Call of Duty: geen game, maar een trailer

Als dit de toekomst van oorlog is, dan gaan oorlog en games sowieso steeds meer op elkaar lijken.

Call of Duty: Advanced Warfare – de nieuwste versie van ’s werelds populairste schietgame sinds 2007 – speelt zich veertig jaar in de toekomst af. De ontwikkelaars gaan er prat op dat al het wapentuig en andere technologie is gebaseerd op echt onderzoek en echte prototypes. En als je weet dat games ook nu al worden gebruikt om soldaten te trainen, zorgt dat voor een aardig Droste-effect tijdens het spelen: als je de president redt, speel je in feite de Call of Duty van de toekomst… terwijl je Call of Duty speelt.

Als dit de toekomst van oorlog is, dan gaan oorlog en games sowieso steeds meer op elkaar lijken. Neem het exoskelet dat je draagt als soldaat Jack Mitchell – die in de echte wereld in eenvoudigere vorm al worden gebruikt op scheepswerven. Het pak stelt in staat om met grote kracht opzij te duiken en enorme sprongen te maken.

Bovendien mag je regelmatig drones besturen, zoals in de fraaie Griekenland-missie waarin je rond een glazen kantoorgebouw zweeft. Als Mitchell sta je het onbemande vliegtuig een paar honderd meter verderop vanaf een balkon te besturen, op je tablet natuurlijk. De nieuwe Call of Duty is een game in een game.

Dan zijn er nog de ‘exo challenges’; als je bijvoorbeeld een bepaald aantal vijanden met een schot door het hoofd om het leven brengt, krijg je een munt waarmee je je exoskelet kan upgraden. Noem het de gamification van oorlogsvoering, waarbij de gevechtsuitrusting van de soldaat hem continu aanspoort om vooral nog wat meer om zich heen te schieten.

Een spel waarin soldaten met jetpacks door de levels stuiteren en muntjes verzamelen had kunnen aanvoelen als een stripboek, maar de makers brengen het met dodelijke ernst. En alle gadgets ten spijt blijft het spelen van het spel verschrikkelijk rigide: ren je vooruit, dan word je onherroepelijk afgestraft. Call of Duty wil dat je precies zo speelt als in het draaiboek staat.

Ook onveranderd is het moordtempo waarmee de locaties en missiedoelen elkaar afwisselen, een ADHD-spektakel dat doet denken aan James Bond van vóór Casino Royale. Het ene moment strijd je in een kapot geschoten Detroit tegen enorme spinnentanks en zwermen vijandige drones, het volgende beklim je een wolkenkrabber in aanbouw. Sommige levels zijn zo onderhoudend dat je er graag nog even zou willen blijven hangen, maar ze zijn in een vloek en een zucht weer voorbij.

Zo blijft het spel voor één speler een soort flitsende trailer voor het echte werk, de online multiplayerstand. Die is bijna oneindig speelbaar. Toch jammer, want Advanced Warfare had alles in zich voor een goed verhaal over de oorlog van overmorgen.