Xi en Abe praten – uit noodzaak

De leiders van de twee grootste Aziatische economieën zetten vandaag een historische stap richting een betere relatie.

Foto Reuters

Met strakke gezichten, een minutenlange handdruk en een „inhoudelijk” gesprek van een half uur in de Grote Hal van het Volk in Beijing hebben de leiders van China en Japan, president Xi Jinping en premier Shinzo Abe, vandaag de eerste stap gezet om de diep bevroren politieke en diplomatieke relaties te ontdooien.

De zichtbaar stroeve kennismaking in de marge van de bijeenkomst van 21 leiders van landen rondom de Stille Oceaan, verenigd in de organisatie APEC (Asian-Pacific Economic Cooperation), was de eerste keer dat de twee leiders elkaar spraken sinds hun beider aantreden in 2012.

Vooral de Chinese president Xi moest – in elk geval voor de Chinese tv-kijker en krantenlezer – laten zien dat hij de nodige nationalistische tegenzin moest overwinnen. Hoe geforceerd de handdruk ook mocht overkomen, analisten zien in de onverwachte Chinees-Japanse top, die uiteraard door de VS werd toegejuicht, „een belangrijke doorbraak”. Veel slechter kon de historisch turbulente relatie tussen de twee Aziatische grootmachten de afgelopen jaren niet meer worden.

De leiders van de tweede en derde economie van de wereld hebben concreet afgesproken op korte termijn de „politieke, diplomatieke en veiligheidsdialogen” te hervatten. Daarnaast zullen er praktische maatregelen als de instelling van een speciale ‘hotline’ worden genomen. Met het herstel van de communicatie moet voorkomen worden dat de frequente schermutselingen tussen de Japanse kustwacht en Chinese vissers uitmonden in een openlijk militair conflict. Dat is een aantal keer het geval geweest bij de omstreden Japanse Senkaku-eilanden (Diaoyu in het Chinees).

Over deze eilanden – die in Japans bezit zijn, maar door China worden geclaimd – is nu in een officiële verklaring vastgesteld dat er „verschillende meningen” over bestaan. Deze agree-to-disagree-formule is een diplomatieke overwinning voor China, want Japan wilde niet eens het bestaan van een dispuut met China over de soevereiniteit van deze eilanden erkennen.

Zonder daarover in details te treden, heeft Japan ook toegezegd „de geschiedenis recht in het gezicht te kijken”. Dat is een verwijzing naar de Japanse bezetting van China tussen 1937 en 1945. China zegt nog steeds te wachten op Japanse excuses voor de wreedheden en verwacht ook dat de conservatieve nationalist Abe zich onthoudt van nieuwe bezoeken aan de Yasukuni-schrijn, waar onder meer de zwaarste Japanse oorlogsmisdadigers herdacht worden.

Na het laatste bezoek van Abe aan deze Shinto-tempel, eind 2013, toonde China zich diep gegriefd over deze „provocatie”, zoals iedere Japanse relativering van in China gepleegde oorlogsmisdaden tijdens de bezetting voor veel gekwetste gevoelens zorgt. Abe heeft echter niet met zoveel woorden beloofd dat hij deze schrijn niet meer zal bezoeken, maar China gaat ervan uit dat de Japanse premier begrijpt wat van hem wordt verwacht.

Beide landen, die dit jaar al voor 168 miljard dollar met elkaar verhandelden, zijn gebaat bij snelle verbetering van de politieke verhoudingen, Japan nog meer dan China. Voor Japanse bedrijven was en is de nabij gelegen Chinese markt van cruciaal belang, vooral vanwege de snelgroeiende en koopkrachtige Chinese middenklasse en de verdere modernisering van de Chinese economie. Net als 35 jaar geleden toen de Chinese autoriteiten het roer omgooiden, kan China nog niet om hoogwaardige Japanse automatiserings- en IT-technologie heen. Bovendien zorgen Japanse bedrijven voor 10 miljoen Chinese banen.

Dat er in de aanloop naar de APEC-top, die door China wordt gebruikt om indruk te maken als opkomende supermacht in Azië, sprake was van een mogelijke doorbraak op hoog politiek niveau, bleek al uit het feit dat de Chinese media hun anti-Japanse toon moesten matigen. Documentairemakers voor film en tv kregen de afgelopen weken de opdracht zich niet te verliezen in propagandistische fantasieën. Al geruime tijd hebben er geen anti-Japanse demonstraties meer plaatsgevonden en worden al te felle manifestaties van Chinees nationalisme onderdrukt.

Na de diepe inzinkingen in 2012 en 2013 groeien in de eerste twee kwartalen van dit jaar de Japanse investeringen in China weer voorzichtig. Ook neemt het aantal Chinese bezoekers aan Japan (met 80 procent in het afgelopen kwartaal tot 1,79 miljoen) weer toe, want voor Chinese consumenten geldt ‘Made in Japan’ ondanks de politieke spanningen van de afgelopen jaren als een aanbeveling.