Pfeijffer schreef sterk stuk over het raadsel geluk

Anniek Pheifer (rechts) als fotografe Hilde in Blauwdruk voor een nog beter leven foto johan doesburg

Een dichter die jongleert met toneelwetten, die verbale brille en dialoogkunst inzet om een grote schouwburgzaal te bespelen: dat is het mirakel van de voorstelling Blauwdruk voor een nog beter leven van schrijver en classicus Ilja Leonard Pfeijffer (1968).

Alleen al die ene briljante scène waarin Anniek Pheifer als Hilde haar vriendje van „verraad” en „onverschilligheid” beticht, omdat hij niet jaloers is dat zij overspel pleegt met zijn beste vriend. Pheifer excelleert in overdrijvingskunst, totdat ze in huilen uitbarst. „Wat moet ik dan doen dat je om me geeft?” vraagt ze zich wanhopig af. Telkens keert deze vraag als motief terug in Blauwdruk, dat geleidelijk uitgroeit tot een grimmig spel over de raadsels van geluk. Regisseur Johan Doesburg bewijst grote klasse met zijn snelle, enerverende regie.

Oorspronkelijk zou Pfeijffer een vertaling maken van Design for Living (1933), een bitterzoete komedie van Noel Coward. Maar van vertaling werd het, volgens de regels der retorica, emulatie ofwel: een nieuw stuk in de overtreffende trap. De ideale ‘blauwdruk’ voor het leven is een ménage à trois tussen een jonge vrouw en haar oprechte liefde voor toneelregisseur Leo, gespeeld door Jeroen Spitzenberger, en kunstschilder Otto, vertolkt door Matteo van der Grijn. In een, helaas, te massief decor dat oogt als een driedimensionale ontwerptekening vertegenwoordigt bankier Ernst (Vincent Linthorst) de zakelijke wereld. Nieuw is de rol van Betty Schuurman als moeder. Ooit bepaalden idealen het leven van deze personages, maar het harde leven dwingt tot concessies. Artistieke dromen vervliegen in de wurggreep van geldgebrek. En dan is er Spitzenberger, meeslepend als mislukte theatermaker die blijft dromen van voorstellingen voor lege zalen. Zijn onvoorwaardelijke enthousiasme is zo mooi, dat het diep ontroerend is.