Scherpe satire en verontwaardiging over bankiers

Vijf bankiers op een rij, aan het slot van De verleiders: door de bank genomen. Ze staan stil in het donker, we zien alleen hun silhouetten. En langzaam maar zeker dalen er vijf doodskisten boven hun hoofden neer, die straks elk één van die vijf mannen zullen omhullen. Ze plegen zelfmoord, zeggen ze, uit diepe schaamte voor hun rol in „een ziek systeem”.

De derde productie van De Verleiders is veruit de hardste van allemaal. Na de vastgoedfraude uit de eerste voorstelling, en de boekhoudfraude uit de tweede, gaat het nu over de bankwereld. En er valt minder te lachen dan voorheen. Het is af en toe zelfs bloedserieus – alsof schrijver George van Houts zo geschokt is geraakt door de uitkomsten van zijn research naar de bancaire misstanden, dat de satirische aanpak van de vorige twee producties in dit geval niet meer voldoende voldeed.

Toch is de satire niet helemaal verdwenen, gelukkig niet. Deze nieuwe productie vertoont bijvoorbeeld in een puntige sketch hoe de bestuursleden van een bank elkaar tot grote euforie brengen als er weer iets slims is verzonnen. Ook is er een afscheidsscène van een topbankier die spottend opmerkt dat zijn opvolger vaker ’s avonds bij zijn gezin wil zijn om „in balans met de thuissituatie” te komen. En bepaald hilarisch is het ronduit obscene snoeversgesprek van vijf bankiers over de erotische uitstraling die hun vak vroeger had – in tegenstelling tot de verdomhoek waarin ze tegenwoordig verkeren.

De indrukwekkendste scène is in afleveringen geknipt en vertelt over de exploitant van een strandtent, die door de bank een veel te hoge hypotheek is aangesmeerd en daarvan op den duur de wrange vruchten plukt. Tot en met de rente-swap die hem het laatste duwtje naar de financiële ondergang geeft. Hoe de bank vervolgens reageert vanuit de door de samenleving opgelegde „zorgfunctie”, is hoogst lachwekkend en huiveringwekkend wáár tegelijk – satire op zijn best.

Op andere momenten overheerst echter de didactische toon en de onopgesmukte verkondiging van standpunten die duidelijk uit verontwaardiging zijn voortgekomen. Daar is Tom de Ket als een ware volksmenner met een monoloog over schuldhorigheid, daar vertelt George van Houts wat hij heeft ontdekt over de BIS-bank in Basel en daar spelen ook Pierre Bokma, Leopold Witte en Victor Löw elk hun eigen solo, geïllustreerd met NOS Journaal-achtige diagrammetjes die de geloofwaardigheid extra verhogen. Zulke betogen schieten ver voorbij de satire, ze brengen zelfs even de vooroorlogse term agitprop in herinnering – de combinatie van agitatie en propaganda in één voorstelling, die ooit bedoeld was om het publiek tot een maatschappelijk geëngageerd soort opstandigheid te brengen.

Maar in de scherp gesneden regie van Aat Ceelen zijn deze vijf acteurs toch vooral gehaaide komedianten die in De Verleiders weer danig uitpakken. En zo vaak zien we dat dezer dagen niet meer: theater als actiemiddel.