documenten het tegendeel laten zien. De vraag is of Hennis’ ambtenaren haar willens en wetens niet geïnformeerd hebben. „Defensie is een organisatie van eerst ontkennen en dan bagatelliseren”, zegt Anne-Marie Snels van vakbond AFMP. Volgens generaal Schnitger is Hennis soms „teleurgesteld omdat ze niet met het volledige beeld op stap is gestuurd en dan ergens staat met haar broek op haar enkels”.

Hennis heeft aangegeven dat zij „de onderste steen boven” wil over de chroomverf. Ze wordt door verschillende mensen geroemd voor haar inzet en openheid daarin. „Ze heeft echt de wens om de cultuur te veranderen”, zegt Segers. Volgens sommigen is het zelfs de openheid van Hennis die maakt dat nu veel ‘hoofdpijndossiers’ tegelijkertijd naar buiten komen. Ze heeft een aantal stevige beslissingen genomen: roestende helikopters zijn afbesteld, de Patriotmissie in Turkije is beëindigd omdat materieel en personeel het niet meer aankonden, en ze ontnam vier mensen op de ICT-afdeling hun functie toen die maar ruzie met elkaar bleven maken. Maar volgens Snels duurt het allemaal veel te lang. „Alles wat er mis gaat bij Defensie schuift ze voor zich uit in onderzoeken. Ze lijkt vooral te proberen zelf onbeschadigd dit ministerschap door te komen.”

‘Ze trekt het heel slecht als ze niet goed geïnformeerd wordt, want het is een redelijke controlfreak”, zegt Knops. Steeds vaker wordt de vraag opgeworpen of Hennis wel ‘in control’ is op haar departement. Knops en anderen opperden vorige maand dat zij een staatssecretaris zou moeten krijgen ter ondersteuning. Zelfs luchtmachtbaas Schnitger zegt: „Ik wens haar een staatssecretaris toe”. Hennis wees dat in het openbaar resoluut af, wetende dat Rutte geen groter kabinet wil.

Hennis zal het deze regeerperiode alleen moeten doen. En blijven balanceren tussen de politiek en haar eigen organisatie. Er is kritiek op Hennis’ stijl en tempo, maar ook veel lof over haar strategische en politieke inzicht. En, het is niet sexy, voor het feit dat ze de bedrijfsvoering van defensie op orde lijkt te krijgen. Zelfs de immer kritische Algemene Rekenkamer is daar voorzichtig optimistisch over.

Er blijven risico’s kleven aan deze post. Veel problemen waarmee ze nu te kampen heeft zijn van voor haar tijd, maar ze is wel verantwoordelijk voor de afwikkeling. Volgens velen is het ministerschap maar één trede op de politieke ladder van Jeanine Hennis. „Ze is geen eendagsvlieg”, meent Hans van Baalen.

Haar twee gezichten ten spijt, zeggen mensen die Hennis kennen dat de functie haar niet fundamenteel heeft veranderd. „In de grond is ze dezelfde enthousiaste af en toe net te snel reagerende jonge vrouw”, zegt Schnitger. „Maar ze heeft wel politiek en ambtelijk eelt op haar zieltje gekregen.”