Op naar de vrouwen, de echte test

De nieuwe bondscoach van het Nederlandse vrouwenteam heeft weinig ervaring en komt niet uit een hockeymilieu. Is hij wel geschikt?

Eén ding telt: olympisch kampioen worden in Rio de Janeiro. Al het andere is niet genoeg. Zo liggen de kaarten bij de Nederlandse hockeyvrouwen, grossiers in gouden medailles en wereldtitels.

De opdracht die Sjoerd Marijne (40) meekreeg toen hij afgelopen zomer door de hockeybond werd aangesteld als bondscoach was in elk geval geen ingewikkelde. Maar voor een coach die nooit eerder een seniorenteam bij de vrouwen onder zijn hoede had, was de keuze van de bond op zijn minst opvallend. „Het kan ook een voordeel zijn”, zegt Marijne zelf. „Veel vernieuwingen in het vrouwenhockey komen bij de mannen vandaan, zoals destijds al bij Marc Lammers.”

Een gedreven coach. Vernieuwend, leergierig, creatief. Bij de bond geen enkele twijfel over de vraag of Sjoerd Marijne de juiste man is om de successen bij de hockeysters voort te zetten. „Hij heeft technisch en tactisch veel bagage”, zegt oud-international Marjolein Bolhuis-Eijsvogel, tegenwoordig in het bondsbestuur verantwoordelijk voor het vrouwentophockey. „Ik heb hem als coach van Jong Oranje meegemaakt, hij heeft mannenteams getraind in de hoofdklasse. Het gaat om ervaring in het tophockey. Ik vind de vrouwenhoofdklasse dan geen must.”

Beperkte erelijst

De opvolger van Max Caldas, die na de wereldtitel in Den Haag overstapte naar de nationale mannenploeg, is een bekende bij de KNHB, maar voor veel hockeyers was Marijne een verrassing. Op verschillende hockeysites werd soms smalend gesproken over de aanstelling van de Brabander, die in het verleden bekendstond om zijn opvliegende karakter, maar vooral om zijn beperkte erelijst in het tophockey.

Als hoofdklassetrainer bij de mannen van Tilburg, Amsterdam, Oranje Zwart en Den Bosch haalde hij weinig opvallende resultaten. Bij de bond had hij wel succes: als bondscoach van Jong Oranje (vrouwen) werd hij wereldkampioen en Europees kampioen, met de mannen van Jong Oranje werd hij dit jaar Europees kampioen.

Onder de speelsters leeft niet het gevoel dat het bij de nieuwe bondscoach aan ervaring ontbreekt, zegt Willemijn Bos. Zij werd onder Marijne wereldkampioen bij Jong Oranje, in Boston. „Hij heeft minder ervaring dan andere coaches die werden aangesteld, maar dat hoeft niet per se slechter te zijn”, zegt de speelster. „Hij staat er heel open in. Hij wil graag leren en luistert ook naar wat wij zeggen. Ik vind niet dat dat aan zijn autoriteit knaagt.”

Marijne komt niet uit een hockeymilieu. In tegendeel: hij groeide op in de Bossche wijk Hambaken, die „niet zo goed bekendstaat”, zoals hij zelf zegt. Dankzij zijn ouders werd Marijne in zijn jeugd een goede tennisser. Omdat zij wilden dat hij ook een teamsport deed, meldde hij zich aan bij een hockeyclub. „Toen ik een jaar of veertien was verloor ik mijn interesse in tennis en koos ik voor hockey. Ik vind het heel erg mooi om samen iets te bereiken, in plaats van alleen op de baan staan.”

Hij was nogal een heethoofd

Als hockeyer speelde Marijne als rechtsachter naast laatste man Marc Lammers, die niet veel later bondscoach werd van de hockeyvrouwen. Samen zetten zij in 2010 het bedrijf op voor hockeyscholen, cursussen en clinics. „Sjoerd is een heel extraverte, emotionele jongen”, zegt Lammers, die in 2008 olympisch kampioen werd met de hockeyvrouwen. „Hij was vaak zó fanatiek, hij wilde zó graag winnen met partijtjes op de training dat we ook wel vaak ruzie hadden. We waren allebei een beetje hetzelfde, koppig. We pakten elkaar flink aan. Hij kan heel emotioneel zijn, maar ik denk dat hij ondertussen zijn balans heeft gevonden.”

„Hij was nog wel eens een heethoofd”, zegt oud-international Jacques Brinkman, die Marijne het afgelopen jaar bij Jong Oranje in actie zag als bondscoach van zijn zoon Thierry. „Maar ik vind dat Sjoerd zich daarin enorm heeft ontwikkeld. Op het EK in België stond Jong Oranje afgelopen zomer op de drempel van uitschakeling. De Marijne uit de tijd van Tilburg was op zo’n moment misschien geflipt, maar nu bleef hij vrij rustig en werd uiteindelijk Europees kampioen.”

Zelf weet Marijne waarom hij vroeger nog wel eens woedend de kleedkamer kon uitlopen als hij had verloren. „Ik kon me ergeren aan spelers die niet gemotiveerd waren. Ik moest het als hockeyer ook van mijn inzet hebben. Bij selectieteams is dat anders: daar ontbreekt het nooit aan motivatie.”

Een opstapje naar de echte top

Wie de ploeg afgelopen zomer op het WK zag – het Nederlands elftal haalde in Den Haag onbedreigd de wereldtitel, met slechts één tegendoelpunt – kan met een gerust hart voorspellen dat Nederland in 2016 in Rio de Janeiro opnieuw torenhoog favoriet is voor olympisch goud.

Willemijn Bos merkt dat Marijne goed valt bij de groep. „Hij gaat goed met de meiden om. Houdt van een grapje. Wat ik in hem waardeer is dat hij geïnteresseerd is in de persoon achter de hockeyer. Sjoerd weet wat er verder in je leven speelt. Hij praat met iedereen. Dan vraagt hij even hoe het met je werk gaat.”

En hij houdt van vernieuwing. „Dat kan heel verfrissend zijn voor de meiden”, zegt Lammers. „Sjoerd heeft veel technische hulpmiddelen bedacht. Bijvoorbeeld trainen met zes autobanden in de cirkel, zodat de bal alle kanten op stuitert. Om je reactievermogen te verbeteren. Of hij laat twee speelsters in de cirkel met een stootkussen spelen om de aanvallers uit balans te brengen. Ook als je zo’n beuk krijgt moet je kunnen scoren.”

Lammers vindt het goed dat de hockeybond een coach aanstelt die alle stappen heeft gezet, te beginnen bij de nationale jeugdteams. „Het is goed dat mensen die in de eigen gelederen zijn opgegroeid en opgeleid de kans krijgen bondscoach te worden.”

De komende twee jaar kunnen de loopbaan van Marijne maken, denkt Jacques Brinkman. „Als je het bij de vrouwen goed doet, krijg je ook meteen de stempel dat je een wereldcoach bent, zoals Marc Lammers en Max Caldas. Sjoerd kan over twee jaar een lintje krijgen en dan staat hij ook in dat rijtje. Wat dat betreft is het vrouwenhockey een heel mooi opstapje. Sjoerd beseft dondersgoed dat dit voor hem een gouden kans is.”