Onderdak en eten zijn niet genoeg

Ali Isiaki is al veertien jaar in Nederland, waarvan tien jaar illegaal. Die jaren had Nederland beter kunnen benutten, vindt hij. Er gloort nu hoop op een beter leven, maar alleen als hij ook wat mag gaan betekenen voor de maatschappij.

Als je geen plek hebt om te slapen en geen eten, heb je stress, zegt Ali Isiaki. „Als je veel stress hebt is het lastiger om op zoek te gaan naar klusjes die geld opleveren. In de winter is dat sowieso al heel lastig.” Je laat mensen niet aan hun lot over. Ali vindt het oordeel van het Europees Comité voor de Sociale Rechten helemaal juist.

Ali (28) komt uit Benin. Hij is sinds zijn vijftiende in Nederland. Deze krant schreef verschillende verhalen over zijn leven en dat van zijn beste vriend Amadu Diallo (28) uit Guinee. Ze ontmoetten elkaar op hun eerste dag in Nederland en zijn sindsdien altijd bij elkaar in de buurt. Tot hun achttiende jaar waren ze als minderjarige asielzoekers legaal en gingen ze naar school. Na hun achttiende moesten ze terug naar de landen waar ze vandaan kwamen. Die landen erkennen hen niet, dus geven ze niet de benodigde documenten. Ali en Amadu durven ook niet terug. Sinds hun achttiende zijn ze illegaal. Ali slaapt bij vrienden op de bank.

Ik pakte mijn fiets en fietste rond

Om te overleven als illegaal, zegt Ali, heb je een netwerk nodig. „Het eerste jaar dat ik illegaal was, kende ik weinig mensen. Ik pakte mijn fiets en fietste rond. Ik fietste de stad uit, sprak mensen aan die ik tegenkwam en vertelde mijn verhaal. Soms wilden ze er niets mee te maken hebben, soms moesten ze lachen, vaak vonden ze het rot voor me. Af en toe waren ze bereid me te helpen.”

Een dak boven je hoofd, eten en kleding geven wat rust, zegt Ali. „Het is onmenselijk om mensen op straat te laten. Maar ik vraag me wel af: wat komt daarna? Alleen een dak en eten is op termijn geen optie. Illegalen zijn geen dieren die aan een slaapplaats en voer genoeg hebben. Ze willen iets maken van hun leven. Net als ieder mens eigenlijk.”

Voedsel, kleding en een veilige plek om te slapen zijn minimum voorwaarden om te overleven, volgens het comité. Maar Ali vindt dat er iets anders bij de basisvoorzieningen moet horen. De taal leren. „Zorg dat ze Nederlands leren en laat ze iets betekenen voor de maatschappij. Wij zijn bijna veertien jaar in Nederland. Veertien jaar! Die jaren had Nederland beter kunnen benutten. Ik ken illegale jongens die hard werken. Hun baas is zeer tevreden. Als je ziet dat iemand z’n best doet en voor zichzelf kan zorgen, geef hem of haar papieren. Goed voor hem. Goed voor het land.”

Ali Isiaki kent weinig mensen die zichzelf helemaal niet kunnen redden. „Ik weet dat ze er zijn. Dat zijn vooral mensen die kort in Nederland zijn. Uitgeprocedeerde asielzoekers. Vaak getraumatiseerd door oorlog en geweld.” Voor deze mensen is het lastig om even Nederlands te leren en te gaan werken.

Als Nederland zich wat gelegen laat liggen aan het oordeel van het Europees Comité is Ali zeer benieuwd naar de voorwaarden. Met een lach: „Nederland is het land van de voorwaarden. Je moet altijd eerst de kleine lettertjes lezen. Anders ben je blij, lees je de kleine lettertjes, valt het opeens toch erg tegen.”