‘Schrijven over vrijheid geeft mij soms de rillingen’

Jurist en oud-hoofdredacteur

NRC-columnist Folkert Jensma over de Heldringprijs 2014 en zijn liefde voor de rechtsstaat.

„Ik denk niet dat ik met mijn columns de wereld beter maak, wel dat ik mensen scherper kan laten kijken. Als ze daardoor beter de functie van het recht leren doorgronden, ben ik tevreden.”

Juridisch redacteur Folkert Jensma, die dit weekend de Heldringprijs kreeg uitgereikt voor zijn wekelijkse column De Rechtsstaat, was altijd al ‘een geëngageerde scholier’ en ‘een opgewonden student’. Toch ziet hij zichzelf niet als de man die op de barricades staat. „Eerder als degene die de man op de barricades duidt.”

Al op jonge leeftijd las hij thuis NRC Handelsblad. „Mijn vader had de krant. Rond mijn veertiende begon ik de Bommelstrips te lezen, daarna kwam de column van Heldring. Die vond ik toen al indrukwekkend. Sindsdien heb ik stiekem altijd een column voor NRC willen schrijven. Dat leek me het hoogst haalbare.”

Jurist Jensma, tussen 1996 en 2006 hoofdredacteur van deze krant, stelde in 2011 zelf voor een column te gaan schrijven ‘waarin het bestaan van de rechtsstaat aan de actualiteit wordt getoetst’. „De krant richt zich altijd al op kwesties met betrekking tot politiek en bestuur; een juridische blik met een journalistieke visie leek me belangrijk voor de lezer. Hoe gaat de politiek met het recht om?”

Als voorbeeld noemt hij de rechtszaak tegen PVV-leider Wilders. „Hij is erin geslaagd de rechtspraak een oorvijg te geven. Wilders zorgde ervoor dat de uitspraak in zijn proces tot maatstaf werd verheven voor het vertrouwen van de burger in de rechtspraak. Voor een politicus, die juist de onafhankelijkheid van de rechtspraak behoort te erkennen, is dat ongehoord.” Schrijven over dit soort onderwerpen noemt Jensma ‘fantastisch’. „Dan lopen de rillingen over mijn rug. Want uiteindelijk draait het hierbij om vrijheid. Dat jij als burger gelijk kunt krijgen van de rechter en dat de regering zich vrijwillig conformeert aan het oordeel van de rechter, dat is beschaving. Dat vind ik geweldig.”

Jensma, die wekelijks ook commentaren en andere stukken schrijft, hanteert een strak schema voor De Rechtsstaat. „Ik mag van mezelf niet langer dan drie dagdelen over de column doen. Soms begin ik, zonder te weten of het iets oplevert. Is het niks, dan gooi ik het na 400 woorden weg. Werkt het wel, dan blijf ik er, wandelend naar de trein of liggend in bed, verder aan denken.”

Het schrijven gaat hem niet altijd in de koude kleren zitten. „Achteraf, als het al in de krant staat, kan ik nog flink twijfelen: was dit stukje wel de moeite waard? Die onzekerheid blijft.” Hoe zou hij zelf zijn stijl definiëren? „To the point. Ironisch en, uhm... af en toe scherp?”

Dat hij nu een prijs heeft gewonnen, vernoemd naar zijn grote voorbeeld, noemt hij ‘een eer’. „Ik denk geregeld als ik de krant lees: wat had Heldring hiervan gevonden? Deze prijs maakt me trots en verlegen. Ik loop met opgeheven hoofd het pand uit.”