Vijf jaar WhatsApp: de chatrevolutie is nog maar net begonnen

WhatsApp groeide in vijf jaar uit tot de standaard voor chat-berichten en de nachtmerrie van mobiele providers. Voor hen moet ergste nog komen.

De hele dag WhatsApp en Facebook

Het hele land was vorige week in rep en roer over twee blauwe vinkjes die verschijnen zodra iemand je WhatsApp-bericht heeft gelezen. Is er dan niets belangrijkers?

Nee.

Niet als je ziet hoe we dag in, dag uit, onze telefoons gebruiken. Vijf jaar geleden, in november 2009, begon WhatsApp als een kleine start-up, nu zijn er wereldwijd 600 miljoen gebruikers. 8,7 miljoen Nederlanders hebben WhatsApp geïnstalleerd en uit onderzoek van Telecompaper blijkt dat we WhatsApp continu, de hele dag door gebruiken. Meer dan sociale netwerken, meer dan nieuws kijken of je saldo checken via de bank-app – ook een verslavende bezigheid.

Dat verklaart waarom Facebook in maart dat enorme bedrag van 22 miljard dollar (17,8 miljard euro) neerlegde voor WhatsApp: het sociale netwerk domineert nu onze mobiele telefoons. Facebook wilde WhatsApp uit handen houden van Google en voorbereid zijn op de opkomst van concurrerende chatnetwerken als WeChat, Line en Viber, die net zo snel groeien.

Facebook verkoopt advertenties en verdiende daarmee afgelopen kwartaal 3,2 miljard dollar, waarvan tweederde via mobiele telefoons. WhatsApp is advertentievrij en brengt amper geld op (10 miljoen dollar in 2013). Maar de gratis berichtendienst haalt wel geld uit de telecommarkt.

Providers verdienen door chatapplicaties veel minder aan belminuten en sms’jes en dat wordt niet gecompenseerd door grotere databundels. Nederlandse providers verdienden in 2011 samen nog 6,1 miljard euro, dit jaar waarschijnlijk maar 5 miljard. Terwijl we meer data verbruiken: Nederlanders met een iPhone zijn in één jaar tijd 50 procent meer gaan verstoken: gemiddeld 370 megabyte per maand. Android-gebruikers zitten op 240 MB, rekende Telecompaper uit.

Woensdag houdt het onderzoeksbureau in Laren een congres over de toekomst van de mobiele providers. Die ziet er niet zonnig uit. Zeker in westerse landen, waar het aantal abonnees niet meer stijgt. Ook wereldwijd lijkt de vaart uit de telecomindustrie; al groeit het aantal aansluitingen naar verwachting tot meer dan 4,3 miljard gebruikers in 2020 (nu ongeveer 3,5 miljard), brancheorganisatie GSMA rekent erop dat de provideromzet de komende vijf jaar amper stijgt. Daarentegen groeit de omzet van mobiele apps en advertenties wel razendsnel, met 16 procent per jaar.

Virtuele simkaart

Voor de telecomsector moet het ergste nog komen. Ze zijn de belangrijkste distributeurs van mobiele telefoons maar telefoonmakers breiden hun invloed uit. Apple gaat voorop: in de nieuwe iPad zit een simkaart van Apple, waarmee de klant met één klik van provider kan wisselen. Apple wil één blije Apple-wereld creëren, zonder gedoe met nummerbehoud, overstapperiodes of administratiekosten.

Het is een kwestie van tijd voordat er telefoons met ‘virtuele’ simkaart op de markt verschijnen die de provider grotendeels overslaat. Mobiele providers dreigen het directe contact met de klant te verliezen en daarmee de mogelijkheid om extra diensten of lucratieve bundels te leveren. Ze dreigen zo gereduceerd te worden tot ‘domme’ infrastructuur – vergelijk het met de manier waarop je nu stroom geleverd krijgt via het energienet.

Als de telecomindustrie compleet uitgekleed wordt, gaat dat ten koste van investeringen in nieuwe netwerken. Onze telefoons kunnen veel meer dan alleen WhatsApp’en. Om de mobiele app-economie te laten floreren is geld nodig voor meer spectrum (dure frequentieveilingen) en nieuwe technologie, zoals 4G en straks 5G.

Dit eindspel tussen de traditionele telecomindustrie aan de ene kant en techsector aan de andere kant zal geen eenduidige winnaar opleveren. Maar wel een nieuwe balans, waarin de rol van de providers veel minder groot zal zijn dan nu.