Column

Terugweg onbekend

Een paar jaar geleden. Ik herinner het me precies, omdat ik het heb opgeschreven. We – een vriendin en ik – waren een weekend naar Berlijn. We kwamen speciaal voor de tentoonstelling van Alfredo Jaar over de genocide in Rwanda (het is de ultieme luxepositie om geweld als kunst te kunnen beschouwen).

Met de trein heen, terugweg onbekend. Op internet hadden we gekeken wat een goede plek was om te liften, maar het getipte benzinestation bleek in de steigers te staan en er waren geen auto’s. We liepen langs de weg en werden uiteindelijk opgepikt door Pjotr, een filmmaker die zijn geboorteland Polen niet meer in mocht.

Er zat een ratel in zijn auto, we voerden een schreeuwend gesprek als een ruziënd gezin. Als gevlucht filmmaker leidde hij een zwervend bestaan. In ‘Afrika’ had hij een film gemaakt. Hij was ervan overtuigd dat de mensen ‘daar’ een ander geheugen hadden. „Voormalige vijanden leven naast elkaar als buren. Hele slachtpartijen”, schreeuwde hij, „worden vergeven en vergeten.” Zelf kon hij zo niet leven. „Fysiek is het makkelijk om een nieuw huis te vinden, maar psychologisch niet. Mijn hoofd heeft geen thuis.”

We probeerden uit te leggen wat we bij Alfredo Jaar hadden gezien, maar kwamen niet verder dan „foto’s in het donker” en „ogen, heel veel ogen”.

Zonder zelf uit te stappen, zette hij ons af bij een benzinestation, nog altijd zo’n twee uur van de Nederlandse grens. Algauw ontmoetten we Dwain, een vrachtwagenchauffeur uit het oosten van Duitsland. Hij vervoerde Heinz-sauzen, zelf hield hij van Bifi-worst en broodjes tonijnsalade, „maar een maaltijd zonder gezelschap mist hoe dan ook smaak”. De chauffeurs die hij bij benzinestations trof, kon hij meestal niet verstaan.

Dwain zei dat we zijn eerste lifters ooit waren. In 34 jaar chauffeuren. „Jullie zagen er onschuldig uit.” We vroegen waar hij bang voor was. Hij lachte, zijn zitting veerde mee met de hobbels in de weg. Dwain haalde een hand van het stuur en klopte op het bedje achter ons. ’s Nachts reeg hij zijn gordel door de handvatten in de deur en maakte er een extra slot van. In Italië was hij een keer net aan een overval ontsnapt, omdat hij zei dat hij bambini had. „Italianen houden van kinderen.”

Dwain hield van zijn vrouw en katten.

We hobbelden een tijdje verder. Onderweg zijn was fijn, maar eigenlijk wilde hij een keer naar Canada, voor de natuur en de dieren. Hij kende het van televisie. Dwain was niet van plan om ervoor te gaan sparen. „Dromen zijn mooi, maar ze maken je ontevreden.”

Hij hield zijn blik op de weg gericht, tikte met een vinger tegen zijn slaap. „Die Mauer bleibt. Im Kopf.