Zelfhaat móet

Ergens op tweederde van zijn autobiografische roman Kleine mislukkeling schrijft Gary Shteyngart: ‘Wij Sovjet-Joden zijn simpelweg op het verkeerde feestje beland, omdat we niet wisten wie we waren. In dit boek probeer ik uit te leggen wie we wel waren.’ Mis. Veel meer dan over Sovjet-Joden die naar Amerika emigreren, gaat dit boek over die ene, atypische Sovjet-Jood: Gary Shteyngart, in 1972 geboren als Igor. Hoe vond hij als nerdy immigrantenkind zijn plek in het nieuwe vaderland?

Het is een thema waarvoor Shteyngart, culturele acrobaat, lenige humorist, geknipt lijkt. De eerste tachtig, negentig pagina’s van Kleine mislukkeling doen het ergste vrezen. Ze zijn warrig van constructie, springend door de tijd, vol nodeloos wijdlopige zinnen. Mogelijk omdat dit deel reflecteert op een tijd waaraan de schrijver hooguit fragmentarische herinneringen kan hebben.

Maar dan lijkt Shteyngart alsnog de juiste vorm te vinden, wat samenhangt met een breekpunt in zijn leven: het vertrek naar Amerika. Dan wordt Kleine mislukkeling een meer lineaire, helderder vertelling.

Pas na de middelbare school wordt het wat. Eerste vriendinnetje, lof van een schrijfdocent, kritiek van een andere, en ja, heel veel blowen, drinken. Er is veel herkenbaar in deze delen van het boek – vooral de rol die schrijven speelt om je een weg te banen door het sociale mijnenveld van de vijandige wereld. ‘Ik schrijf omdat er niets vreugdevollers is dan schrijven, zelfs als dat schrijven verwrongen is en vervuld van haat, de zelfhaat die schrijven niet alleen mogelijk maar ook noodzakelijk maakt.’ Uiteindelijk heeft Shteyngart zijn eigen pad en stem gekozen, resulterend in romans als Supertriest waargebeurd liefdesverhaal (2010). Die keuze valt te prijzen, maar aan strengere (zelf)redactie ontbreekt het.